Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Zorgdragen voor de ontwikkeling van het facultair onderwijsprogramma en uitvoering en organisatie van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van het faculteitsplan en na afstemming met de Decaan, teneinde kwalitatief hoogwaardig onderwijs te bieden binnen de verschillende onderzoeksgebieden en daarmee de maatschappelijke positie en het rendement van de opleidingen te versterken. De organisatorische context waarin een Directeur onderwijsinstituut zich bevindt kan binnen de universiteiten sterk verschillen.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Vormgeven aan onderwijsondersteunende processen, alsmede leiding geven aan de uitvoering hiervan

Kader
Facultaire onderwijsprogrammaToegewezen financiële middelenFinanciële richtlijnen

Resultaat
Doelmatige realisatie van de doelstellingen van het programma

Activiteit
  • Inrichten van en leiding geven aan de studentenadministratie, kwaliteitszorg, onderwijs- en tentamenorganisatie, studieadvisering en -begeleiding, e.d.
  • Opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de Decaan van de begroting van het onderwijsinstituut
  • Verantwoording afleggen inzake besteding van middelen aan Decaan en indien aanwezig externe partners
  • Verdelen van toegewezen financiële middelen over de opleidingen en ervoor zorgen dat afspraken daaromtrent worden vastgelegd
Kernactiviteit
Doen van strategische voorstellen inzake onderwijsbeleid, -programma en -organisatie, alsmede deelnemen aan het bestuurlijk overleg waarin de Decaan en alle leidinggevenden van de organisatorische eenheden zitting hebben

Kader
Strategie van de instelling

Resultaat
Bijdrage aan het faculteitsplan

Activiteit
  • Adviseren van de Decaan
  • Bevorderen van de afstemming tussen onderwijs- en onderzoeksbeleid
  • Bijdragen aan de opstelling van het faculteitsplan en de begroting
  • Initiëren en onderhouden van in- en externe relaties
  • Beoordelen van aanvragen voor samenwerking met andere faculteiten, instellingen en overige externe partijen
Kernactiviteit
Implementeren en uitvoeren van het door de Decaan vastgestelde HRM-beleid binnen het eigen onderwijsinstituut

Kader
CAOCentrale richtlijnenBeschikbare financiële middelen

Resultaat
Kwantitatieve en kwalitatieve bezetting van het onderwijsinstituut waarmee hoogwaardige ondersteuning aan onderwijs wordt gegeven

Activiteit
  • Werven en selecteren van medewerkers
  • Voeren van functioneringsgesprekken, loopbaangesprekken en beoordelingsgesprekken met medewerkers
  • Ontwikkelen van talenten en professionaliseren van medewerkers
  • Toekennen van de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden conform de CAO
  • Benodigde expertise in kaart brengen en opstellen van opleidingsprogramma
Kernactiviteit
Zorgdragen voor de personele organisatie, bezetting, logistiek en benodigde faciliteiten ten behoeve van onderwijs, aansluitend op het facultaire onderwijsprogramma en bijbehorende budget

Kader
Facultair onderwijsprogrammaBeschikbare financiële middelen

Resultaat
Optimale uitvoering van het onderwijsprogramma

Activiteit
  • Maken van raamafspraken met voorzitters van capaciteitsgroepen ten aanzien van inzet van wetenschappelijk personeel
  • Maken van raamafspraken met Directeur bedrijfsvoering/Decaan inzake gebruik huis-vesting, ICT, audiovisuele hulpmiddelen en andere faciliteiten
  • Zorgdragen voor een efficiënte planning van onderwijsuren en een optimale werkbe-lasting voor medewerkers en studenten
  • Zorgdragen voor een efficiënte planning van faciliteiten en middelen
Kernactiviteit
Evalueren en bewaken van de onderwijsprestaties van de faculteit

Kader
Richtlijnen van de Decaan en visitatiecommissiesKwaliteitscriteria binnen het onderwijsprogramma

Resultaat
Realisatie van het facultaire onderwijsprogramma binnen de gestelde kwaliteitsnormen, alsmede verantwoording aan de overheid en overige belanghebbenden

