Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Ontwikkelen van beleid, adviseren, ondersteunen en begeleiden van management, medewerkers en studenten, alsmede bijdragen aan de handhaving van wet- en regelgeving, binnen de kaders van wet- en regelgeving, (interne) kwaliteitsrichtlijnen, jaarplannen en de eigen discipline, teneinde een bijdrage te leveren aan de naleving van de Arbo- en Milieuvoorschriften, de kwaliteit van arbeid en organisatie en daarmee aan een (milieu)veilige en gezonde arbeidsomgeving binnen de instelling.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Bijdragen aan de ontwikkeling van A&M-trainingen en uitvoeren daarvan c.q. daarin participeren, op het niveau van de instelling, faculteit en/of dienst, alsmede formuleren en uitvoeren van voorlichtingsprogramma’s

Kader
Interne (kwaliteits)richtlijnen Jaarplan

Resultaat
Waarborging van een effectieve vormgeving, uitvoering en implementatie van deze trainingen en voorlichting

Activiteit
  • Participeren in en adviseren van (multidisciplinaire) werkgroepen, binnen faculteiten of diensten en op instellingsniveau, die actief zijn op het gebied van A&M
  • Leveren van een inhoudelijke en procesmatige bijdrage aan de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van A&M-trainingen
  • Formuleren en (doen) uitvoeren van voorlichtingsprogramma’s, zoals bijeenkomsten, foldermateriaal en internetinformatie
  • Onderhouden van een spreekuur/helpdesk
Kernactiviteit
Functioneel aansturen van de A&M-coördinatoren en Arbo-consulenten

Kader
Interne (kwaliteits)richtlijnen Jaarplan

Resultaat
Bevordering van de deskundigheid van deze functionarissen en toetsing van de door hen uitgevoerde taken

Activiteit
  • Voeren van regulier overleg met A&M-coördinatoren en Arbo-consulenten
  • Fungeren als aanspreekpunt voor operationele en vakinhoudelijke vraagstukken
  • Opstellen van richtlijnen en verzorgen van specifieke voorlichting en training
  • Adviseren en zorgdragen voor ondersteuning/onderzoek
  • Toetsen van opgestelde rapportages en verslagen
Kernactiviteit
Adviseren van andere A&M-deskundigen, leidinggevenden en andere betrokkenen binnen de instelling ten aanzien van vraagstukken op het eigen vakgebied

Kader
Interne (kwaliteits)richtlijnen

Resultaat
Vergroting van de deskundigheid ten aanzien van deze vraagstukken en bevordering van de integratie in de reguliere bedrijfsvoering

Activiteit
  • Uitbrengen van gevraagde en ongevraagde adviezen
  • Participeren in (multidisciplinaire) werkgroepen
  • Begeleiden van leidinggevenden bij de behandeling van vraagstukken op het eigen vakgebied
Kernactiviteit
Bijdragen aan de ontwikkeling en het in stand houden van het A&M-beleid

Kader
Wet- en regelgeving Interne (kwaliteits)richtlijnen

Resultaat
Actualisatie en verbetering van het bestaande A&M-beleid van de instelling

Activiteit
  • Bijdragen aan beleidsontwikkeling, op basis van bestaande en nieuwe wettelijke maatregelen en actuele wetenschappelijke inzichten
  • Bijdragen aan het jaarplan en jaarverslag/management review op het niveau van de instelling, de faculteiten/diensten en de A&M-dienst
  • Opstellen van nota’s en rapporten en het integreren daarvan in het bestaande A&M-beleid/A&M-zorgsystemen
  • Analyseren en toetsen van de stand van zaken van de A&M-zorg en de genomen maat-regelen, alsmede het doen van voorstellen voor verbetering, op het niveau van de instelling, de faculteiten/diensten en de A&M-dienst
  • Ontwikkelen, implementeren en onderhouden van A&M-zorg-/managementsystemen
Kernactiviteit
Volgen en/of uitvoeren van alle voor de certificering vereiste opleidingen/activiteiten

