Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Verrichten van en publiceren over wetenschappelijk onderzoek, uitgaande van het onderzoeksplan van de capaciteitsgroep en in afstemming met de (co-)promotor, teneinde een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis en inzichten op een bepaald onderzoeksgebied, blijkend uit een promotie binnen een vooraf vastgestelde periode.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Geven van werkopdrachten en -instructies aan onderzoeksondersteunend personeel

Kader
Onderzoeksplan

Resultaat
Realisatie van de doelstellingen van het onderzoeksplan

Activiteit
  • Uitleg geven omtrent context van de gegeven werkopdrachten en -instructies
  • Bespreken van de voortgang met onderzoeksondersteunend personeel
Kernactiviteit
Inhoudelijk begeleiden van studenten bij de uitvoering van deelonderzoeken

Kader
Onderzoeksplan In overleg met de leidinggevende

Resultaat
Realisatie van de doelstellingen van het onderzoeksplan

Activiteit
  • Voorlichten van studenten over mogelijke afstudeeronderwerpen
  • Vaststellen met studenten van inpassing afstudeeronderwerpen binnen onderzoeksplan
  • Leveren van input voor de beoordeling van studenten
  • Bespreken van de voortgang van onderzoek met studenten
  • Medecorrigeren van scripties, afstudeerverslagen en conceptartikelen
Kernactiviteit
Vaststellen van de te verwachten uitgaven in het kader van het onderzoek

Kader
Onderzoeksplan Na overleg met (co-)promotor

Resultaat
Periodiek budget dat de voorzitter van de capaciteitsgroep inzicht geeft in de totale kosten van de groep

Activiteit
  • Vertalen van onderzoeksactiviteiten naar benodigde financiële middelen
  • Opstellen van een conceptbudget
  • Het conceptbudget bespreken met de (co-)promotor
  • Indienen van het budget bij de voorzitter van de capaciteitsgroep
Kernactiviteit
Voorbereiden en uitvoeren van toegewezen onderwijsonderdelen

Kader
Onderwijsprogramma van de capaciteitsgroep

Resultaat
Bijdrage aan de ontwikkeling van kennis en vaardigheden van studenten in een bepaald onderzoeksgebied

Activiteit
  • Voorbereiden van onder meer practica, werkcolleges en voorgestructureerde hoorcolleges
  • Verzorgen van onder meer practica, werkcolleges en voorgestructureerde hoorcolleges
  • Medeopstellen en beoordelen van opdrachten en opgaven ten behoeve van onderwijs
Kernactiviteit
Formuleren van een probleemstelling en werkhypotheses, alsmede bepalen van onderzoeksmethodiek en doelgroepen

Kader
Onderzoeksvoorstel Na overleg met de promotor

Resultaat
Goedgekeurd gedetailleerd onderzoeksplan

Activiteit
  • Oriënteren op bestaande methodologieën
  • Formuleren van werkhypotheses en concretiseren van benodigde onderzoeksgegevens
  • Kennis uitwisselen met collegaonderzoekers en materiedeskundigen
  • Afspraken maken met doelgroepen en betrokkenen
  • Opstellen en afstemmen van planning en plan van aanpak met de promotor/commissie van het onderzoeksinstituut/de onderzoeksschool
Kernactiviteit
Openbaar maken van onderzoeksresultaten

Kader
Na overleg met de promotor Criteria van het daarvoor gekozen medium

Resultaat
Vakgenoten zijn deelgenoot van de verworven kennis en inzichten; feedback is daarop ontvangen

Activiteit
  • Maken van afspraken met externe partijen inzake openbaar maken van onderzoeksresultaten
  • Opstellen van publicaties ten behoeve van erkende wetenschappelijke tijdschriften en vaktijdschriften
  • Op verzoek opstellen van conferentiepapers en houden van voordrachten op conferenties
  • Op verzoek houden van presentaties bij externe organisaties
  • Aanpassen van de publicatie naar aanleiding van reacties van referenten en de promotor
Kernactiviteit
Verzamelen, analyseren en interpreteren van onderzoeksgegevens, zowel empirisch als theoretisch