Activiteit
  • Initiëren van interne visitaties/audits/evaluaties
  • Consolideren en analyseren van studentenevaluaties en betrokkenen hierover inlichten
  • Coördineren van externe visitaties
  • Initiëren van en zorgdragen voor uitvoering van verbeteracties voortkomend uit in- en externe visitaties
Kernactiviteit
Representeren, alsmede stimuleren van het uitdragen van het eigen kennisgebied in verschillende media

Kader
Beleid van het instituut/de faculteit/de instelling

Resultaat
Wetenschappelijke kennis is inzichtelijk, begrijpelijk en toepasbaar voor een breed publiek en hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de maatschappelijke positie van de instelling

Activiteit
  • Stimuleren en geven van lezingen en van interviews voor verschillende media
  • Vanuit het eigen kennisgebied een bijdrage leveren aan actuele maatschappelijke discussies
  • Initiëren van samenwerkingsmogelijkheden met andere faculteiten, universiteiten en overige partners in de samenleving
Kernactiviteit
Initiëren van en zorgdragen voor de inhoudelijke en didactische ontwikkeling van nieuwe opleidingen en de verdere ontwikkeling van bestaande opleidingen

Kader
Faculteitsplan, in overleg met de voorzitters van de capaci-teitsgroepen en de opleidings-directeuren

Resultaat
Facultair onderwijsprogramma dat wetenschappelijk actueel is en waarin de inhoudelijke en didactische samenhang van de opleidingen binnen de faculteit wordt gewaarborgd

Activiteit
  • Onderzoeken en analyseren van relevante in- en externe ontwikkelingen
  • Samen met andere faculteiten, instellingen en overige partners overleggen en onder-handelen over en ontwikkelen van (nieuwe) opleidingen of opleidingsonderdelen
  • Advies vragen van de opleidingscommissie en overleg voeren met de voorzitter van de capaciteitsgroep
  • Ter goedkeuring voorleggen van het facultaire onderwijsprogramma aan de Decaan en periodiek de voortgang hiervan rapporteren
  • Zorgdragen voor vertaling van het onderwijsprogramma naar opleidingsprogramma’s en opstellen van kwaliteitscriteria ten aanzien van docenten en onderwijsmateriaal
Kernactiviteit
Zorgdragen voor de uitvoering van de onderwijsonderdelen van de opleidingen

Kader
Facultaire onderwijsprogramma

Resultaat
Doelmatige realisatie van het onderwijsprogramma

Activiteit
  • Afstemmen met onderwijscoördinatoren over de inhoud van het onderwijsprogramma
  • Zorgdragen voor de inhoudelijke afstemming van de onderwijsonderdelen binnen de opleiding
  • Leveren van kengetallen aan de Decaan betreffende het onderwijsprogramma
  • Afstemmen met de Voorzitter capaciteitsgroep over de benodigde formatie voor de uitvoering van de onderwijsonderdelen
Kernactiviteit
Acquireren, initiëren en aanbieden van onderwijs gericht op externe opdrachtgevers en/of niet reguliere studenten

Kader
Facultaire onderwijsprogramma en/of maatschappelijke eisen

Resultaat
Financiële middelen door middel van een marktgericht, niet-initieel onderwijsaanbod

Activiteit
  • Werven van externe opdrachtgevers en/of niet-reguliere studenten
  • Onderzoeken en analyseren van relevante in- en externe ontwikkelingen die mogelijk van invloed zijn op niet-initieel onderwijs
  • Overleggen en onderhandelen met andere faculteiten, instellingen en overige partners op het gebied van niet-initieel onderwijs, ten behoeve van mogelijke samenwerking
  • Initiëren van de ontwikkeling van maatwerkopleidingen ten behoeve van specifieke doelgroepen
Kernactiviteit
Zorgdragen voor opstellen, implementeren en uitvoeren van het door de Decaan vastgestelde studentenbeleid

Kader
Facultaire onderwijsprogrammaBeschikbare financiële middelen

Resultaat
Optimale kwantitatieve en kwalitatieve in-, door- en uitstroom van studenten

