Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Ondersteunen van wetenschappers en studenten en faciliteren van wetenschappelijk onderwijs en on-derzoek met producten en diensten, uitgaande van de behoeften van de gebruikersgroepen voor het creëren, beheren en gebruiken van informatie door de gebruikers(groepen), teneinde een gericht en passend informatie- en/of collectieaanbod, alsmede daarop gebaseerde diensten en producten, beschik-baar te stellen.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Uitvoeren van onderzoek op het terrein van wetenschappelijke informatie

Kader
Eigen vraagstelling(en) en/of vraagstelling(en) van (andere) onderzoekers

Resultaat
Adequate beantwoording van de in het onderzoek vervatte vraagstelling(en)

Activiteit
  • Afstemmen met onderzoekers over hun vraagstellingen
  • Uitwerken van eigen vraagstellingen
  • Verrichten van literatuuronderzoek en/of datamining
  • (Mede)publiceren van de onderzoeksresultaten
Kernactiviteit
Opbouwen en onderhouden van een relevant relatienetwerk onder primaire gebruikers(groepen), vooral binnen de eigen instelling

Kader
Doelstellingen van de (wetenschappelijke) informatievoorziening en -infrastructuur van de bibliotheek en/of de instelling

Resultaat
Efficiënt en effectief gebruik van de informatie- en biblio-theeksystemenOptimaal gebruik van de geboden diensten en faciliteiten. Tevreden klanten en een bijdrage aan klantenbinding d.m.v. maatwerk.Inzicht in de gebruikersbehoeften

Activiteit
  • Benaderen van primaire gebruikers
  • Medeontwikkelen van (formele) samenwerkingsverbanden
  • Analyseren van de mogelijkheden van samenwerking met bestaande en potentiële gebruikers
  • Het stimuleren van informatieuitwisseling en samenwerking, o.a. door toepassing van sociale media
  • het bevorderen van effectief en efficiënt gebruik van informatievoorziening, en informatiesystemen
  • Het verrichten van PR-werkzaamheden die de zichtbaarheid en de meerwaarde van de informatie(voorzienings)ondersteuning zichtbaar maken
Kernactiviteit
Ontwikkelen en verzorgen van vaardighedenonderwijs, in het bijzonder informatievaardigheden. Informeren en adviseren van wetenschappers en studenten over (ontwikkelingen in, of op het terrein van) informatiebeheer.

Kader
Regels die de organisatie voor gebruik van de informatie infrastructuur hanteertEindtermen opleidingen van de instellingInstellingsbeleid onderwijs. Internationale normen

Resultaat
Informatievaardige studenten en medewerkers Optimale afstemming op en ondersteuning van het primair onderwijsproces

Activiteit
  • Uitvoeren van onderwijstaken in het vaardighedendomein in het bijzonder informatievaardigheden. Geven van inlichtingen en (specialistische) adviezen aan gebruikers aan de hand van gerichte vragen, catalogi en kennis van collecties, elektronische bestanden, etc.
  • Beantwoorden van inhoudelijke informatieverzoeken van gebruikers
  • Verrichten van literatuuronderzoek en opstellen van attenderingsprofielen in opdracht van in- en externe klanten
  • Verzorgen van instructies aan docenten over informatievaardigheden onderwijs
  • Advisering t.a.v. auteursrechtelijke aspecten van readers
  • Ontwikkelen van tools en toetsen t.b.v. vaardighedenonderwijs
Kernactiviteit
Mede vorm en inhoud geven en stimuleren van de ontwikkeling van het beleid binnen de eigen instelling, faculteit of dienst

Kader
Doelstellingen van de (wetenschappelijke) informatievoorziening en infrastructuur

Resultaat
Optimaliseren van het informatiebeheer en de daarop gebaseerde diensten en producten, waaronder het informatieaanbod

Activiteit
  • Inventariseren en analyseren van wensen van gebruikers(groepen)
  • Volgen van ontwikkelingen binnen de instelling en binnen de (wetenschappelijke) informatievoorziening
  • Schrijven van conceptvoorstellen en afstemmen hierover met de leidinggevende
  • Adviseren over samenwerkingsmogelijkheden met in- en externe organisaties
  • Deelnemen aan (facultaire) commissies en werkgroepen
  • Doen van gebruikersonderzoek en analyseren van gebruiksgegevens met als doel verbetering van informatieaanbod en dienstverlening
Kernactiviteit
Coördineren van de door mede-werkers van de afdeling uit te voeren werkzaamheden

