Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Ontwikkelen en verzorgen van vaardigheidsonderwijs buiten de kaders van de wetenschappelijke onderwijsonderdelen maar binnen de kaders van het beleid van de instelling, faculteit, opleidingsinstituut, dienst en/of afdeling, teneinde (deelnemers) passende mogelijkheden te bieden in het aanleren en toepassen van de vereiste vaardigheden
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Verwerven van nieuwe of aanvullende opdrachten voor de eigen dienst en/of afdeling

Kader
Beleid van faculteit, opleidingsinstituut, dienst en/of afdeling

Resultaat
Voldoende werk en/of inkomsten voor faculteit, opleidingsinstituut en/of dienst/afdeling

Activiteit
  • Leggen en onderhouden van contacten met (potentiële) opdrachtgevers
  • Volgen van in- en externe ontwikkelingen die een aanvullend aanbod of aanpassing van het bestaande programma noodzakelijk maken
  • Schrijven van voorstellen voor het aanbod van vaardigheidsonderwijs en trainingen (voor bepaalde doelgroepen)
  • Opstellen van offertes en deze bespreken met (potentiële) opdrachtgevers
  • Zorgdragen voor goede Public relations
Kernactiviteit
Inventariseren en analyseren van wensen van opdrachtgevers en deelnemers en deze omzetten naar onderdelen van het jaarplan

Kader
Beleid van faculteit, opleidingsinstituut, dienst en/of afdeling

Resultaat
Cursusaanbod Goedgekeurde onderdelen jaarplan

Activiteit
  • Inventariseren van de wensen en behoeften van (potentiële) opdrachtgevers en deelnemers en vertalen daarvan in onderwijsactiviteiten.
  • Opstellen van (onderdelen van) het jaarplan, in termen van aanbod, doelstellingen, vooraarden en eindtermen met betrekking tot de inhoud en vorm van de leerstof
  • Toetsen van onderdelen van het jaarplan met collega's en leidinggevende ter verdere verfijning en afstemming
Kernactiviteit
Ontwikkelen en concretiseren van de leerdoelen van (toegewezen) onderdelen van het vaardigheidsonderwijs

Kader
Doelstellingen van het (vaardigheids)onderwijs Leerdoelen van deelnemers

Resultaat
Uitgewerkt voorstel voor de inhoud en didactische vormgeving van (een onderdeel van) het betreffende vaardigheidsonderwijs

Activiteit
  • Analyseren van de leerdoelstellingen
  • Expliciteren van de eisen waaraan het onderwijsonderdeel moet voldoen en afstemmen van deze eisen met andere onderdelen van het vaardigheidsonderwijs
  • Opstellen van een plan van aanpak voor de ontwikkeling van het onderwijsonderdeel en dit ter goedkeuring voorleggen aan de opdrachtgever en de betrokken eindverantwoordelijk(n)
  • Uitwerken van de inhoud van het nieuwe onderwijsonderdeel qua inhoud, vorm en aanpak
  • Opstellen cursus- en/of instructiemateriaal
Kernactiviteit
Voorbereiden en uitvoeren van toegewezen onderdelen van het vaardigheidsonderwijs

Kader
Vastgestelde inhoud en aanpak van het betreffende (vaardigheids)onderwijs

Resultaat
Realisatie van de leerdoelen inzake competenties, vaardigheden en attitude van de deelnemers

Activiteit
  • Informeren van potentële deelnemers over lesprogramma's en werkwijze
  • Voorbereiden en uitvoeren van onderwijsbijeenkomsten voor deelnemers
  • Creëren van de juiste condities voor het leerproces door toepassing van didactische werkvormen
  • Begeleiden en coachen van deelnemers bij het leerproces
  • Onderhouden van contacten met deelnemers tijdens het leerproces
  • Verstrekken, begeleiden en beoordelen van praktijk- en studieopdrachten
  • (Administratief) bijhouden van presentielijsten, afspraken en leerresultaten
Kernactiviteit
Toetsen van ingangsniveaus en leerresultaten met daarvoor vastgestelde toetsingsmethoden