Activiteit
  • Opstellen algemene richtlijnen ten behoeve van voorlichting aan potentiële studenten, ouders, HBO/WO-docenten
  • Initiëren van imago-, wervingsdoelstellingen en -instrumenten
  • Bepalen instroomniveau student en bijbehorende criteria
  • Opstellen van criteria voor door- en uitstroom van studenten, waaronder de onderwijs- en examenregeling
  • Opstellen algemene richtlijnen ten behoeve van studentenbegeleiding en studieadvisering
Kernactiviteit
Toetsen en bijsturen van de realisatie(wijze) van contractonderwijs

Kader
In het contract vastgelegde eisen

Resultaat
Onderwijsuitvoering binnen het instituut die voldoet aan de afspraken met de opdrachtgevers

Activiteit
  • Toetsen van de voortgangsrapporten geschreven door de onderwijscoördinatoren
  • Bijsturen van de opleiding indien sprake is van discrepanties met contracteisen
  • Adviseren van de Decaan bij het (blijvend) onvoldoende functioneren van een opleiding
Competenties
Omschrijving
Afstand nemen van de dagelijkse praktijk. Zich concentreren op hoofdlijnen en lange termijn beleid.

Gedragsindicatoren
  • Neemt de tijd om vooruit te denken op hoofdlijnen.
  • Geeft aan waar kansen en mogelijkheden voor de toekomst van de afdeling of organisatie liggen.
  • Zoekt inspiratiebronnen, oriënteert zich op visies met betrekking tot zijn of haar functie- of vakgebied.
  • Schetst een helder beeld van de toekomst van de eigen afdeling of organisatie en haar omgeving.
  • Heeft een eigen doelstelling of missie geformuleerd in het licht van interne en externe ontwikkelingen.
  • Geeft aan hoe de strategie van de afdeling of organisatie moet veranderen om adequaat te kunnen reageren op interne en externe ontwikkelingen.
Toetsvragen
  • Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarbij je duidelijk rekening hebt gehouden met ontwikkelingen op de langere termijn? Met welke factoren heb je hierbij rekening gehouden?
  • Kun je een voorbeeld geven van een besluit dat je hebt moeten nemen dat direct effect heeft gehad op het beleid van jouw afdeling of organisatieonderdeel? Was het volgens jou een juist besluit?
  • Welke zaken, die zich voordoen buiten jouw afdeling of organisatieonderdeel, zullen jouw organisatie het komende jaar beïnvloeden? De komende vijf jaar? Op welke manier bereid je je voor op deze te verwachten veranderingen?
  • Hoe ga je te werk bij het ontwikkelen van een visie voor jouw afdeling of organisatieonderdeel?
Ontwikkeltips
  • Zorg dat je regelmatig tijd vrijmaakt om na te denken over de lange termijn doelstellingen van jouw afdeling en toets de helderheid hiervan bij collega's of leidinggevende.
  • Houd ontwikkelingen in de markt en de branche bij door marktonderzoek te lezen en met mensen te praten die zicht hebben op de markt.
  • Lees jaarverslagen en andere relevante documenten van andere organisaties.
  • Stel op basis van deze informatie een visie op voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Vertaal relevante trends en ontwikkelingen in concrete acties en plannen.
  • Vertaal de te verwachten relevante maatschappelijke en politieke ontwikkelingen naar gevolgen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Formuleer toekomstige probleemgebieden of kansen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Houd een presentatie over het gewenste lange termijnbeleid voor de eigen organisatie.
  • Houd een brainstormsessie waarin de belangrijkste ontwikkelingen en de invloed hiervan op het eigen organisatieonderdeel worden geïnventariseerd.
  • Stel jezelf de vraag waar je over twee jaar wilt staan met je team. Wat moet je doen om daar te komen? Zet de doelen en strategie op schrift. Praat er regelmatig over met collega's.
  • Zorg dat je regelmatig tijd vrijmaakt om na te denken over de lange termijn doelstellingen van jouw afdeling en toets de helderheid hiervan bij collega's of leidinggevende.
  • Houd ontwikkelingen in de markt en de branche bij door marktonderzoek te lezen en met mensen te praten die zicht hebben op de markt.
  • Lees jaarverslagen en andere relevante documenten van andere organisaties.
  • Stel op basis van deze informatie een visie op voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Vertaal relevante trends en ontwikkelingen in concrete acties en plannen.
  • Vertaal de te verwachten relevante maatschappelijke en politieke ontwikkelingen naar gevolgen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Formuleer toekomstige probleemgebieden of kansen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Houd een presentatie over het gewenste lange termijnbeleid voor de eigen organisatie.
  • Houd een brainstormsessie waarin de belangrijkste ontwikkelingen en de invloed hiervan op het eigen organisatieonderdeel worden geïnventariseerd.
  • Stel jezelf de vraag waar je over twee jaar wilt staan met je team. Wat moet je doen om daar te komen? Zet de doelen en strategie op schrift. Praat er regelmatig over met collega's.
Omschrijving
Laat blijken goed geïnformeerd te zijn over de maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Gedragsindicatoren
  • Kent de actuele nieuwsonderwerpen die van belang zijn voor het functiegebied.
  • Stelt zich op de hoogte van economische, sociale, vakinhoudelijke en andere ontwikkelingen.
  • Is op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op vakgebieden die een raakvlak hebben met het eigen vakgebied.
  • Gaat adequaat om met cultuurverschillen.
  • Vertaalt ontwikkelingen in de maatschappij naar het eigen werkterrein.
  • Heeft externe contacten die hem of haar informeren over maatschappelijke trends en ontwikkelingen die van belang zijn voor het eigen functie- of vakgebied.
Toetsvragen
  • Welke recente ontwikkelingen zijn van belang voor je functiegebied?
  • Hoe heb je je het afgelopen jaar op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen binnen je vakgebied?
  • Welke veranderingen in de maatschappij hebben grote invloed gehad op je werk in de laatste jaren? Welke veranderingen in de maatschappij zullen volgens jou je werk in de komende tijd beïnvloeden?
  • Welke belangrijke ontwikkelingen hebben zich recent voorgedaan binnen de organisatie? Hoe heb je jezelf de laatste maanden op de hoogte gehouden van wat er in de organisatie gebeurt?
  • Wat waren de voornaamste doelstellingen van jouw organisatie het laatste jaar?
Ontwikkeltips
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
Omschrijving
Er in slagen anderen te winnen voor ideeën en plannen.