Kader
Onderzoeksplan Wetenschappelijke criteria

Resultaat
Beantwoording van de probleemstelling van het onderzoek

Activiteit
  • Inbrengen van kennis in onderzoek van anderen binnen de capaciteitsgroep
  • Toetsen van kwaliteit van de verzamelde onderzoeksgegevens
  • Vastleggen van gegevens in onderzoeksjournaal
  • Onderhouden en bijstellen van onderzoeksmethodieken en onderzoeksinstrumenten
  • Periodiek doorspreken van onderzoeksresultaten met collega-onderzoekers en (co-)promotor
Kernactiviteit
Oriënteren op en afbakenen van het onderwerp en theoretisch kader

Kader
Leerstoel van de promotor

Resultaat
Door de promotor/commissie van het onderzoeksinstituut/de onderzoeksschool goedgekeurd onderzoeksvoorstel

Activiteit
  • Oriënteren door literatuurstudie, bezoeken symposia, gesprekken met materiedeskundigen
  • Volgen van specifiek onderwijs
  • Formuleren van een probleemstelling
  • Medeschrijven van onderzoeksvoorstellen voor vervolgonderzoek
Kernactiviteit
Schrijven van een proefschrift, in overeenstemming met de promotor

Kader
Overeengekomen periode Wetenschappelijke criteria

Resultaat
Promotie na goedkeuring door de promotiecommissie

Activiteit
  • Schrijven van concepthoofdstukken
  • Bespreken van concepthoofdstukken met (co-)promotor
  • Bijstellen van concepten
  • Beantwoorden van vragen van de Promotiecommissie
Competenties
Omschrijving
Formuleren van denkbeelden, ideeën of concepten op basis van complexe informatie en het opbouwen van denkkaders of modellen.

Gedragsindicatoren
  • Ziet overeenkomsten met eerdere vraagstukken en oplossingsrichtingen.
  • Benoemt patronen en trends in informatie.
  • Is in staat op abstract niveau verbanden te leggen.
  • Weet uit complexe informatie grote lijnen te halen en nieuwe verbanden te leggen.
  • Integreert ideeën, onderwerpen en observaties in duidelijke en bruikbare inzichten.
  • Plaatst problemen of situaties in een meer omvattend kader waardoor een breder en dieper inzicht ontstaat.
Toetsvragen
  • Wat is voor jou complexe informatie?
  • Noem aan de hand van een voorbeeld hoe je tot de formulering van concepten komt?
  • Wat deed je met de diverse concepten?
  • Ben je recentelijk tot nieuwe inzichten gekomen aan de hand van complexe informatie die je geanalyseerd hebt? Op welke wijze zijn deze inzichten ontstaan?
Ontwikkeltips
  • Bestudeer probleemoplossingen van andere vergelijkbare organisaties en denk na over hoe zij hiertoe gekomen zijn.
  • Bestudeer innovaties van concurrenten, en denk na over hoe jouw eigen organisatieonderdeel deze zou kunnen overtreffen.
  • Probeer creatief te zijn in je denken en vermijd standaard denkpatronen in een vroeg stadium van het project.
  • Houd een brainstormsessie met collega's over een probleem en formuleer verschillende invalshoeken, hypotheses. Ga na hoe anderen tot hun overwegingen zijn gekomen.
  • Maak eens een schema of een tekening (mindmap) van een probleem of situatie. Zet daarbij alleen op papier wat echt van belang is.
  • Bestudeer probleemoplossingen van andere vergelijkbare organisaties en denk na over hoe zij hiertoe gekomen zijn.
  • Bestudeer innovaties van concurrenten, en denk na over hoe jouw eigen organisatieonderdeel deze zou kunnen overtreffen.
  • Probeer creatief te zijn in je denken en vermijd standaard denkpatronen in een vroeg stadium van het project.
  • Houd een brainstormsessie met collega's over een probleem en formuleer verschillende invalshoeken, hypotheses. Ga na hoe anderen tot hun overwegingen zijn gekomen.
  • Maak eens een schema of een tekening (mindmap) van een probleem of situatie. Zet daarbij alleen op papier wat echt van belang is.
Omschrijving
Acties uitvoeren om de voortgang van activiteiten of taken te bewaken en te controleren.