Kader
Verkregen bevoegdheden en richtlijnen

Resultaat
Bevordering van doelmatige, efficiënte en kwalitatief hoog-waardige werkuitvoering

Activiteit
  • Informeren van medewerkers over de te realiseren doelstellingen en resultaten
  • Geven van aanwijzingen en instructies over te volgen werkwijzen en procedures
  • (Laten) maken van roosters en afstemmen van vrije dagen
  • Medebeoordelen van resultaten en toezien op en bevorderen van een kwalitatief en kwantitatief juiste voortgang van werkzaamheden
  • Oplossen of doorgeven van zich voordoende problemen welke niet door medewerkers zelf kunnen of mogen worden opgelost
Kernactiviteit
Mede (door) ontwikkelen, testen en invoeren van nieuwe diensten en producten voor het creëren, beheren en gebruiken van data en informatie in het wetenschappelijk proces of onderwijs.

Kader
Doelstellingen van de (wetenschappelijke) informatievoorziening en ¿infrastructuurGespecificeerde ge-bruik(ers)behoeften

Resultaat
Optimale afstemming van de collectie en dienstverlening op de gebruik(er)swensen

Activiteit
  • Signaleren van problemen/mogelijkheden bij het gebruik van producten en diensten
  • Volgen van ontwikkelingen op het terrein van vernieuwing van de bibliothecaire dienstverlening
  • Bijdragen aan het formuleren van projectdoelstellingen
  • Deelnemen aan projecten.
  • Doen van voorstellen voor ontwikkeling van nieuwe produkten of diensten
  • Waarborgen van de focus van de innovatie op de wensen van (facultaire) gebruikers(groepen).
Kernactiviteit
Doen van voorstellen voor aanpassing van bestaande applicaties of uitbreiding met nieuwe applicaties en deze tot uitvoering brengen

Kader
Gespecificeerde ge-bruik(ers)behoeften

Resultaat
Optimale beschikbaarheid en bruikbaarheid van informatie-systemen

Activiteit
  • Definiëren van ontwerpeisen
  • Deelnemen aan gebruikers- en ontwikkelgroepen
  • Signaleren van problemen in het gebruik
  • Oplossen van gebruikersproblemen met applicaties door instructie gebruikers
  • Opstellen van testplannen en uitvoeren van testen
Kernactiviteit
Analyseren van ontwikkelingen op het terrein van het eigen kennisgebied, beoordelen van het aanbod van wetenschappelijke informatie en/of objecten en het selecteren, beheren en systematiseren van informatie

Kader
Doelstellingen van de (wetenschappelijke) informatievoorziening en infrastructuur(Inter)nationale normen en voorschriftenCollectieprofielen en budgetten

Resultaat
Op de behoeften van gebrui-kers in onderwijs en onderzoek afgestemde, collectie en daarbij passende ontsluitingsvormen.

Activiteit
  • Opstellen en evalueren van het collectie(vormings)profiel van de organisatie (bibliotheek, museum, etc.), het daartoe uitvoeren van evaluaties en gebruikersonderzoeken en het bespreken met interne belanghebbenden
  • Verschaffen van toegang tot in- en externe informatiebronnen, het daartoe classificeren en structureren van collectie(s) en het ontwerpen en onderhouden van ~~trefwoordthesauri
  • Zorgdragen voor het licentiemanagement
  • Uitdragen van naamsbekendheid van collecties
  • Bijdragen aan continue ontwikkeling van methoden van ontsluiting
  • Verrichten van inhoudelijke analyse van publicaties en bibliografisch onderzoek in databases
  • Selecteren en beoordelen van publicaties van mogelijke aankopen, licenties, schenkingen of ruilobjecten aan de hand van catalogi van aanbieders, zichtzendingen van materialen/publicaties door uitgevers, etc.
  • Deselecteren van (bestaande) collecties
  • Zitting hebben in (facultaire) commissie en/of ander relevant (collectie)overleg
Kernactiviteit
Organiseren en inrichten van ten-toonstellingen