Kader
Vastgestelde normen en gewenste resultaten

Resultaat
Objectieve beoordeling van de mate waarin de deelnemer het gewenste vaardigheidsniveau heeft bereikt

Activiteit
  • Voeren van intakegesprekken en uitvoeren van ingangstesten
  • Voeren van (tussentijdse) evaluatiegesprekken
  • Opstellen van toetsen en opdrachten voor praktijkexamens
  • Afnemen van mondelinge/schriftelijke toetsen en vaardigheidsproeven
  • Beoordelen van toetsen en het geven van beoordelingscijfers
Kernactiviteit
Bijdragen aan de evaluatie van de opzet, inhoud en uitvoering van eigen onderwijsonderdelen, alsmede doen van voorstellen inzake mogelijke verbeteringen

Kader
Inhoud, doelstellingen en kwaliteitscriteria van het vaardigheidsonderwijs

Resultaat
Een actueel, kwalitatief en op de vraag afgestemd aanbod van vaardigheidsonderwijs

Activiteit
  • (Mede) evalueren en eventueel bijstellen van eigen onderwijsonderdelen
  • Deelnemen aan interne werkgroepen en besprekingen inzake evaluaties van het ~~betreffende vaardigheidsonderwijs
  • Analyseren van de uitvoering van onderwijsonderdelen met deelnemers en trainers
  • Bijdragen leveren aan evaluatierapporten over de opzet en uitvoering van (onderdelen van) het vaardigheidsonderwijs
Kernactiviteit
Begeleiden van studenten bij de uitvoering en voortgang van de studie- en/of praktijkopdrachten

Kader
Onderwijsprogramma Doelstelling studieopdrachten Doelstellingen deelnemers

Resultaat
Deelnemers zijn in staat binnen de gestelde periode opdrachten af te ronden

Activiteit
  • Voorlichten van deelnemers over voor hun mogelijke relevante studieopdrachten
  • Maken en vastleggen van werkafspraken met studenten
  • Leveren van input voor de beoordeling van de studieopdrachten
  • Signaleren van stagnaties bij de deelnemers
Kernactiviteit
Adviseren van management, medewerkers en studenten over vraagstukken inzake het vaardigheidsonderwijs

Kader
Eigen discipline/vakgebied

Resultaat
Informatie en inzicht op basis waarvan beslissingen worden genomen over te volgen vaardigheidsonderwijs

Activiteit
  • Geven van voorlichting/informatie aan belanghebbenden over mogelijkheden ten ~~aanzien van onderwijstrajecten en methodes (onder meer via presentaties)
  • Houden van (intake)gesprekken met leidinggevenden en medewerkers
  • Opstellen van adviezen over onderwijstrajecten voor leidinggevenden, afdelingen en/of deelnemers
Kernactiviteit
Coaching en vakinhoudelijk begeleiden van minder ervaren collega's

Kader
Eigen discipline/vakgebied

Resultaat
Bevordering van de vakinhoudelijke/professionele ontwikkeling van collega's

Activiteit
  • Geven van feedback aan minder ervaren collega's
  • Informeren van nieuwe of minder ervaren collega's over (nieuwe) processen of ~~methoden van werken
  • Optreden als vraagbaak voor andere collega's voor operationele en vakinhoudelijke problemen
  • Optreden als vraagbaak voor andere collega's voor operationele en vakinhoudelijke problemen
  • Overdragen van vakinhoudelijke en procesmatige kennis aan nieuwe of minder ervaren collega's
Kernactiviteit
Coördineren van de door de medewerkers van de afdeling uit te voeren werkzaamheden

Kader
Verkregen bevoegdheden en richtlijnen

Resultaat
Bevordering van doelmatige, efficiënte en hoogwaardige werkuitvoering

Activiteit
  • Informeren van medewerkers over de te realiseren doelstellingen en resultaten
  • Geven van aanwijzingen en instructies over te volgen werkwijzen en procedures
  • (Laten) maken van roosters en afstemmen van vrije dagen
  • Medebeoordelen van resultaten en toezien op en bevorderen van een kwalitatief en kwantitatief juiste voortgang van werkzaamheden
  • Oplossen of doorgeven van zich voordoende problemen welke niet door medewerkers zelf kunnen of mogen worden
Competenties
Omschrijving
In staat zijn nieuwe kennis en informatie op te nemen en toe te passen.

