Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Ontwikkelen van programma(s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan en na afstemming met de capaciteitsgroepen onder verantwoordelijkheid van de directeur van het onderwijsinstituut, teneinde kwalitatief hoogwaardig onderwijs te bieden binnen de opleiding(en).
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Opstellen, implementeren en uitvoeren van het door de decaan vastgestelde onderwijsbeleid

Kader
Strategische (onderwijs) doelstellingen richtlijnen

Resultaat
Stimulering van de inhoudelijke en didactische verbetering en vernieuwing van het onderwijs

Activiteit
  • Analyseren van ontwikkelingen en oorzaken, knelpunten; vaststellen van mogelijke impact op onderwijs(doelen)
  • Opstellen van een probleemdefinitie
  • Afstemmen met in- en externe betrokkenen over raakvlakken, voorwaarden voor en effecten van voorgesteld beleid
  • Concipiëren van voorstellen voor nieuw onderwijsbeleid
Kernactiviteit
Opstellen, implementeren en uitvoeren van het door de decaan vastgestelde studentenbeleid

Kader
Facultaire onderwijsprogrammaBeschikbare financiële middelen

Resultaat
Optimale kwantitatieve en kwalitatieve in-, door- en uitstroom van studenten

Activiteit
  • Uitwerken van voorlichtingsprogramma;s voor potentiële studenten, ouders, HBO/WO-docenten
  • Initiëren van imago-, wervingsdoelstellingen en –instrumenten
  • Bepalen instroomniveau student en bijbehorende criteria
  • Uitwerking van algemene richtlijnen ten behoeve van studentenbegeleiding en studie-~~advisering
Kernactiviteit
Bijdragen aan de ontwikkeling en inrichting van het huidige en gewenste onderwijsprogramma

Kader
Strategische (onderwijs) doelstellingen en richtlijnen

Resultaat
Bruikbaar/onderbouwd advies over inrichting en vormgeving van een onderwijsprogramma

Activiteit
  • Inventariseren van het programma van eisen
  • Definiëren van de contouren van het onderwijsprogramma
  • Plannen en coördineren van de ontwikkeling en implementatie van het vastgestelde ~~onderwijsprogramma
  • Overleg voeren met Decaan, Directeur onderwijsinstituut, voorzitters capaciteitsgroe-~~pen, afdelingshoofden, docenten en studenten
  • Ondersteunen bij de uitwerking en uitvoering van het vastgestelde onderwijsprogram-~~ma
Kernactiviteit
Ontwikkelen van nieuwe curricula en lesprogramma's

Kader
Bestaand curriculumOnderwijsdoelstellingen en kwaliteitsmaatstaven voor nieuwe curricula, op basis van vereisten van de faculteit, de wetenschap, het werkveld en de behoeften van de student

Resultaat
Nieuwe uitgewerkte (delen van) curricula, cursussen en (les)programma's

Activiteit
  • Formuleren van eindtermen en doelen van curricula, cursussen of onderwijseenheden
  • Analyseren van doelstellingen en opzetten van hoofdlijnen
  • Uitwerken van concepten en afstemmen met opdrachtgevers
  • Bewaken samenhang van diverse onderdelen van ontwikkelde curricula, cursussen of ~~onderwijseenheden
  • Afstemmen van onderwijsdoelen en kwaliteitsmetingen met wetenschappelijk en op-~~leidingspersoneel
  • Geven van inzicht in voortgang en resultaten aan alle betrokkenen
Kernactiviteit
Zorgdragen voor de personele organisatie, bezetting, logistiek en benodigde faciliteiten ten behoeve van onderwijs, aansluitend op het facultaire onderwijsprogramma en bijbehorende budget

Kader
Facultaire onderwijsprogrammaBeschikbare financiële middelenToewijzingsmodel

Resultaat
Optimale uitvoering van het onderwijsprogramma

Activiteit
  • Maken van afspraken met voorzitters van capaciteitsgroepen ten aanzien van inzet van wetenschappelijk personeel
  • Maken van afspraken met Directeur bedrijfsvoering/Decaan inzake gebruik huisvesting, ICT, audiovisuele hulpmiddelen en andere faciliteiten
  • Zorgdragen voor een efficiënte planning van onderwijsuren en een optimale werkbelasting voor medewerkers en studenten
  • Zorgdragen voor een efficiënte planning van faciliteiten en middelen, en genereren van ~~managementinformatie en budgetverantwoording.
Kernactiviteit
Adviseren en ondersteunen onderwijsverantwoordelijken bij het opzetten, invoeren en onderhouden van (een) kwaliteitssyste(e)m(en)