Gedragsindicatoren
  • Spreekt bij het begin van een project of werkzaamheden duidelijke evaluatiemomenten af.
  • Houdt overzicht over werkzaamheden.
  • Controleert tussentijds of werkzaamheden volgens afspraak verlopen.
  • Spreekt mensen aan als afgesproken deadlines niet worden gehaald.
  • Vraagt uit eigen beweging om terugmelding of rapportage van medewerkers.
  • Maakt aan het eind van gesprekken vervolgafspraken.
Toetsvragen
  • Wat voor controlemechanismen heb je in je werk ingebouwd, zodat je de voortgang in de gaten kunt houden?
  • Hoe zorg je ervoor dat afspraken die je met mensen maakt worden nagekomen, zowel in tijd als in kwaliteit?
  • Hoe zorg je dat je goed geïnformeerd blijft over de voortgang van een project of activiteit?
  • Hoe zorg je dat je de deadlines haalt afgesproken in een onderzoeksplanning?
  • Heb je wel eens een project georganiseerd. Hoe hield je de voortgang in de gaten?
  • Heb je wel eens te maken gehad met een medewerker die projectafspraken niet nakwam? Wat heb je toen gedaan?
  • Op welke manier evalueer jij activiteiten die je hebt uitgevoerd? Geef daar eens een voorbeeld van.
Ontwikkeltips
  • Maak een projectplan met ijkpunten en evaluatiemomenten.
  • Schrijf voortgangsafspraken, die je gemaakt hebt, in je agenda.
  • Houd regelmatig evaluatiebijeenkomsten om na te gaan of activiteiten op schema lopen.
  • Overleg tussentijds met betrokken collega en/of manager, of je planning en organisatie van je project aan de verwachtingen en eisen voldoen.
  • Maak na een overleg specifieke en meetbare vervolgafspraken en zie toe op naleving.
  • Ga na voor welke activiteiten het zinvol is om een (gestandaardiseerde) voortgangsrapportage in te voeren en wat er dan in zou moeten komen te staan.
  • Evalueer na elke opdracht of project of de doelstellingen behaald zijn conform de vooraf opgestelde criteria.
  • Volg een cursus projectmanagement.
  • Maak een projectplan met ijkpunten en evaluatiemomenten.
  • Schrijf voortgangsafspraken, die je gemaakt hebt, in je agenda.
  • Houd regelmatig evaluatiebijeenkomsten om na te gaan of activiteiten op schema lopen.
  • Overleg tussentijds met betrokken collega en/of manager, of je planning en organisatie van je project aan de verwachtingen en eisen voldoen.
  • Maak na een overleg specifieke en meetbare vervolgafspraken en zie toe op naleving.
  • Ga na voor welke activiteiten het zinvol is om een (gestandaardiseerde) voortgangsrapportage in te voeren en wat er dan in zou moeten komen te staan.
  • Evalueer na elke opdracht of project of de doelstellingen behaald zijn conform de vooraf opgestelde criteria.
  • Volg een cursus projectmanagement.
Omschrijving
Ideeën en informatie op heldere wijze presenteren, rekening houdend met de doelgroep.