Kader
Gespecificeerde ge-brui(kers)behoefte(n)Informatiedoelstellingen van de organisatie/bibliotheek

Resultaat
Vergroting van de bekendheid van de collectie(s) en stimule-ring van het gebruik ervan

Activiteit
  • Selecteren van objecten uit de collectie(s) en deze zonodig aanvullen met objecten van andere collecties
  • Regelen van de aansprakelijkheden, inclusief verzekeringen en afspraken over pre- en conservering, bij beschikbaarstelling aan/door derden
  • Attenderen van gebruikers (schriftelijk/mondeling) op de onderwijs-/onderzoeks-mogelijkheden die de collectie biedt
  • Verzamelen en (laten) creëren van digitaal materiaal t.b.v. een digitale tentoonstelling
Kernactiviteit
Aansturen van in projecten

Kader
OpdrachtspecificatiesEigen discipline/vakgebied

Resultaat
Efficiënt en effectief gerealiseerde projectdoelstellingen

Activiteit
  • Formuleren van projectdoelstellingen en opzetten van een projectstructuur en
  • planning
  • Aansturen en coördineren van de projectuitvoering
  • Communiceren over en draagvlak creëren voor het project
  • Verslag uitbrengen van de voortgang van projectuitvoering en evalueren van de eindresultaten na afgesproken periode(s)
  • Zorgdragen voor afstemming van het project met andere werkterreinen
Kernactiviteit
Coachen en vakinhoudelijk bege-leiden van minder ervaren collega¿s

Kader
Eigen discipline/vakgebied

Resultaat
Bevordering van de vakinhou-delijke/professionele ontwikkeling van collega¿s

Activiteit
  • Geven van feedback aan minder ervaren collega¿s
  • Informeren van nieuwe of minder ervaren collega¿s over (nieuwe) processen of methoden van werken
  • Optreden als vraagbaak voor andere collega¿s voor operationele en vakinhoudelijke problemen
  • Overdragen van vakinhoudelijke en procesmatige kennis aan nieuwe of minder ervaren collega¿s
Kernactiviteit
Adviseren over determinatie, con-servering, preservering en digitalisering

Kader
Gangbare methoden en opvattingen en het preserveringsmanagement-beleidsplan

Resultaat
Gebruik van de collectie(s) dat blijvende toegankelijkheid en bruikbaarheid bevordert

Activiteit
  • Aan de hand van offertes zorgdragen voor de uitvoering van bind- en herstelwerkzaamheden en andere conserverings- en preparatieopdrachten
  • Toezien op de uitvoering van determinatie-, etikettering-, conserverings- en preparatiewerkzaamheden
  • Adviseren over (het scheppen van) optimale bewaarcondities en voorwaarden voor beschikbaarstelling
  • Medeopstellen van het meerjarige preserveringsmanagementbeleidsplan
  • Zonodig verwerven van externe middelen voor conservering en digitalisering
Kernactiviteit
Informeren, adviseren en assisteren van onderzoekers met betrekking tot het creëren, beschrijven, publiceren, opslaan, vinden, gebruiken en hergebruiken, behandelen, ver-zorgen en archiveren van resultaten van wetenschappelijk onderzoek.

Kader
Doelstellingen wetenschappelijke informatievoorziening en ¿infrastructuurOnderzoeksbeleidNationale afspraken, internationale standaarden

Resultaat
Structureel en toekomstvast beschreven, hervindbaar en herbruikbaar gemaakte wetenschappelijke data en output van de instelling Optimale afstemming op - en ondersteuning van het primaire proces.Algemene en disciplinespeci-fieke onderzoeksondersteuning

