Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Plannen en coördineren van onderwijsactiviteiten, op basis van (delen) van het onderwijsprogramma, ter bevordering van een doelmatig, efficiënt en kwalitatief hoogwaardig onderwijsproces en onderwijsuitvoering.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Adviseren en ondersteunen van onderwijsverantwoordelijken bij het opzetten, invoeren en onderhouden van (een) kwaliteitssyste(e)m(en)

Kader
Vraagstelling en aard van de (te ontwikkelen) systemen

Resultaat
Systematiek die voldoet aan criteria als toepasbaarheid, validiteit, inzichtelijkheid, herhaalbaarheid en toegevoegde waarde

Activiteit
  • Inventariseren en analyseren van de aard van knelpunten
  • Onderzoeken van mogelijkheden tot systematische verbetering
  • Onderzoeken en evalueren van bestaande kwaliteitssystemen
  • Ondersteunen en adviseren bij ontwikkeling en implementatie
  • Registreren en bewaken van procedures
Kernactiviteit
Organiseren van de personele bezetting en benodigde faciliteiten ten behoeve van het verzorgen van onderwijs

Kader
Curricula, cursussen en lesprogramma’s Toegewezen financiële middelen

Resultaat
Optimale uitvoering van de verschillende cursussen volgens de opgestelde kwaliteitsnormen

Activiteit
  • Opstellen van roosters en coördineren van de inzet van docenten
  • Coördineren en organiseren van kennismakingsgesprekken, tentamineringen, examens, bijzondere verplichtingen, mentoraten etc.
  • Maken van afspraken met onderwijsverantwoordelijken ten aanzien van inzet docenten
  • Maken van afspraken met onderwijsverantwoordelijken inzake gebruik huisvesting, IT, audiovisuele hulpmiddelen en andere faciliteiten
  • Opstellen van managementinformatie inzake capaciteit, tekorten en veranderingsbehoeften
Kernactiviteit
Analyseren van knelpunten en mogelijke verbeteringen in de inrichting en exploitatie van het onderwijs

Kader
Onderwijsprogramma

Resultaat
Stimulering van de logistieke en organisatorische verbetering en vernieuwing van het onderwijsproces

Activiteit
  • Analyseren van ontwikkelingen en oorzaken, knelpunten; vaststellen van mogelijke impact op onderwijs(proces)
  • Schrijven van verbetervoorstellen voor de gesignaleerde knelpunten
  • Adviseren van onderwijsverantwoordelijken over verbeteringen en oplossingen
  • Afstemmen met in- en externe betrokkenen over raakvlakken, voorwaarden voor en effecten van voorgestelde verbeteringen of oplossingen
Kernactiviteit
Bijdragen aan de ontwikkeling van het huidige en gewenste onderwijsprogramma

Kader
Strategische (onderwijs)doelstellingen en richtlijnen

Resultaat
Bruikbaar/onderbouwd advies over vormgeving van een onderwijsprogramma

Activiteit
  • Analyseren van ontwikkelingen en oorzaken, knelpunten; vaststellen van mogelijke impact op onderwijs(doelen)
  • Schrijven van verbetervoorstellen voor de gesignaleerde knelpunten
  • Adviseren van onderwijsverantwoordelijken over verbeteringen en oplossingen
  • Afstemmen met in- en externe betrokkenen over raakvlakken, voorwaarden voor en effecten van voorgestelde verbeteringen of oplossingen
Kernactiviteit
Verschaffen van informatie aan studenten en cursisten over het onderwijsproces

Kader
Geldende richtlijnen en procedures Curricula, cursussen en lesroosters

Resultaat
Adequate informatieoverdracht

Activiteit
  • Stellen van vragen aan de student om de informatiebehoefte te inventariseren en afhandelen van voorkomende vragen van studenten (balie, e-mail en telefoon)
  • Verschaffen van informatie over bijvoorbeeld roosters, locaties etc.
  • Opvragen van informatie bij interne en/of externe instanties om een student informatie te kunnen verschaffen
  • Doorverwijzen van betrokkene naar en afspraken maken voor betrokkenen met interne deskundigen
Kernactiviteit
Organiseren, voorbereiden en vastleggen van commissievergaderingen