Gedragsindicatoren
  • Laat zien dat hij/zij leert van gemaakte fouten.
  • Toont zich nieuwsgierig om kennis en ervaring te verbreden en te verdiepen.
  • Integreert nieuwe kennis en ervaringen in de eigen aanpak.
  • Zoekt van goede ideeën of programma's uit waarom ze werken
  • Toetst en evalueert de eigen handelswijze om ervan te leren.
  • Laat zien te leren van punten genoemd in evaluaties.
Toetsvragen
  • Hoe kom je aan nieuwe informatie? Kun je een voorbeeld geven?
  • Als er iets niet lukt, ga je dan na waarom? Geef eens een voorbeeld.
  • Wat zijn omstandigheden waaronder je gemakkelijk nieuwe informatie opneemt? Kun je een voorbeeld geven?
  • Heb je tijdens een inwerkperiode een aanpak waaraan je gewend was, wel eens moeten wijzigen door nieuwe informatie? Hoe ging dat?
  • Je hebt een cursus gevolgd. Wat heb je in deze cursus geleerd en hoe heb je deze kennis in de praktijk toegepast?
  • Heb je wel eens een project uitgevoerd waarvan je achteraf tot de conclusie kwam: 'als ik dat project opnieuw zou moeten uitvoeren, pakte ik het heel anders aan'?
  • Welke ervaring in je leven is voor jou het meest leerzaam geweest? Kun je aangeven hoe je de door deze situatie verworven kennis in de praktijk hebt gebracht?
Ontwikkeltips
  • Vorm een mening over de ontwikkelingen bij vergelijkbare organisaties, over trends in de markt, over technische ontwikkelingen in jouw vakgebied en wat je hiervan denkt te kunnen toepassen in je eigen functie.
  • Ga na wat jouw leerervaringen in bepaalde projecten zijn en wat de consequenties van die ervaringen zijn voor je verdere functioneren.
  • Onderzoek in hoeverre je feedback en suggesties van anderen vertaalt in een andere wijze van opereren of functioneren. Stimuleer jezelf om aanwijzingen en tips van anderen daadwerkelijk toe te passen.
  • Ga voor jezelf na hoe je nieuwe informatie kunt toepassen in je eigen functie of organisatieonderdeel.
  • Vraag jezelf na afloop van bezochte trainingen of seminars af wat heb je geleerd en wat je concreet in de praktijk wilt gaan toepassen. Koppel dit bijvoorbeeld terug in een gesprek of afdelingsvergadering.
  • Onderzoek welke leerstijl (bv. volgens Kolb) je voorkeur heeft. Wat zijn daarvan de sterke en zwakke kanten?
  • Vorm een mening over de ontwikkelingen bij vergelijkbare organisaties, over trends in de markt, over technische ontwikkelingen in jouw vakgebied en wat je hiervan denkt te kunnen toepassen in je eigen functie.
  • Ga na wat jouw leerervaringen in bepaalde projecten zijn en wat de consequenties van die ervaringen zijn voor je verdere functioneren.
  • Onderzoek in hoeverre je feedback en suggesties van anderen vertaalt in een andere wijze van opereren of functioneren. Stimuleer jezelf om aanwijzingen en tips van anderen daadwerkelijk toe te passen.
  • Ga voor jezelf na hoe je nieuwe informatie kunt toepassen in je eigen functie of organisatieonderdeel.
  • Vraag jezelf na afloop van bezochte trainingen of seminars af wat heb je geleerd en wat je concreet in de praktijk wilt gaan toepassen. Koppel dit bijvoorbeeld terug in een gesprek of afdelingsvergadering.
  • Onderzoek welke leerstijl (bv. volgens Kolb) je voorkeur heeft. Wat zijn daarvan de sterke en zwakke kanten?
Omschrijving
Laat blijken goed geïnformeerd te zijn over de maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Gedragsindicatoren
  • Kent de actuele nieuwsonderwerpen die van belang zijn voor het functiegebied.
  • Stelt zich op de hoogte van economische, sociale, vakinhoudelijke en andere ontwikkelingen.
  • Is op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op vakgebieden die een raakvlak hebben met het eigen vakgebied.
  • Gaat adequaat om met cultuurverschillen.
  • Vertaalt ontwikkelingen in de maatschappij naar het eigen werkterrein.
  • Heeft externe contacten die hem of haar informeren over maatschappelijke trends en ontwikkelingen die van belang zijn voor het eigen functie- of vakgebied.
Toetsvragen
  • Welke recente ontwikkelingen zijn van belang voor je functiegebied?
  • Hoe heb je je het afgelopen jaar op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen binnen je vakgebied?
  • Welke veranderingen in de maatschappij hebben grote invloed gehad op je werk in de laatste jaren? Welke veranderingen in de maatschappij zullen volgens jou je werk in de komende tijd beïnvloeden?
  • Welke belangrijke ontwikkelingen hebben zich recent voorgedaan binnen de organisatie? Hoe heb je jezelf de laatste maanden op de hoogte gehouden van wat er in de organisatie gebeurt?
  • Wat waren de voornaamste doelstellingen van jouw organisatie het laatste jaar?
Ontwikkeltips
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
Omschrijving
Ideeën en informatie op heldere wijze presenteren, rekening houdend met de doelgroep.