Kader
Vereisten van beroepsverenigingen of wettelijke vereisten

Resultaat
Geldige vereiste certificering

Activiteit
  • Deelnemen aan seminars, congressen en cursussen
  • Bijhouden van vakliteratuur
  • Voldoen aan de voorgeschreven regels ten aanzien van rapportage, verslaglegging, e.d.
Kernactiviteit
Coachen en vakinhoudelijk begeleiden van minder ervaren collega’s

Kader
Eigen discipline/vakgebied

Resultaat
Bevordering van de vakinhou-delijke/professionele ontwikke-ling van collega’s

Activiteit
  • Geven van feedback aan minder ervaren collega’s
  • Informeren van nieuwe of minder ervaren collega’s over (nieuwe) processen of methoden van werken
  • Optreden als vraagbaak voor andere collega’s voor operationele en vakinhoudelijke problemen
  • Overdragen van vakinhoudelijke en procesmatige kennis aan nieuwe of minder ervaren collega’s
Kernactiviteit
Leveren van een bijdrage aan de samenstelling van onderzoek in brede zin, alsmede plannen en (doen) uitvoeren daarvan

Kader
Wet- en regelgeving Interne (kwaliteits)richtlijnen Afspraken met opdrachtgevers Jaarplan

Resultaat
Inzicht in risico’s en advies over mogelijke verbeteringen hiervan

Activiteit
  • Bijdragen aan de samenstelling van de onderzoeken en plannen en (doen) uitvoeren van de onderzoeken, inclusief het verrichten van metingen, dan wel begeleiden van de uitbesteding daarvan
  • Verrichten van onderzoek naar ongevallen en zorgdragen voor ongevallenregistratie
  • Rapporteren en analyseren van de resultaten en uitbrengen van adviezen op basis van de analyses
  • Evalueren van de resultaten en effecten van de uitgevoerde onderzoeken
  • Optreden als registratie-/meldpunt voor ongevallen en beroepsziekten
  • Beheren van meetapparatuur en registratiesystemen
Kernactiviteit
Aansturen van dan wel participeren in projecten

Kader
Opdrachtspecificaties Eigen discipline/vakgebied

Resultaat
Efficiënt en effectief gerealiseerde projectdoelstellingen

Activiteit
  • Formuleren van projectdoelstellingen en opzetten van een projectstructuur en -planning
  • Aansturen en coördineren van de projectuitvoering
  • Communiceren over en draagvlak creëren voor het project
  • Verslag uitbrengen van de voortgang van projectuitvoering en evalueren van de eindresultaten na afgesproken periode(s)
  • Zorgdragen voor afstemming van het project met andere werkterreinen
Kernactiviteit
Onderhouden en uitbouwen van contacten op alle niveaus binnen de organisatie, alsmede externe contacten, zoals beroepsorganisaties en overheidsinstellingen

Kader
Interne (kwaliteits)richtlijnen Jaarplan

Resultaat
Behartiging van de A&M-belangen van de instelling

Activiteit
  • Onderhouden en uitbouwen van in- en externe contacten, onder andere door middel van participatie in interne klantenteams
  • Participeren in en bijdragen aan multidisciplinaire A&M-activiteiten en -projecten binnen de A&M-dienst
  • Optreden als contactpersoon namens de A&M-dienst naar externe instanties
  • Participeren in diverse in- en externe overlegvormen
Kernactiviteit
Leveren van een bijdrage aan de opstelling van de RIE en doen van aanbevelingen voor het plan van aanpak, alsmede toetsen en evalueren van de RIE

Kader
Wet- en regelgeving Interne (kwaliteits)richtlijnen Jaarplan

Resultaat
In kaart gebrachte risico’s en uitvoering van daaruit voortvloeiende activiteiten

Activiteit
  • Analyseren van de risico’s die in de (verdiepte/geactualiseerde) RIE zouden moeten worden onderzocht op basis van de kennis van de organisatie en werkprocessen
  • Bijdragen aan de opstelling van de (verdiepte/geactualiseerde) RIE
  • Aanleveren van gegevens en analyses ten behoeve van de uitvoering van de (verdiepte/geactualiseerde) RIE
  • Adviseren inzake de opstelling van een plan van aanpak
  • Toetsen en evalueren van de (verdiepte/geactualiseerde) RIE en plan van aanpak
Kernactiviteit
Toetsen en controleren van activiteiten binnen de instelling met een risico en het zo nodig adviseren inzake het nemen van acute/dwingende maatregelen