Kader
Geldende richtlijnen en procedures

Resultaat
Bevordering van een adequate afhandeling van individuele aanvragen

Activiteit
  • Voorbereiden van commissievergaderingen
  • Verwerken van de door de commissie genomen besluiten
  • Informeren van studenten en de met de uitvoering belaste afdelingen
  • Behandelen van klachten van studenten en cursisten
Kernactiviteit
Vastleggen en beheren van studentengegevens

Kader
Administratieve procedures en richtlijnen Administratieve systemen

Resultaat
Beschikbaarheid studentengegevens en informatie

Activiteit
  • Leveren van administratieve ondersteuning aan docenten, waaronder de opstelling van het zalenrooster en zaalreservering, leveren van overzichten van aan het onderwijs deelnemende studenten/cursisten en administratieve verwerking van het studiemateriaal (readers, studiehandleidingen)
  • Zorgdragen voor het logistieke proces van de studiegids en informatievoorziening op de webpagina van de faculteit
  • Bijhouden van de studievoortgangsregistratie en de practicum- en onderwijsadministratie
  • Administratieve voorbereiding en afhandeling van de examens, alsmede de archivering van alle daarbij behorende bescheiden
Kernactiviteit
Adviseren en begeleiden van studenten bij problemen op het gebied van studeren en studentenleven

Kader
Door andere deskundigen opgestelde procedures en naslagwerken/handboeken Afspraken met studenten-decanen

Resultaat
Studenten zijn in staat gesteld om oplossingen van problemen te realiseren

Activiteit
  • In gesprek met de student inventariseren en analyseren van de (volledige) adviesbehoefte - Adviseren bij eenduidige problemen inzake bijvoorbeeld inschrijving, vooropleiding, loting en selectie, (studie)financiering, studentenvoorzieningen en afstuderen
  • Voeren van individuele gesprekken op het gebied van toelating (‘admission office’) en opstellen van profielen van studenten
  • Afstemmen met en doorverwijzen naar examencommissie van de faculteit of externe instanties
  • Begeleiden van (buitenlandse) studenten in verband met toelatingseisen en andere problemen
Competenties
Omschrijving
Ontleden van situaties of een hoeveelheid informatie in hoofd- en bijzaken. Zien van onderlinge verbanden en doordringen tot de kern.

Gedragsindicatoren
  • Maakt in informatie onderscheid tussen hoofd- en bijzaken.
  • Ontleedt een vraagstuk of probleemsituatie tot de kern.
  • Controleert vanuit meerdere invalshoeken of een geconstateerd probleem ook daadwerkelijk het echte probleem is.
  • Beschrijft de interne samenhang tussen onderdelen van een probleem of vraagstuk.
  • Stelt gerichte vragen om de mogelijke oorzaken te achterhalen van een complex vraagstuk.
  • Geeft duidelijk de gevolgen van een bepaalde keuze aan.
Toetsvragen
  • Met welk belangrijk probleem heb je het afgelopen jaar te maken gehad? Beschrijf deze situatie eens. Welke stappen heb je bij de inventarisatie van het probleem genomen? Wat was de oorzaak van het probleem volgens jou?
  • Welke informatie is voor jou van belang om je functie goed te kunnen uitoefenen? Hoe heb je je van deze informatie op de hoogte gesteld en van welke informatiebronnen heb je gebruik gemaakt?
  • Over welke beslissing heb je de laatste maanden lang moeten nadenken? Welke zaken heb je toen allemaal tegen elkaar afgewogen?
  • Welke van de door jouw genomen beslissingen was het belangrijkste in het afgelopen jaar? Waren er nog andere mogelijkheden die je hebt overwogen? Wat waren de redenen dat je juist die
  • beslissing hebt genomen?
Ontwikkeltips
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
Omschrijving
Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag, teleurstelling of tegenspel.