Kader
Vraagstelling en aard van de (te ontwikkelen) systemen

Resultaat
Systematiek die voldoet aan criteria als toepasbaarheid, validiteit, inzichtelijkheid, herhaalbaarheid en toegevoegde waarde

Activiteit
  • Bespreken van de uitkomsten van evaluaties en de doelstellingen van beleid
  • Inventariseren en analyseren van de aard van knelpunten
  • Onderzoeken van mogelijkheden tot systematische verbetering
  • Onderzoeken en evalueren van bestaande kwaliteitssystemen
  • Ondersteunen en adviseren bij ontwikkeling en implementatie
Kernactiviteit
Verwerven van nieuwe of aanvullende opdrachten in een concurrerende omgeving

Kader
Beleid van de dienst en/of afdeling

Resultaat
Voldoende werk en/of inkomsten voor de dienst en/of afdeling

Activiteit
  • Leggen en onderhouden van contacten met (potentiële) opdrachtgevers
  • Volgen van in- en externe ontwikkelingen die aanvullende projecten noodzakelijk maken
  • Schrijven van (project)voorstellen en offertes en deze presenteren aan en bespreken met de (potentiële) opdrachtgever(s)
  • Zorgdragen voor goede public relations
Kernactiviteit
Vormgeven aan onderwijsondersteunende processen, alsmede leiding geven aan de uitvoering hiervan

Kader
Facultaire onderwijsprogrammaToegewezen financiële middelenFinanciële richtlijnen

Resultaat
Doelmatige realisatie van de doelstellingen van het programma / de programma's

Activiteit
  • Inrichten van en leiding geven aan de studentenadministratie, kwaliteitszorg, onderwijs- en tentamenorganisatie, studieadvisering en -begeleiding, e.d.
  • Opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de Decaan van de begroting van het onderwijsinstituut
  • Verantwoording afleggen inzake besteding van middelen aan Decaan en indien aanwezig externe partners
  • Verdelen van toegewezen financiële middelen over de opleidingen en ervoor zorgen dat afspraken daaromtrent worden vastgelegd
Kernactiviteit
Implementeren en uitvoeren van het door de Decaan vastgestelde HRM-beleid binnen het eigen organisatieonderdeel

Kader
CAOCentrale richtlijnenBeschikbare financiële middelen

Resultaat
Kwantitatieve en kwalitatieve bezetting die in optimale zin bijdraagt aan het onderwijs

Activiteit
  • Werven en selecteren van medewerkers
  • Voeren van functioneringsgesprekken, loopbaangesprekken en beoordelingsgesprek-~~ken met medewerkers
  • Ontwikkelen van talenten en professionaliseren van medewerkers
  • Toekennen van de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden conform de CAO
  • Benodigde expertise in kaart brengen en opstellen van opleidingsprogramma
Kernactiviteit
Coördineren van de door medewerkers van de afdeling uit te voeren werkzaamheden

Kader
Verkregen bevoegdheden en richtlijnen

Resultaat
Bevordering van doelmatige, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige werkuitvoering

Activiteit
  • Informeren van medewerkers over de te realiseren doelstellingen en resultaten
  • Geven van aanwijzingen en instructies over te volgen werkwijzen en procedures
  • (Laten) maken van roosters en afstemmen van vrije dagen
  • Medebeoordelen van resultaten en toezien op en bevorderen van een kwalitatief en ~~kwantitatief juiste voortgang van werkzaamheden
  • Oplossen of doorgeven van zich voordoende problemen welke niet door medewerkers ~~zelf kunnen of mogen worden opgelost
Kernactiviteit
Doen van strategische voorstellen inzake onderwijsbeleid, -programma en -organisatie

Kader
Strategie van de instelling

Resultaat
Bijdrage aan het faculteitsplan, zodat de inhoudelijke verbetering en vernieuwing van het onderwijs en de bijbehorende implementatie gestimuleerd wordt

Activiteit
  • Adviseren van de Directeur Onderwijsinstituut
  • Bijdragen aan de opstelling van het faculteitsplan en de begroting
  • Initiëren en onderhouden van in- en externe relaties
  • Beoordelen van aanvragen voor samenwerking met andere faculteiten, instellingen en ~~overige externe partijen
  • Deelnemen aan het bestuurlijk overleg waarin de Decaan en alle leidinggevenden van ~~de organisatorische eenheden zitting hebben
  • Concipiëren van voorstellen voor nieuw onderwijs- en studentenbeleid
Competenties
Omschrijving
Formuleren van denkbeelden, ideeën of concepten op basis van complexe informatie en het opbouwen van denkkaders of modellen.