Activiteit
  • Adviseren over auteursrecht, publicatietypen en strategieën, metadateren en duurzaam beheren in verband met wetenschappelijke output
  • Adviseren over en bevorderen van de omslag naar Open Access beschikbaarheid van de eigen wetenschappelijke output
  • Inrichten en ondersteunen van een informatiepunt voor onderzoeksdata (afhankelijk van de zwaarte en het aandachtsgebied is dit bijvoorbeeld een datacentrum, een data helpdesk, of een financial data support center).
  • Ontwikkelen van trainingen voor het gebruik van databanken.
  • Deelnemen aan projecten
  • Deelnemen aan nationale en internationale samenwerkingsverbanden
  • Leveren van bijdragen aan de ontwikkeling van de onderzoeksinfrastructuur.
  • Ondersteunen van het (wetenschappelijk) onderzoek door een beleid van gericht attenderen op bijzondere c.q. onbekende aspecten van de collectie
  • Zorgdragen voor het uitgeven van publicaties
  • Voorlichting over en waar nodig training in het gebruik van specifieke databanken.
  • Ondersteun en en/of leveren van bijdragen aan de ontwikkeling van onderzoek(sinfrastructuur)
Competenties
Omschrijving
Ontleden van situaties of een hoeveelheid informatie in hoofd- en bijzaken. Zien van onderlinge verbanden en doordringen tot de kern.

Gedragsindicatoren
  • Maakt in informatie onderscheid tussen hoofd- en bijzaken.
  • Ontleedt een vraagstuk of probleemsituatie tot de kern.
  • Controleert vanuit meerdere invalshoeken of een geconstateerd probleem ook daadwerkelijk het echte probleem is.
  • Beschrijft de interne samenhang tussen onderdelen van een probleem of vraagstuk.
  • Stelt gerichte vragen om de mogelijke oorzaken te achterhalen van een complex vraagstuk.
  • Geeft duidelijk de gevolgen van een bepaalde keuze aan.
Toetsvragen
  • Met welk belangrijk probleem heb je het afgelopen jaar te maken gehad? Beschrijf deze situatie eens. Welke stappen heb je bij de inventarisatie van het probleem genomen? Wat was de oorzaak van het probleem volgens jou?
  • Welke informatie is voor jou van belang om je functie goed te kunnen uitoefenen? Hoe heb je je van deze informatie op de hoogte gesteld en van welke informatiebronnen heb je gebruik gemaakt?
  • Over welke beslissing heb je de laatste maanden lang moeten nadenken? Welke zaken heb je toen allemaal tegen elkaar afgewogen?
  • Welke van de door jouw genomen beslissingen was het belangrijkste in het afgelopen jaar? Waren er nog andere mogelijkheden die je hebt overwogen? Wat waren de redenen dat je juist die
  • beslissing hebt genomen?
Ontwikkeltips
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
Omschrijving
Ideeën en informatie op heldere wijze presenteren, rekening houdend met de doelgroep.