Gedragsindicatoren
  • Geeft de essentie van een complexe zaak beknopt weer.
  • Heeft aandacht voor de vorm, opbouw en structuur waarin een boodschap wordt overgebracht.
  • Stemt de inhoud van de presentatie goed af op de verwachtingen van de doelgroep.
  • Maakt tijdens presentaties contact met het publiek door mensen uit te nodigen tot vragen en reacties.
  • Zorgt voor afwisseling in presentatiewijzen.
  • Gebruikt aansprekende taal en voorbeelden zodat anderen geboeid luisteren.
Toetsvragen
  • Heb je het afgelopen jaar presentaties gegeven? Hoe vaak? Waarover? Ging dat gemakkelijk?
  • Wanneer vind je een presentatie geslaagd?
  • Is presenteren onderdeel geweest van je functie-evaluaties? Wat hield de beoordeling daarvan in?
  • Kun je een presentatie geven van 2-3 minuten over je motivatie voor deze functie?
  • Hoe draag jij je kennis over in een hoorcollege? Hanteer je daarbij specifieke technieken?
Ontwikkeltips
  • Bereid je presentatie goed voor. Ken je toehoorders en houd die bij de voorbereiding in je achterhoofd. Zorg voor een krachtige kop, een goed gestructureerde romp en een onvergetelijke staart.
  • Ook al zie je er tegen op, neem af en toe het initiatief om een presentatie te houden. Begin klein en 'veilig'. Bijvoorbeeld door bij interne aangelegenheden te speechen. Maak er geen geheim van dat je het spannend vindt. Vraag expliciet feedback op je presentatie.
  • Zoek literatuur op het gebied van presentatietechnieken. Volg een cursus. Vraag collega's, die hier minder moeite mee hebben naar `basispresentaties', zodat je je energie minder op de inhoud hoeft te richten en je kunt concentreren op de wijze waarop je presenteert.
  • Oefen zo vaak als mogelijk.
  • Gebruik visuele middelen als hulpmiddel. Overvoer je publiek niet.
  • Maak oogcontact met je toehoorders, zorg voor interactiemomenten.
  • Vraag een collega die ervaring heeft met presenteren om een presentatie van je bij te wonen en je feedback te geven. Bv. op logica in opbouw, gebruik van hulpmiddelen, aandacht publiek, presentatiestijl e.d.
  • Maak een presentatie en spreek deze door met je leidinggevende.
  • Let bij het maken van een presentatie op aspecten als wat is het doel van je presentatie, aansluiting bij verwachtingen en kennisniveau van de doelgroep, duidelijk opzet (kop-romp-staart), lengte, prikkelende start en pakkend eind, passende hulpmiddelen e.d.
  • Bereid je presentatie goed voor. Ken je toehoorders en houd die bij de voorbereiding in je achterhoofd. Zorg voor een krachtige kop, een goed gestructureerde romp en een onvergetelijke staart.
  • Ook al zie je er tegen op, neem af en toe het initiatief om een presentatie te houden. Begin klein en 'veilig'. Bijvoorbeeld door bij interne aangelegenheden te speechen. Maak er geen geheim van dat je het spannend vindt. Vraag expliciet feedback op je presentatie.
  • Zoek literatuur op het gebied van presentatietechnieken. Volg een cursus. Vraag collega's, die hier minder moeite mee hebben naar `basispresentaties', zodat je je energie minder op de inhoud hoeft te richten en je kunt concentreren op de wijze waarop je presenteert.
  • Oefen zo vaak als mogelijk.
  • Gebruik visuele middelen als hulpmiddel. Overvoer je publiek niet.
  • Maak oogcontact met je toehoorders, zorg voor interactiemomenten.
  • Vraag een collega die ervaring heeft met presenteren om een presentatie van je bij te wonen en je feedback te geven. Bv. op logica in opbouw, gebruik van hulpmiddelen, aandacht publiek, presentatiestijl e.d.
  • Maak een presentatie en spreek deze door met je leidinggevende.
  • Let bij het maken van een presentatie op aspecten als wat is het doel van je presentatie, aansluiting bij verwachtingen en kennisniveau van de doelgroep, duidelijk opzet (kop-romp-staart), lengte, prikkelende start en pakkend eind, passende hulpmiddelen e.d.
Omschrijving
Gericht zijn op het realiseren van doelstellingen en kwalitatieve en kwantitatieve resultaten.