Gedragsindicatoren
  • Ziet overeenkomsten met eerdere vraagstukken en oplossingsrichtingen.
  • Benoemt patronen en trends in informatie.
  • Is in staat op abstract niveau verbanden te leggen.
  • Weet uit complexe informatie grote lijnen te halen en nieuwe verbanden te leggen.
  • Integreert ideeën, onderwerpen en observaties in duidelijke en bruikbare inzichten.
  • Plaatst problemen of situaties in een meer omvattend kader waardoor een breder en dieper inzicht ontstaat.
Toetsvragen
  • Wat is voor jou complexe informatie?
  • Noem aan de hand van een voorbeeld hoe je tot de formulering van concepten komt?
  • Wat deed je met de diverse concepten?
  • Ben je recentelijk tot nieuwe inzichten gekomen aan de hand van complexe informatie die je geanalyseerd hebt? Op welke wijze zijn deze inzichten ontstaan?
Ontwikkeltips
  • Bestudeer probleemoplossingen van andere vergelijkbare organisaties en denk na over hoe zij hiertoe gekomen zijn.
  • Bestudeer innovaties van concurrenten, en denk na over hoe jouw eigen organisatieonderdeel deze zou kunnen overtreffen.
  • Probeer creatief te zijn in je denken en vermijd standaard denkpatronen in een vroeg stadium van het project.
  • Houd een brainstormsessie met collega's over een probleem en formuleer verschillende invalshoeken, hypotheses. Ga na hoe anderen tot hun overwegingen zijn gekomen.
  • Maak eens een schema of een tekening (mindmap) van een probleem of situatie. Zet daarbij alleen op papier wat echt van belang is.
  • Bestudeer probleemoplossingen van andere vergelijkbare organisaties en denk na over hoe zij hiertoe gekomen zijn.
  • Bestudeer innovaties van concurrenten, en denk na over hoe jouw eigen organisatieonderdeel deze zou kunnen overtreffen.
  • Probeer creatief te zijn in je denken en vermijd standaard denkpatronen in een vroeg stadium van het project.
  • Houd een brainstormsessie met collega's over een probleem en formuleer verschillende invalshoeken, hypotheses. Ga na hoe anderen tot hun overwegingen zijn gekomen.
  • Maak eens een schema of een tekening (mindmap) van een probleem of situatie. Zet daarbij alleen op papier wat echt van belang is.
Omschrijving
Laat blijken goed geïnformeerd te zijn over de maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Gedragsindicatoren
  • Kent de actuele nieuwsonderwerpen die van belang zijn voor het functiegebied.
  • Stelt zich op de hoogte van economische, sociale, vakinhoudelijke en andere ontwikkelingen.
  • Is op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op vakgebieden die een raakvlak hebben met het eigen vakgebied.
  • Gaat adequaat om met cultuurverschillen.
  • Vertaalt ontwikkelingen in de maatschappij naar het eigen werkterrein.
  • Heeft externe contacten die hem of haar informeren over maatschappelijke trends en ontwikkelingen die van belang zijn voor het eigen functie- of vakgebied.
Toetsvragen
  • Welke recente ontwikkelingen zijn van belang voor je functiegebied?
  • Hoe heb je je het afgelopen jaar op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen binnen je vakgebied?
  • Welke veranderingen in de maatschappij hebben grote invloed gehad op je werk in de laatste jaren? Welke veranderingen in de maatschappij zullen volgens jou je werk in de komende tijd beïnvloeden?
  • Welke belangrijke ontwikkelingen hebben zich recent voorgedaan binnen de organisatie? Hoe heb je jezelf de laatste maanden op de hoogte gehouden van wat er in de organisatie gebeurt?
  • Wat waren de voornaamste doelstellingen van jouw organisatie het laatste jaar?
Ontwikkeltips
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
Omschrijving
Richting en sturing geven aan medewerkers of een projectgroep om doelstellingen en resultaten te realiseren.