Gedragsindicatoren
  • Blijft gestructureerd werken wanneer verschillende mensen tegelijk een beroep doen op zijn/haar bijdrage of inzet.
  • Blijft kalm en effectief werken als deadlines naderen.
  • Blijft beheerst en zelfverzekerd reageren bij spanningen en emoties.
  • Herstelt snel na een tegenslag of teleurstelling.
  • Behoudt het overzicht in crisissituaties.
  • Reageert rustig bij tegenspel of persoonlijke verwijten.
Toetsvragen
  • Waarover heb je je het meest opgewonden de laatste tijd?
  • Hoe ga je om met spanningen op het werk? Geef daar eens een voorbeeld van?
  • Welke omstandigheden belemmeren je in je werk? Kun je meer vertellen over een dergelijke situatie?
  • Geef eens een situatie weer waarin je geconfronteerd werd met sterke tegenstand tijdens een discussie.
  • Ben je wel eens geconfronteerd met een spanningsvolle situatie zoals een ongeluk, een verdrietige situatie binnen je werk etc. Wat heb je toen gedaan?
  • Kun je je nog een moeilijke of zware dag herinneren. Op welke manier heb je je na die dag kunnen ontspannen?
  • Wat was de laatste keer dat je je geduld hebt verloren? Waarom was dat?
  • Allemaal raken we wel een keer gefrustreerd of ongeduldig. Wanneer deed zich dat bij jou de laatste keer voor? Wat was er toen gebeurd?
  • Kun je een onderdeel van je werk benoemen dat werkelijk aan tijd is gebonden? Hoe ga je hiermee om?
  • Heb je wel eens het gevoel, dat men je onder druk zet?
  • Kun je je een felle discussie voor de geest halen waaraan je hebt deelgenomen? Hoe heb je je hierin opgesteld?
  • Heb je wel eens onrecht ervaren. Wat heb je toen gedaan?
Ontwikkeltips
  • Schrijf je werkzaamheden op en noteer daarbij wanneer je stress voelt. Zo kan het zijn dat als je net in een moeilijke vergadering hebt gezeten, je weerstand tegen een volgende stressvolle situatie al flink gedaald is. Probeer dat soort situaties in kaart te brengen zodat je je er innerlijk op kunt voorbereiden en bij de eerste stresssignalen bewust een stapje terug kunt doen in:
  • -> van jezelf iets 'moeten'
  • -> concentratie
  • -> veelheid van zaken die je bewust onder controle wilt houden
  • Doe bij stress door tijdsdruk iets aan tijdverslinders:
  • -> doe je deur dicht als je je ergens op moet concentreren
  • -> zeg 'nee' en spreek een ander tijdstip af als je niet gestoord wilt worden
  • -> bereid je voor op gesprekken
  • -> benoem de agendapunten aan het begin van het gesprek
  • -> spreek een tijdsduur af
  • Probeer stressvolle situaties beter onder controle te krijgen door middel van:
  • -> je goed inhoudelijk voor te bereiden
  • -> de mogelijke knelpunten en belangen tevoren te analyseren
  • -> je werk beter te plannen
  • -> zaken waar mogelijk te delegeren
  • -> de voortgang te bewaken
  • -> begrip te tonen voor je tegenspeler(s)
  • -> helderheid te vragen of te krijgen over onduidelijke zaken
  • Durf 'nee' te zeggen.
  • Bereid gesprekken, bijeenkomsten en vergaderingen goed voor.
  • Vraag steun aan jouw omgeving en pak irritaties aan.
  • Vraag bedenktijd voor het nemen van beslissingen
  • Hak knopen door.
  • Bedenk dat goed, vaak goed genoeg is.
  • Voorkom stress door goed te plannen en te organiseren. Overzicht geeft rust.
  • Plan momenten van ontspanning.
  • Volg een cursus time management.
  • Schrijf je werkzaamheden op en noteer daarbij wanneer je stress voelt. Zo kan het zijn dat als je net in een moeilijke vergadering hebt gezeten, je weerstand tegen een volgende stressvolle situatie al flink gedaald is. Probeer dat soort situaties in kaart te brengen zodat je je er innerlijk op kunt voorbereiden en bij de eerste stresssignalen bewust een stapje terug kunt doen in:~~ -> van jezelf iets 'moeten'~~ -> concentratie~~ -> veelheid van zaken die je bewust onder controle wilt houden
  • Doe bij stress door tijdsdruk iets aan tijdverslinders:~~ -> doe je deur dicht als je je ergens op moet concentreren ~~ -> zeg 'nee' en spreek een ander tijdstip af als je niet gestoord wilt worden~~ -> bereid je voor op gesprekken~~ -> benoem de agendapunten aan het begin van het gesprek~~ -> spreek een tijdsduur af
  • Probeer stressvolle situaties beter onder controle te krijgen door middel van: ~~ -> je goed inhoudelijk voor te bereiden ~~ -> de mogelijke knelpunten en belangen tevoren te analyseren~~ -> je werk beter te plannen~~ -> zaken waar mogelijk te delegeren~~ -> de voortgang te bewaken ~~ -> begrip te tonen voor je tegenspeler(s)~~ -> helderheid te vragen of te krijgen over onduidelijke zaken
  • Durf 'nee' te zeggen.
  • Bereid gesprekken, bijeenkomsten en vergaderingen goed voor.
  • Vraag steun aan jouw omgeving en pak irritaties aan.
  • Vraag bedenktijd voor het nemen van beslissingen
  • Hak knopen door.
  • Bedenk dat goed, vaak goed genoeg is.
  • Voorkom stress door goed te plannen en te organiseren. Overzicht geeft rust.
  • Plan momenten van ontspanning.
  • Volg een cursus time management.
Omschrijving
Er in slagen anderen te winnen voor ideeën en plannen.