Gedragsindicatoren
  • Geeft de essentie van een complexe zaak beknopt weer.
  • Heeft aandacht voor de vorm, opbouw en structuur waarin een boodschap wordt overgebracht.
  • Stemt de inhoud van de presentatie goed af op de verwachtingen van de doelgroep.
  • Maakt tijdens presentaties contact met het publiek door mensen uit te nodigen tot vragen en reacties.
  • Zorgt voor afwisseling in presentatiewijzen.
  • Gebruikt aansprekende taal en voorbeelden zodat anderen geboeid luisteren.
Toetsvragen
  • Heb je het afgelopen jaar presentaties gegeven? Hoe vaak? Waarover? Ging dat gemakkelijk?
  • Wanneer vind je een presentatie geslaagd?
  • Is presenteren onderdeel geweest van je functie-evaluaties? Wat hield de beoordeling daarvan in?
  • Kun je een presentatie geven van 2-3 minuten over je motivatie voor deze functie?
  • Hoe draag jij je kennis over in een hoorcollege? Hanteer je daarbij specifieke technieken?
Ontwikkeltips
  • Bereid je presentatie goed voor. Ken je toehoorders en houd die bij de voorbereiding in je achterhoofd. Zorg voor een krachtige kop, een goed gestructureerde romp en een onvergetelijke staart.
  • Ook al zie je er tegen op, neem af en toe het initiatief om een presentatie te houden. Begin klein en 'veilig'. Bijvoorbeeld door bij interne aangelegenheden te speechen. Maak er geen geheim van dat je het spannend vindt. Vraag expliciet feedback op je presentatie.
  • Zoek literatuur op het gebied van presentatietechnieken. Volg een cursus. Vraag collega's, die hier minder moeite mee hebben naar `basispresentaties', zodat je je energie minder op de inhoud hoeft te richten en je kunt concentreren op de wijze waarop je presenteert.
  • Oefen zo vaak als mogelijk.
  • Gebruik visuele middelen als hulpmiddel. Overvoer je publiek niet.
  • Maak oogcontact met je toehoorders, zorg voor interactiemomenten.
  • Vraag een collega die ervaring heeft met presenteren om een presentatie van je bij te wonen en je feedback te geven. Bv. op logica in opbouw, gebruik van hulpmiddelen, aandacht publiek, presentatiestijl e.d.
  • Maak een presentatie en spreek deze door met je leidinggevende.
  • Let bij het maken van een presentatie op aspecten als wat is het doel van je presentatie, aansluiting bij verwachtingen en kennisniveau van de doelgroep, duidelijk opzet (kop-romp-staart), lengte, prikkelende start en pakkend eind, passende hulpmiddelen e.d.
  • Bereid je presentatie goed voor. Ken je toehoorders en houd die bij de voorbereiding in je achterhoofd. Zorg voor een krachtige kop, een goed gestructureerde romp en een onvergetelijke staart.
  • Ook al zie je er tegen op, neem af en toe het initiatief om een presentatie te houden. Begin klein en 'veilig'. Bijvoorbeeld door bij interne aangelegenheden te speechen. Maak er geen geheim van dat je het spannend vindt. Vraag expliciet feedback op je presentatie.
  • Zoek literatuur op het gebied van presentatietechnieken. Volg een cursus. Vraag collega's, die hier minder moeite mee hebben naar `basispresentaties', zodat je je energie minder op de inhoud hoeft te richten en je kunt concentreren op de wijze waarop je presenteert.
  • Oefen zo vaak als mogelijk.
  • Gebruik visuele middelen als hulpmiddel. Overvoer je publiek niet.
  • Maak oogcontact met je toehoorders, zorg voor interactiemomenten.
  • Vraag een collega die ervaring heeft met presenteren om een presentatie van je bij te wonen en je feedback te geven. Bv. op logica in opbouw, gebruik van hulpmiddelen, aandacht publiek, presentatiestijl e.d.
  • Maak een presentatie en spreek deze door met je leidinggevende.
  • Let bij het maken van een presentatie op aspecten als wat is het doel van je presentatie, aansluiting bij verwachtingen en kennisniveau van de doelgroep, duidelijk opzet (kop-romp-staart), lengte, prikkelende start en pakkend eind, passende hulpmiddelen e.d.
Omschrijving
Overzien van werkzaamheden; doelen en prioriteiten stellen. Activiteiten, tijd en middelen plannen.