Gedragsindicatoren
  • Brengt zijn of haar voorstellen met enthousiasme.
  • Komt met relevante argumenten op het juiste moment.
  • Gaat in op vragen of twijfels bij zijn of haar gesprekspartner.
  • Hanteert verschillende argumenten en gedragsstijlen om anderen mee te krijgen.
  • Reageert constructief op negatieve reacties door te vragen naar achterliggende argumenten.
  • Benut de juiste sleutelfiguren om mensen en groepen mee te krijgen.
Toetsvragen
  • Wat is volgens jou je beste voorstel, dat door anderen is overgenomen? Hoe heb je dat bij hen aangekaart?
  • Wat was je beste voorstel dat niet werd geaccepteerd? Waarom werd het niet geaccepteerd?
  • In discussies gaat iedereen uit van zijn eigen gelijk. Hoe lukt het jou om anderen mee te krijgen voor jouw standpunt?
  • Kun je jouw moeilijkste ervaring met het veranderen van iemands plannen beschrijven? Wat heb je allemaal geprobeerd om je doel toch te kunnen bereiken?
  • Welke eigenschappen zijn nodig om te kunnen overtuigen? Waarom?
  • Hoe heb je in het laatste jaar vanuit je functie anderen overtuigd? Geef eens een voorbeeld.
  • Hoe overtuig je een groep? Geef eens een voorbeeld.
  • Wat is volgens jou de beste benadering om een impopulair standpunt te verkopen? Kun je iets vertellen over een situatie waarin je hiermee te maken hebt gehad?
Ontwikkeltips
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
Omschrijving
Richting en sturing geven aan medewerkers of een projectgroep om doelstellingen en resultaten te realiseren.