Gedragsindicatoren
  • Brengt zijn of haar voorstellen met enthousiasme.
  • Komt met relevante argumenten op het juiste moment.
  • Gaat in op vragen of twijfels bij zijn of haar gesprekspartner.
  • Hanteert verschillende argumenten en gedragsstijlen om anderen mee te krijgen.
  • Reageert constructief op negatieve reacties door te vragen naar achterliggende argumenten.
  • Benut de juiste sleutelfiguren om mensen en groepen mee te krijgen.
Toetsvragen
  • Wat is volgens jou je beste voorstel, dat door anderen is overgenomen? Hoe heb je dat bij hen aangekaart?
  • Wat was je beste voorstel dat niet werd geaccepteerd? Waarom werd het niet geaccepteerd?
  • In discussies gaat iedereen uit van zijn eigen gelijk. Hoe lukt het jou om anderen mee te krijgen voor jouw standpunt?
  • Kun je jouw moeilijkste ervaring met het veranderen van iemands plannen beschrijven? Wat heb je allemaal geprobeerd om je doel toch te kunnen bereiken?
  • Welke eigenschappen zijn nodig om te kunnen overtuigen? Waarom?
  • Hoe heb je in het laatste jaar vanuit je functie anderen overtuigd? Geef eens een voorbeeld.
  • Hoe overtuig je een groep? Geef eens een voorbeeld.
  • Wat is volgens jou de beste benadering om een impopulair standpunt te verkopen? Kun je iets vertellen over een situatie waarin je hiermee te maken hebt gehad?
Ontwikkeltips
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
Omschrijving
Overzien van werkzaamheden; doelen en prioriteiten stellen. Activiteiten, tijd en middelen plannen.