Gedragsindicatoren
  • Geeft prestaties of resultaatverwachtingen aan in duidelijke, specifieke en tijdsgebonden afspraken ( SMART).
  • Zorgt dat er in een groep of werkgroep een duidelijke taakverdeling komt gericht op de doelstelling.
  • Neemt een richtinggevend standpunt in als mensen twijfelen over een gekozen aanpak.
  • Houdt de voortgang van resultaten in relatie tot de doelstelling in de gaten.
  • Spreekt bij tegenvallende prestaties de betrokken personen aan.
  • Geeft waardering aan medewerkers die afgesproken doelen en resultaten halen.
Toetsvragen
  • Ben je wel eens projectleider geweest of voorzitter van een werkgroep? Hoe stuurde je toen de medewerkers naar het doel?
  • Hoe zorg je er als leidinggevende voor dat de gestelde doelen worden gehaald?
  • Is het je wel eens overkomen dat, door onvoorziene omstandigheden, een planning bijgesteld diende te worden? Wat heb je toen gedaan?
  • Hoe bepaal je waar de prioriteiten liggen in je werk, kun je daar voorbeelden van noemen?
  • Heb je wel eens te maken gehad met een medewerker waar de resultaten van tegen vielen? Wat deed je toen?
  • Is het wel eens voorgekomen dat een van je medewerkers een duidelijk andere kijk op de afdelingstaken dan wel zijn/haar taken naar voren bracht dan je zelf hebt? Zo ja, beschrijf deze situatie. Welke benadering heb je gekozen om deze medewerker te overtuigen?
  • Heb je wel eens een medewerker gehad die naar jouw mening minder goed functioneerde? Wat heb je toen gedaan c.q. welke maatregelen heb je toen getroffen?
  • Heb je wel eens een medewerker op het matje geroepen? Hoe heb je dat precies aangepakt?
Ontwikkeltips
  • Communiceer aan medewerkers het te voeren beleid en de resultaten die je van hen verwacht. Reserveer tijd voor een toelichting en voor het beantwoorden van vragen.
  • Formuleer in samenspraak met elke medewerker duidelijke doelstellingen (concreet, meetbaar en haalbaar) voor de komende periode en leg deze vast.
  • Geef kleine en gerichte opdrachten aan medewerkers voor wie de betreffende opdracht geheel nieuw is.
  • Voer - indien de situatie zich voordoet - een gesprek met betrekking tot ongewenst gedrag van een medewerker.
  • Wissel twee maal per maand met elke medewerker kort van gedachten over de voortgang van zijn werk en de taakuitvoering. Kies de juiste stijl afhankelijk van de medewerker.
  • Ga regelmatig 'buurten' bij je medewerkers
  • gun jezelf tijd voor het voeren van informele gesprekken en pols of ze nog op 'koers' liggen.
  • Bedenk hoe je de voortgang van resultaten wilt monitoren en eventueel bijstellen.
  • Beloon goede resultaten en spreek mensen aan als resultaten achter blijven.
  • Neem de rol van projectleider op je of voortrekker van een activiteit, zodat je richting moet geven aan een groep om resultaten te halen.
  • Communiceer aan medewerkers het te voeren beleid en de resultaten die je van hen verwacht. Reserveer tijd voor een toelichting en voor het beantwoorden van vragen.
  • Formuleer in samenspraak met elke medewerker duidelijke doelstellingen (concreet, meetbaar en haalbaar) voor de komende periode en leg deze vast.
  • Geef kleine en gerichte opdrachten aan medewerkers voor wie de betreffende opdracht geheel nieuw is.
  • Voer - indien de situatie zich voordoet - een gesprek met betrekking tot ongewenst gedrag van een medewerker.
  • Wissel twee maal per maand met elke medewerker kort van gedachten over de voortgang van zijn werk en de taakuitvoering. Kies de juiste stijl afhankelijk van de medewerker.
  • Ga regelmatig 'buurten' bij je medewerkers
  • gun jezelf tijd voor het voeren van informele gesprekken en pols of ze nog op 'koers' liggen.
  • Bedenk hoe je de voortgang van resultaten wilt monitoren en eventueel bijstellen.
  • Beloon goede resultaten en spreek mensen aan als resultaten achter blijven.
  • Neem de rol van projectleider op je of voortrekker van een activiteit, zodat je richting moet geven aan een groep om resultaten te halen.
Omschrijving
Synergie aanbrengen in een groep medewerkers, onderlinge betrokkenheid stimuleren en medewerkers motiveren tot doeltreffende samenwerkingsverbanden.