Kader
Wet- en regelgeving Interne (kwaliteits)richtlijnen

Resultaat
Stimulering van het beperken en elimineren van risico’s en het naleven van wet- en regelgeving

Activiteit
  • Toetsen en controleren van binnen de instelling uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden op risico’s
  • Signaleren van en rapporteren over risico’s binnen de instelling
  • Zonodig adviseren inzake het treffen van acute/dwingende maatregelen (zoals het stilleggen van werkzaamheden)
  • Toetsen van de effectiviteit van genomen en te nemen maatregelen
  • Toetsen van contracten (zoals voor bouw en inkoop) op risico’s
Kernactiviteit
Verzekeren van de aanvraag van (gebruiks)vergunningen, verlenen van interne toestemmingen, toetsen van de handhaving, alsmede rapporteren van de resultaten

Kader
Wet- en regelgeving (Interne) (kwaliteits)richtlijnen

Resultaat
Verkregen vergunningen en bevordering van de handhaving daarvan

Activiteit
  • (Toezien op) en stimuleren van de aanvraag en registratie van vergunningen en wijzigingen daarvan, alsmede onderhandelen daarover
  • Verlenen van interne toestemmingen
  • Adviseren inzake de handhaving van de vergunningsvoorwaarden
  • (Doen) uitvoeren van audits op de naleving van de vergunningen
  • (Doen) voeren van het vereiste audit-, registratie- en rapportagesystemen en uitbrengen van in- en externe rapportages van de resultaten van inspecties, audits en incidenten
  • Beoordeling van opleiding en ervaring van medewerkers in relatie tot de door hen binnen de stralingskunde/biologische veiligheidskunde te verrichten werkzaamheden
Kernactiviteit
Bijdragen aan de ontwikkeling en implementatie van het verzuimbeleid (inclusief reïntegratiebeleid) op het niveau van de instelling, faculteit en/of dienst

Kader
Protocollen Interne (kwaliteits)richtlijnen Jaarplan

Resultaat
Bevordering van een effectief, systematisch en geïntegreerd verzuimbeleid

Activiteit
  • Participeren in het Sociaal Medisch Overleg/Team (SMO/SMT) en als lid van het SMO/SMT toetsen en evalueren van het gevoerde verzuimbeleid (inclusief reïntegratiebeleid) binnen de faculteit of dienst
  • Bijdragen aan het algemene verzuimbeleid (inclusief reïntegratiebeleid) van de faculteit of dienst
  • Leveren van een bijdrage aan de formulering en invulling van het verzuimbeleid (inclusief reïntegratiebeleid) op instellingsniveau
Competenties
Omschrijving
Ontleden van situaties of een hoeveelheid informatie in hoofd- en bijzaken. Zien van onderlinge verbanden en doordringen tot de kern.

Gedragsindicatoren
  • Maakt in informatie onderscheid tussen hoofd- en bijzaken.
  • Ontleedt een vraagstuk of probleemsituatie tot de kern.
  • Controleert vanuit meerdere invalshoeken of een geconstateerd probleem ook daadwerkelijk het echte probleem is.
  • Beschrijft de interne samenhang tussen onderdelen van een probleem of vraagstuk.
  • Stelt gerichte vragen om de mogelijke oorzaken te achterhalen van een complex vraagstuk.
  • Geeft duidelijk de gevolgen van een bepaalde keuze aan.
Toetsvragen
  • Met welk belangrijk probleem heb je het afgelopen jaar te maken gehad? Beschrijf deze situatie eens. Welke stappen heb je bij de inventarisatie van het probleem genomen? Wat was de oorzaak van het probleem volgens jou?
  • Welke informatie is voor jou van belang om je functie goed te kunnen uitoefenen? Hoe heb je je van deze informatie op de hoogte gesteld en van welke informatiebronnen heb je gebruik gemaakt?
  • Over welke beslissing heb je de laatste maanden lang moeten nadenken? Welke zaken heb je toen allemaal tegen elkaar afgewogen?
  • Welke van de door jouw genomen beslissingen was het belangrijkste in het afgelopen jaar? Waren er nog andere mogelijkheden die je hebt overwogen? Wat waren de redenen dat je juist die
  • beslissing hebt genomen?
Ontwikkeltips
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
Omschrijving
Er in slagen anderen te winnen voor ideeën en plannen.