Gedragsindicatoren
  • Geeft de essentie van een complexe zaak beknopt weer.
  • Heeft aandacht voor de vorm, opbouw en structuur waarin een boodschap wordt overgebracht.
  • Stemt de inhoud van de presentatie goed af op de verwachtingen van de doelgroep.
  • Maakt tijdens presentaties contact met het publiek door mensen uit te nodigen tot vragen en reacties.
  • Zorgt voor afwisseling in presentatiewijzen.
  • Gebruikt aansprekende taal en voorbeelden zodat anderen geboeid luisteren.
Toetsvragen
  • Heb je het afgelopen jaar presentaties gegeven? Hoe vaak? Waarover? Ging dat gemakkelijk?
  • Wanneer vind je een presentatie geslaagd?
  • Is presenteren onderdeel geweest van je functie-evaluaties? Wat hield de beoordeling daarvan in?
  • Kun je een presentatie geven van 2-3 minuten over je motivatie voor deze functie?
  • Hoe draag jij je kennis over in een hoorcollege? Hanteer je daarbij specifieke technieken?
Ontwikkeltips
  • Bereid je presentatie goed voor. Ken je toehoorders en houd die bij de voorbereiding in je achterhoofd. Zorg voor een krachtige kop, een goed gestructureerde romp en een onvergetelijke staart.
  • Ook al zie je er tegen op, neem af en toe het initiatief om een presentatie te houden. Begin klein en 'veilig'. Bijvoorbeeld door bij interne aangelegenheden te speechen. Maak er geen geheim van dat je het spannend vindt. Vraag expliciet feedback op je presentatie.
  • Zoek literatuur op het gebied van presentatietechnieken. Volg een cursus. Vraag collega's, die hier minder moeite mee hebben naar `basispresentaties', zodat je je energie minder op de inhoud hoeft te richten en je kunt concentreren op de wijze waarop je presenteert.
  • Oefen zo vaak als mogelijk.
  • Gebruik visuele middelen als hulpmiddel. Overvoer je publiek niet.
  • Maak oogcontact met je toehoorders, zorg voor interactiemomenten.
  • Vraag een collega die ervaring heeft met presenteren om een presentatie van je bij te wonen en je feedback te geven. Bv. op logica in opbouw, gebruik van hulpmiddelen, aandacht publiek, presentatiestijl e.d.
  • Maak een presentatie en spreek deze door met je leidinggevende.
  • Let bij het maken van een presentatie op aspecten als wat is het doel van je presentatie, aansluiting bij verwachtingen en kennisniveau van de doelgroep, duidelijk opzet (kop-romp-staart), lengte, prikkelende start en pakkend eind, passende hulpmiddelen e.d.
  • Bereid je presentatie goed voor. Ken je toehoorders en houd die bij de voorbereiding in je achterhoofd. Zorg voor een krachtige kop, een goed gestructureerde romp en een onvergetelijke staart.
  • Ook al zie je er tegen op, neem af en toe het initiatief om een presentatie te houden. Begin klein en 'veilig'. Bijvoorbeeld door bij interne aangelegenheden te speechen. Maak er geen geheim van dat je het spannend vindt. Vraag expliciet feedback op je presentatie.
  • Zoek literatuur op het gebied van presentatietechnieken. Volg een cursus. Vraag collega's, die hier minder moeite mee hebben naar `basispresentaties', zodat je je energie minder op de inhoud hoeft te richten en je kunt concentreren op de wijze waarop je presenteert.
  • Oefen zo vaak als mogelijk.
  • Gebruik visuele middelen als hulpmiddel. Overvoer je publiek niet.
  • Maak oogcontact met je toehoorders, zorg voor interactiemomenten.
  • Vraag een collega die ervaring heeft met presenteren om een presentatie van je bij te wonen en je feedback te geven. Bv. op logica in opbouw, gebruik van hulpmiddelen, aandacht publiek, presentatiestijl e.d.
  • Maak een presentatie en spreek deze door met je leidinggevende.
  • Let bij het maken van een presentatie op aspecten als wat is het doel van je presentatie, aansluiting bij verwachtingen en kennisniveau van de doelgroep, duidelijk opzet (kop-romp-staart), lengte, prikkelende start en pakkend eind, passende hulpmiddelen e.d.
Omschrijving
Wensen en behoeften van klanten herkennen en hiervan blijk geven in het handelen.