Gedragsindicatoren
  • Brengt prioriteit aan door hoofd- en bijzaken te onderscheiden.
  • Denkt van te voren zorgvuldig na hoe iets planmatig aan te pakken.
  • Formuleert meetbare doelstellingen voor zichzelf en voor anderen.
  • Schept randvoorwaarden om taken ordelijk en efficiënt af te werken.
  • Anticipeert op onverwachte gebeurtenissen door de planning hier op aan te passen.
  • Maakt realistische inschattingen van tijd, mensen en middelen die nodig zijn om een doel te bereiken.
Toetsvragen
  • Wat waren het afgelopen jaar doelstellingen in je werk? Zijn deze doelstellingen ook bereikt?
  • Hoe heb je bepaald welke taken prioriteit hadden in het afgelopen jaar? Geef hiervan een paar voorbeelden.
  • Komt het wel eens voor dat aan je wordt gevraagd iets te organiseren? Kun je een voorbeeld geven?
  • Beschrijf een voorbeeld van een situatie waarin je de aanvankelijke planning aan moest passen. Welke weerstanden kwam je daarbij tegen? Wat heb je daarmee gedaan?
  • Op welke wijze organiseer je je dagelijkse werk?
  • Kun je een voorbeeld noemen waarin je aangegeven hebt geen tijd voor een extra klus te hebben?
  • Hoe plan je je onderzoek en zorg je dat je de deadlines haalt?
  • Heb je wel eens actief meegewerkt aan een reorganisatie? Hoe zag het scenario voor deze reorganisatie eruit en wat is je inbreng geweest tijdens de voorbereiding van deze reorganisatie?
  • Wat zijn de kritische stappen bij het organiseren van je huidige projectmatige werk?
  • Hoe bereid je je voor op vergaderingen en hoe houd je ze in de hand?
  • Heb je wel eens werkprocedures opgesteld? Hoe heb je deze ingevoerd?
Ontwikkeltips
  • Zorg ervoor, dat je de verantwoordelijkheid krijgt voor het plannen en organiseren van een bepaald onderzoeks- of dienstverleningsproject.
  • Benoem eerst alles dat een rol speelt om je doel te bereiken en cluster deze zaken.
  • Bepaal achtereenvolgens:
  • > De precieze doelstelling van het project.
  • > De benodigde middelen (tijd, mensen, budget e.a.), die nodig zijn om het gestelde doel te bereiken.
  • > De inzet (in termen van tijd en bijdrage) van elke betrokkene.
  • Maak een tijdschema, waarin per dag of week staat aangegeven, wie wat doet, met de benodigde randvoorwaarden. Noteer deadlines en de data waarop producten moeten worden opgeleverd.
  • Wanneer je de planning hebt uitgewerkt (op papier) informeer vervolgens een ieder over de planning en organisatie van het project.
  • Overleg tussentijds met een collega of je manager, of je planning en organisatie aan de verwachtingen en eisen voldoen.
  • Plan bij grotere projecten vaste vergaderdata in.
  • Houd in de planning ruimte voor onvoorziene zaken.
  • Maak actielijsten en vink af en streep door zodra je iets gedaan hebt.
  • Volg een cursus timemanagement of projectmanagement.
  • Zorg ervoor, dat je de verantwoordelijkheid krijgt voor het plannen en organiseren van een bepaald onderzoeks- of dienstverleningsproject.
  • Benoem eerst alles dat een rol speelt om je doel te bereiken en cluster deze zaken.
  • Bepaal achtereenvolgens:~~ > De precieze doelstelling van het project.~~ > De benodigde middelen (tijd, mensen, budget e.a.), die nodig zijn om het gestelde doel te bereiken.~~ > De inzet (in termen van tijd en bijdrage) van elke betrokkene.
  • Maak een tijdschema, waarin per dag of week staat aangegeven, wie wat doet, met de benodigde randvoorwaarden. Noteer deadlines en de data waarop producten moeten worden opgeleverd.
  • Wanneer je de planning hebt uitgewerkt (op papier) informeer vervolgens een ieder over de planning en organisatie van het project.
  • Overleg tussentijds met een collega of je manager, of je planning en organisatie aan de verwachtingen en eisen voldoen.
  • Plan bij grotere projecten vaste vergaderdata in.
  • Houd in de planning ruimte voor onvoorziene zaken.
  • Maak actielijsten en vink af en streep door zodra je iets gedaan hebt.
  • Volg een cursus timemanagement of projectmanagement.
Niveaus
NiveauSchaal
110