Gedragsindicatoren
  • Brengt zijn of haar voorstellen met enthousiasme.
  • Komt met relevante argumenten op het juiste moment.
  • Gaat in op vragen of twijfels bij zijn of haar gesprekspartner.
  • Hanteert verschillende argumenten en gedragsstijlen om anderen mee te krijgen.
  • Reageert constructief op negatieve reacties door te vragen naar achterliggende argumenten.
  • Benut de juiste sleutelfiguren om mensen en groepen mee te krijgen.
Toetsvragen
  • Wat is volgens jou je beste voorstel, dat door anderen is overgenomen? Hoe heb je dat bij hen aangekaart?
  • Wat was je beste voorstel dat niet werd geaccepteerd? Waarom werd het niet geaccepteerd?
  • In discussies gaat iedereen uit van zijn eigen gelijk. Hoe lukt het jou om anderen mee te krijgen voor jouw standpunt?
  • Kun je jouw moeilijkste ervaring met het veranderen van iemands plannen beschrijven? Wat heb je allemaal geprobeerd om je doel toch te kunnen bereiken?
  • Welke eigenschappen zijn nodig om te kunnen overtuigen? Waarom?
  • Hoe heb je in het laatste jaar vanuit je functie anderen overtuigd? Geef eens een voorbeeld.
  • Hoe overtuig je een groep? Geef eens een voorbeeld.
  • Wat is volgens jou de beste benadering om een impopulair standpunt te verkopen? Kun je iets vertellen over een situatie waarin je hiermee te maken hebt gehad?
Ontwikkeltips
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
Omschrijving
Wensen en behoeften van klanten herkennen en hiervan blijk geven in het handelen.