Gedragsindicatoren
  • Brengt prioriteit aan door hoofd- en bijzaken te onderscheiden.
  • Denkt van te voren zorgvuldig na hoe iets planmatig aan te pakken.
  • Formuleert meetbare doelstellingen voor zichzelf en voor anderen.
  • Schept randvoorwaarden om taken ordelijk en efficiënt af te werken.
  • Anticipeert op onverwachte gebeurtenissen door de planning hier op aan te passen.
  • Maakt realistische inschattingen van tijd, mensen en middelen die nodig zijn om een doel te bereiken.
Toetsvragen
  • Wat waren het afgelopen jaar doelstellingen in je werk? Zijn deze doelstellingen ook bereikt?
  • Hoe heb je bepaald welke taken prioriteit hadden in het afgelopen jaar? Geef hiervan een paar voorbeelden.
  • Komt het wel eens voor dat aan je wordt gevraagd iets te organiseren? Kun je een voorbeeld geven?
  • Beschrijf een voorbeeld van een situatie waarin je de aanvankelijke planning aan moest passen. Welke weerstanden kwam je daarbij tegen? Wat heb je daarmee gedaan?
  • Op welke wijze organiseer je je dagelijkse werk?
  • Kun je een voorbeeld noemen waarin je aangegeven hebt geen tijd voor een extra klus te hebben?
  • Hoe plan je je onderzoek en zorg je dat je de deadlines haalt?
  • Heb je wel eens actief meegewerkt aan een reorganisatie? Hoe zag het scenario voor deze reorganisatie eruit en wat is je inbreng geweest tijdens de voorbereiding van deze reorganisatie?
  • Wat zijn de kritische stappen bij het organiseren van je huidige projectmatige werk?
  • Hoe bereid je je voor op vergaderingen en hoe houd je ze in de hand?
  • Heb je wel eens werkprocedures opgesteld? Hoe heb je deze ingevoerd?
Ontwikkeltips
  • Zorg ervoor, dat je de verantwoordelijkheid krijgt voor het plannen en organiseren van een bepaald onderzoeks- of dienstverleningsproject.
  • Benoem eerst alles dat een rol speelt om je doel te bereiken en cluster deze zaken.
  • Bepaal achtereenvolgens:
  • > De precieze doelstelling van het project.
  • > De benodigde middelen (tijd, mensen, budget e.a.), die nodig zijn om het gestelde doel te bereiken.
  • > De inzet (in termen van tijd en bijdrage) van elke betrokkene.
  • Maak een tijdschema, waarin per dag of week staat aangegeven, wie wat doet, met de benodigde randvoorwaarden. Noteer deadlines en de data waarop producten moeten worden opgeleverd.
  • Wanneer je de planning hebt uitgewerkt (op papier) informeer vervolgens een ieder over de planning en organisatie van het project.
  • Overleg tussentijds met een collega of je manager, of je planning en organisatie aan de verwachtingen en eisen voldoen.
  • Plan bij grotere projecten vaste vergaderdata in.
  • Houd in de planning ruimte voor onvoorziene zaken.
  • Maak actielijsten en vink af en streep door zodra je iets gedaan hebt.
  • Volg een cursus timemanagement of projectmanagement.
  • Zorg ervoor, dat je de verantwoordelijkheid krijgt voor het plannen en organiseren van een bepaald onderzoeks- of dienstverleningsproject.
  • Benoem eerst alles dat een rol speelt om je doel te bereiken en cluster deze zaken.
  • Bepaal achtereenvolgens:~~ > De precieze doelstelling van het project.~~ > De benodigde middelen (tijd, mensen, budget e.a.), die nodig zijn om het gestelde doel te bereiken.~~ > De inzet (in termen van tijd en bijdrage) van elke betrokkene.
  • Maak een tijdschema, waarin per dag of week staat aangegeven, wie wat doet, met de benodigde randvoorwaarden. Noteer deadlines en de data waarop producten moeten worden opgeleverd.
  • Wanneer je de planning hebt uitgewerkt (op papier) informeer vervolgens een ieder over de planning en organisatie van het project.
  • Overleg tussentijds met een collega of je manager, of je planning en organisatie aan de verwachtingen en eisen voldoen.
  • Plan bij grotere projecten vaste vergaderdata in.
  • Houd in de planning ruimte voor onvoorziene zaken.
  • Maak actielijsten en vink af en streep door zodra je iets gedaan hebt.
  • Volg een cursus timemanagement of projectmanagement.
Niveaus
NiveauSchaal
110