Gedragsindicatoren
  • Nodigt medewerkers uit om hun inbreng te geven.
  • Inspireert medewerkers.
  • Zorgt ervoor dat samenwerking en samenhang tot stand komen.
  • Zorgt voor continue en open communicatie o.a. door zelf het goede voorbeeld te geven.
  • Weet mensen te stimuleren tot het vinden van oplossingen bij belemmeringen tussen personen.
  • Organiseert besluitvorming zodanig dat iedereen zijn bijdrage kan leveren zodat er een goed draagvlak ontstaat.
Toetsvragen
  • Wat zijn je ervaringen met leidinggeven?
  • Heb je wel eens leiding gegeven aan een projectgroep, waarvan de leden - hiërarchisch gezien -niet onder je stonden? Hoe heb je dat gedaan?
  • Kun je een voorbeeld geven van een van de moeilijkste groepen waar je medewerking van moest zien te verkrijgen? Wat voor formele positie had je naar die groep? Wat heb je gedaan?
  • Geef een voorbeeld van een verandering die je hebt doorgevoerd. Werd je idee geaccepteerd? Wat heb je daarvoor gedaan?
  • Hoe vaak overleg je met je directe medewerkers? Waarom vinden overleggen in deze frequentie plaats? Hoe bereid je je voor op overleg?
  • Wat was het laatste belangrijke onderwerp waarbij je medewerkers hebt betrokken? Hoe heb je dat gedaan?
  • Heb je wel eens moeten bemiddelen in een samenwerkingsconflict tussen twee medewerkers? Wat heb je ondernomen om deze medewerkers in staat te stellen beter samen te werken?
  • Als leidinggevende kun je allerlei motivatietechnieken hanteren. Kun je voorbeelden geven welke volgens jou goed werken en waarom?
Ontwikkeltips
  • Zorg voor bereikbaarheid en voor korte lijnen tussen leidinggevende en medewerkers. Zorg dat je weet wat er speelt onder de medewerkers.
  • Let op en stimuleer ook anderen om tijdens overleggen de volgende punten in de gaten te houden:
  • Wordt iedereen uitgenodigd om zijn/haar mening te geven?
  • Komen alle agendapunten aan bod?
  • Komen alle teamleden voldoende aan het woord?
  • Wordt er iets gezegd over de geleverde resultaten van het werk, worden er -indien mogelijk- complimenten gegeven?
  • Worden er voldoende afspraken gemaakt om problemen op te kunnen lossen?
  • Organiseer afstemming over taken met andere organisatieonderdelen. Je kunt hiermee ook voorkomen dat zaken dubbel gedaan worden.
  • Denk na over de teamsamenstelling. Sluiten de competenties van het team en van de individuele medewerkers aan bij de te verrichten werkzaamheden en bij de affiniteiten van de medewerkers?
  • Benoem en vier successen.
  • Organiseer (informele) ontmoetingen.
  • Zorg ervoor dat conflicten tussen teamleden en teams opgelost worden. Plan een sessie met de betreffende teamleden/teams. Laat ieder zijn/haar visie op het conflict naar voren brengen. Vraag om wederzijds begrip en probeer samen een oplossing te formuleren.
  • Ga een projectgroep of vergadering voorzitten. Spreek de ervaringen na met je leidinggevende of begeleider.
  • Neem een voortrekkersrol bij een groep die iets moet organiseren zoals een themamiddag, personeelsuitje, etc.
  • Zorg voor bereikbaarheid en voor korte lijnen tussen leidinggevende en medewerkers. Zorg dat je weet wat er speelt onder de medewerkers.
  • Let op en stimuleer ook anderen om tijdens overleggen de volgende punten in de gaten te houden:
  • Wordt iedereen uitgenodigd om zijn/haar mening te geven?
  • Komen alle agendapunten aan bod?
  • Komen alle teamleden voldoende aan het woord?
  • Wordt er iets gezegd over de geleverde resultaten van het werk, worden er -indien mogelijk- complimenten gegeven?
  • Worden er voldoende afspraken gemaakt om problemen op te kunnen lossen?
  • Organiseer afstemming over taken met andere organisatieonderdelen. Je kunt hiermee ook voorkomen dat zaken dubbel gedaan worden.
  • Denk na over de teamsamenstelling. Sluiten de competenties van het team en van de individuele medewerkers aan bij de te verrichten werkzaamheden en bij de affiniteiten van de medewerkers?
  • Benoem en vier successen.
  • Organiseer (informele) ontmoetingen.
  • Zorg ervoor dat conflicten tussen teamleden en teams opgelost worden. Plan een sessie met de betreffende teamleden/teams. Laat ieder zijn/haar visie op het conflict naar voren brengen. Vraag om wederzijds begrip en probeer samen een oplossing te formuleren.
  • Ga een projectgroep of vergadering voorzitten. Spreek de ervaringen na met je leidinggevende of begeleider.
  • Neem een voortrekkersrol bij een groep die iets moet organiseren zoals een themamiddag, personeelsuitje, etc.
Niveaus
NiveauSchaal
113
212