Gedragsindicatoren
  • Geeft prestaties of resultaatverwachtingen aan in duidelijke, specifieke en tijdsgebonden afspraken ( SMART).
  • Zorgt dat er in een groep of werkgroep een duidelijke taakverdeling komt gericht op de doelstelling.
  • Neemt een richtinggevend standpunt in als mensen twijfelen over een gekozen aanpak.
  • Houdt de voortgang van resultaten in relatie tot de doelstelling in de gaten.
  • Spreekt bij tegenvallende prestaties de betrokken personen aan.
  • Geeft waardering aan medewerkers die afgesproken doelen en resultaten halen.
Toetsvragen
  • Ben je wel eens projectleider geweest of voorzitter van een werkgroep? Hoe stuurde je toen de medewerkers naar het doel?
  • Hoe zorg je er als leidinggevende voor dat de gestelde doelen worden gehaald?
  • Is het je wel eens overkomen dat, door onvoorziene omstandigheden, een planning bijgesteld diende te worden? Wat heb je toen gedaan?
  • Hoe bepaal je waar de prioriteiten liggen in je werk, kun je daar voorbeelden van noemen?
  • Heb je wel eens te maken gehad met een medewerker waar de resultaten van tegen vielen? Wat deed je toen?
  • Is het wel eens voorgekomen dat een van je medewerkers een duidelijk andere kijk op de afdelingstaken dan wel zijn/haar taken naar voren bracht dan je zelf hebt? Zo ja, beschrijf deze situatie. Welke benadering heb je gekozen om deze medewerker te overtuigen?
  • Heb je wel eens een medewerker gehad die naar jouw mening minder goed functioneerde? Wat heb je toen gedaan c.q. welke maatregelen heb je toen getroffen?
  • Heb je wel eens een medewerker op het matje geroepen? Hoe heb je dat precies aangepakt?
Ontwikkeltips
  • Communiceer aan medewerkers het te voeren beleid en de resultaten die je van hen verwacht. Reserveer tijd voor een toelichting en voor het beantwoorden van vragen.
  • Formuleer in samenspraak met elke medewerker duidelijke doelstellingen (concreet, meetbaar en haalbaar) voor de komende periode en leg deze vast.
  • Geef kleine en gerichte opdrachten aan medewerkers voor wie de betreffende opdracht geheel nieuw is.
  • Voer - indien de situatie zich voordoet - een gesprek met betrekking tot ongewenst gedrag van een medewerker.
  • Wissel twee maal per maand met elke medewerker kort van gedachten over de voortgang van zijn werk en de taakuitvoering. Kies de juiste stijl afhankelijk van de medewerker.
  • Ga regelmatig 'buurten' bij je medewerkers
  • gun jezelf tijd voor het voeren van informele gesprekken en pols of ze nog op 'koers' liggen.
  • Bedenk hoe je de voortgang van resultaten wilt monitoren en eventueel bijstellen.
  • Beloon goede resultaten en spreek mensen aan als resultaten achter blijven.
  • Neem de rol van projectleider op je of voortrekker van een activiteit, zodat je richting moet geven aan een groep om resultaten te halen.
  • Communiceer aan medewerkers het te voeren beleid en de resultaten die je van hen verwacht. Reserveer tijd voor een toelichting en voor het beantwoorden van vragen.
  • Formuleer in samenspraak met elke medewerker duidelijke doelstellingen (concreet, meetbaar en haalbaar) voor de komende periode en leg deze vast.
  • Geef kleine en gerichte opdrachten aan medewerkers voor wie de betreffende opdracht geheel nieuw is.
  • Voer - indien de situatie zich voordoet - een gesprek met betrekking tot ongewenst gedrag van een medewerker.
  • Wissel twee maal per maand met elke medewerker kort van gedachten over de voortgang van zijn werk en de taakuitvoering. Kies de juiste stijl afhankelijk van de medewerker.
  • Ga regelmatig 'buurten' bij je medewerkers
  • gun jezelf tijd voor het voeren van informele gesprekken en pols of ze nog op 'koers' liggen.
  • Bedenk hoe je de voortgang van resultaten wilt monitoren en eventueel bijstellen.
  • Beloon goede resultaten en spreek mensen aan als resultaten achter blijven.
  • Neem de rol van projectleider op je of voortrekker van een activiteit, zodat je richting moet geven aan een groep om resultaten te halen.
Niveaus
NiveauSchaal
116
215
314