Gedragsindicatoren
  • Stelt zich dienstverlenend op.
  • Biedt ongevraagd extra service.
  • Vraagt door tot een compleet beeld ontstaat van de wensen van de klant.
  • Komt met voorstellen die inspelen op de belangen van of ontwikkelingen bij de klant (levert maatwerk).
  • Vertaalt mogelijkheden van producten of diensten in voordelen voor de klant.
  • Gaat na of aan de wensen van de klant is voldaan.
Toetsvragen
  • Heb je wel eens extra inspanningen moeten leveren om een klant tevreden te stellen?
  • Welke eigenschappen zijn volgens jou belangrijk om goed met klanten om te kunnen gaan? Kun je een situatie beschrijven waarin je deze eigenschappen hebt gebruikt? Wanneer werkte dit wel/niet?
  • Beschrijf de laatste keer dat je te maken kreeg met een lastige klant? Hoe ben je daar mee om gegaan?
  • Wat was een kritieke situatie voor u met een klant? Beschrijf die eens.
Ontwikkeltips
  • Stel je op de hoogte van de belangen, wensen en behoeften van je klanten. Hoe meer achtergronden je kent, des te gemakkelijker kun je anticiperen op wensen en behoeften. Stel voldoende vragen.
  • Vraag naar de doelstellingen van je klanten. Weet welke kenmerken van je product of dienst de klant het belangrijkst vindt. Weet wat je klanten van de producten en diensten vinden.
  • Stel jezelf op de hoogte van de diensten en producten die de organisatie te bieden heeft. Geef eens in vijf zinnen aan wat je belangrijkste diensten/producten zijn.
  • Neem een collega mee naar een gesprek met een klant om zo beter in te kunnen gaan op de klantvraag. Spreek vooraf een rolverdeling af.
  • Bedenk, samen met anderen, hoe de service voor klanten verbeterd kan worden. Stel vast wat de kosten en baten zijn van de verschillende voorstellen. Voer vervolgens alleen die verbeteracties door waarvan de baten veel groter zijn dan de kosten.
  • Zorg ervoor dat je goed afstemt met andere teams en organisatieonderdelen, Spreek met elkaar af dat klanten naar de juiste persoon binnen de organisatie doorverwezen worden.
  • Bespreek geleverde diensten of producten met klanten na en bedenk zonodig verbeterpunten.
  • Houd een tevredenheidonderzoek voor de activiteiten die je uitvoert voor klanten.
  • Wees duidelijk over wat je voor klanten kunt betekenen, leg dit eventueel schriftelijk vast en houd je daaraan.
  • Stel je op de hoogte van de belangen, wensen en behoeften van je klanten. Hoe meer achtergronden je kent, des te gemakkelijker kun je anticiperen op wensen en behoeften. Stel voldoende vragen.
  • Vraag naar de doelstellingen van je klanten. Weet welke kenmerken van je product of dienst de klant het belangrijkst vindt. Weet wat je klanten van de producten en diensten vinden.
  • Stel jezelf op de hoogte van de diensten en producten die de organisatie te bieden heeft. Geef eens in vijf zinnen aan wat je belangrijkste diensten/producten zijn.
  • Neem een collega mee naar een gesprek met een klant om zo beter in te kunnen gaan op de klantvraag. Spreek vooraf een rolverdeling af.
  • Bedenk, samen met anderen, hoe de service voor klanten verbeterd kan worden. Stel vast wat de kosten en baten zijn van de verschillende voorstellen. Voer vervolgens alleen die verbeteracties door waarvan de baten veel groter zijn dan de kosten.
  • Zorg ervoor dat je goed afstemt met andere teams en organisatieonderdelen, Spreek met elkaar af dat klanten naar de juiste persoon binnen de organisatie doorverwezen worden.
  • Bespreek geleverde diensten of producten met klanten na en bedenk zonodig verbeterpunten.
  • Houd een tevredenheidonderzoek voor de activiteiten die je uitvoert voor klanten.
  • Wees duidelijk over wat je voor klanten kunt betekenen, leg dit eventueel schriftelijk vast en houd je daaraan.
Omschrijving
Gericht zijn op het realiseren van doelstellingen en kwalitatieve en kwantitatieve resultaten.

Gedragsindicatoren
  • Vertaalt doelen in concreet meetbare of zichtbare resultaten.
  • Stelt in een overleg vast wat de afspraken zijn (wie doet wat wanneer).
  • Spreekt anderen aan bij niet behaalde of tegenvallende resultaten.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.
  • Maakt efficiënt gebruik van beschikbare tijd en middelen.
  • Realiseert doelstellingen volgens planning.
Toetsvragen
  • Wanneer ben je tevreden over je werk?
  • Kun je een situatie voor de geest halen waarin je de eisen aan jezelf te hoog of te laag had gesteld?
  • In welke situatie heb je niet aan je eigen eisen kunnen voldoen? Wat heb je toen gedaan?
  • Wat trekt je aan in deze functie? Wat zijn je beweegredenen om deze functie te ambiëren? Wat heb je gedaan om kennis en ervaring voor deze functie te verwerven?
  • Op welke wijze past deze functie in je loopbaanplanning?
  • Heb je recent iemand beoordeeld op zijn prestaties? Wat was daarbij volgens jou het onderscheid tussen een goede en een gemiddelde prestatie?
  • Welk voorstel voor de verbetering van de productkwaliteit heb je de afgelopen periode gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat de kwaliteit niet goed was van een deelproduct? Wat heb je toen gedaan?
  • Heb je wel eens in een team gefunctioneerd? Wat waren je verwachtingen van je teamgenoten in die situatie? Kwamen die uit? En zo niet, heb je betrokken teamleden daarop aangesproken?
Ontwikkeltips
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
Niveaus
NiveauSchaal
112
211