Gedragsindicatoren
  • Vertaalt doelen in concreet meetbare of zichtbare resultaten.
  • Stelt in een overleg vast wat de afspraken zijn (wie doet wat wanneer).
  • Spreekt anderen aan bij niet behaalde of tegenvallende resultaten.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.
  • Maakt efficiënt gebruik van beschikbare tijd en middelen.
  • Realiseert doelstellingen volgens planning.
Toetsvragen
  • Wanneer ben je tevreden over je werk?
  • Kun je een situatie voor de geest halen waarin je de eisen aan jezelf te hoog of te laag had gesteld?
  • In welke situatie heb je niet aan je eigen eisen kunnen voldoen? Wat heb je toen gedaan?
  • Wat trekt je aan in deze functie? Wat zijn je beweegredenen om deze functie te ambiëren? Wat heb je gedaan om kennis en ervaring voor deze functie te verwerven?
  • Op welke wijze past deze functie in je loopbaanplanning?
  • Heb je recent iemand beoordeeld op zijn prestaties? Wat was daarbij volgens jou het onderscheid tussen een goede en een gemiddelde prestatie?
  • Welk voorstel voor de verbetering van de productkwaliteit heb je de afgelopen periode gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat de kwaliteit niet goed was van een deelproduct? Wat heb je toen gedaan?
  • Heb je wel eens in een team gefunctioneerd? Wat waren je verwachtingen van je teamgenoten in die situatie? Kwamen die uit? En zo niet, heb je betrokken teamleden daarop aangesproken?
Ontwikkeltips
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
Niveaus
NiveauSchaal
111
210
39