Gedragsindicatoren
  • Stelt zich dienstverlenend op.
  • Biedt ongevraagd extra service.
  • Vraagt door tot een compleet beeld ontstaat van de wensen van de klant.
  • Komt met voorstellen die inspelen op de belangen van of ontwikkelingen bij de klant (levert maatwerk).
  • Vertaalt mogelijkheden van producten of diensten in voordelen voor de klant.
  • Gaat na of aan de wensen van de klant is voldaan.
Toetsvragen
  • Heb je wel eens extra inspanningen moeten leveren om een klant tevreden te stellen?
  • Welke eigenschappen zijn volgens jou belangrijk om goed met klanten om te kunnen gaan? Kun je een situatie beschrijven waarin je deze eigenschappen hebt gebruikt? Wanneer werkte dit wel/niet?
  • Beschrijf de laatste keer dat je te maken kreeg met een lastige klant? Hoe ben je daar mee om gegaan?
  • Wat was een kritieke situatie voor u met een klant? Beschrijf die eens.
Ontwikkeltips
  • Stel je op de hoogte van de belangen, wensen en behoeften van je klanten. Hoe meer achtergronden je kent, des te gemakkelijker kun je anticiperen op wensen en behoeften. Stel voldoende vragen.
  • Vraag naar de doelstellingen van je klanten. Weet welke kenmerken van je product of dienst de klant het belangrijkst vindt. Weet wat je klanten van de producten en diensten vinden.
  • Stel jezelf op de hoogte van de diensten en producten die de organisatie te bieden heeft. Geef eens in vijf zinnen aan wat je belangrijkste diensten/producten zijn.
  • Neem een collega mee naar een gesprek met een klant om zo beter in te kunnen gaan op de klantvraag. Spreek vooraf een rolverdeling af.
  • Bedenk, samen met anderen, hoe de service voor klanten verbeterd kan worden. Stel vast wat de kosten en baten zijn van de verschillende voorstellen. Voer vervolgens alleen die verbeteracties door waarvan de baten veel groter zijn dan de kosten.
  • Zorg ervoor dat je goed afstemt met andere teams en organisatieonderdelen, Spreek met elkaar af dat klanten naar de juiste persoon binnen de organisatie doorverwezen worden.
  • Bespreek geleverde diensten of producten met klanten na en bedenk zonodig verbeterpunten.
  • Houd een tevredenheidonderzoek voor de activiteiten die je uitvoert voor klanten.
  • Wees duidelijk over wat je voor klanten kunt betekenen, leg dit eventueel schriftelijk vast en houd je daaraan.
  • Stel je op de hoogte van de belangen, wensen en behoeften van je klanten. Hoe meer achtergronden je kent, des te gemakkelijker kun je anticiperen op wensen en behoeften. Stel voldoende vragen.
  • Vraag naar de doelstellingen van je klanten. Weet welke kenmerken van je product of dienst de klant het belangrijkst vindt. Weet wat je klanten van de producten en diensten vinden.
  • Stel jezelf op de hoogte van de diensten en producten die de organisatie te bieden heeft. Geef eens in vijf zinnen aan wat je belangrijkste diensten/producten zijn.
  • Neem een collega mee naar een gesprek met een klant om zo beter in te kunnen gaan op de klantvraag. Spreek vooraf een rolverdeling af.
  • Bedenk, samen met anderen, hoe de service voor klanten verbeterd kan worden. Stel vast wat de kosten en baten zijn van de verschillende voorstellen. Voer vervolgens alleen die verbeteracties door waarvan de baten veel groter zijn dan de kosten.
  • Zorg ervoor dat je goed afstemt met andere teams en organisatieonderdelen, Spreek met elkaar af dat klanten naar de juiste persoon binnen de organisatie doorverwezen worden.
  • Bespreek geleverde diensten of producten met klanten na en bedenk zonodig verbeterpunten.
  • Houd een tevredenheidonderzoek voor de activiteiten die je uitvoert voor klanten.
  • Wees duidelijk over wat je voor klanten kunt betekenen, leg dit eventueel schriftelijk vast en houd je daaraan.
Omschrijving
Gericht zijn op het realiseren van doelstellingen en kwalitatieve en kwantitatieve resultaten.

Gedragsindicatoren
  • Vertaalt doelen in concreet meetbare of zichtbare resultaten.
  • Stelt in een overleg vast wat de afspraken zijn (wie doet wat wanneer).
  • Spreekt anderen aan bij niet behaalde of tegenvallende resultaten.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.
  • Maakt efficiënt gebruik van beschikbare tijd en middelen.
  • Realiseert doelstellingen volgens planning.
Toetsvragen
  • Wanneer ben je tevreden over je werk?
  • Kun je een situatie voor de geest halen waarin je de eisen aan jezelf te hoog of te laag had gesteld?
  • In welke situatie heb je niet aan je eigen eisen kunnen voldoen? Wat heb je toen gedaan?
  • Wat trekt je aan in deze functie? Wat zijn je beweegredenen om deze functie te ambiëren? Wat heb je gedaan om kennis en ervaring voor deze functie te verwerven?
  • Op welke wijze past deze functie in je loopbaanplanning?
  • Heb je recent iemand beoordeeld op zijn prestaties? Wat was daarbij volgens jou het onderscheid tussen een goede en een gemiddelde prestatie?
  • Welk voorstel voor de verbetering van de productkwaliteit heb je de afgelopen periode gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat de kwaliteit niet goed was van een deelproduct? Wat heb je toen gedaan?
  • Heb je wel eens in een team gefunctioneerd? Wat waren je verwachtingen van je teamgenoten in die situatie? Kwamen die uit? En zo niet, heb je betrokken teamleden daarop aangesproken?
Ontwikkeltips
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
Niveaus
NiveauSchaal
111
39
48