Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, alsmede bedienen van installaties/machines, binnen werkprocessen en -afspraken en volgens wet- en regelgeving en interne richtlijnen, om te voorzien in de goede staat van onderhoud en het gebruiksgereed houden van gebouwen, installaties, machines en/of objecten.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Verrichten van werkzaamheden gericht op aanpassing en/of uitbreiding

Kader
WerkplannenGebruikseisenSysteemtechnische voorschriften

Resultaat
Verbeterde werking van installaties, machines, gebouwonderdelen, objecten en/of meet- en regelprocessen

Activiteit
  • Voorbereiden van werkzaamheden door het maken van tekeningen, plannen en/of schema’s
  • (De-)monteren van installaties en apparaten
  • Installeren en aansluiten van apparatuur en onderdelen
  • Modificeren van onderdelen
Kernactiviteit
Bedienen van systemen, installaties en machines en uitvoeren van schakelwerkzaamheden

Kader
WerkplannenBedieningsschema’sSysteemtechnische handleidingenGebruikseisen

Resultaat
Systemen, installaties en machines zijn operationeel

Activiteit
  • Spanningsvrij c.q. drukloos maken van installaties/machines
  • Uitvoeren van schakelwerkzaamheden ter voorbereiding op de werkzaamheden
  • Beproeven en controleren van installaties/machines door het verrichten van metingen
  • In bedrijf stellen van technische systemen
Kernactiviteit
Begeleiden van de uitvoering van werkzaamheden door derde partijen

Kader
Interne instructiesOnderhoudsplannen en -budget Aanneemcontracten

Resultaat
Derden zijn in staat gesteld de werkzaamheden uit te voeren

Activiteit
  • Inschakelen van derde partijen bij storingen die onmiddellijk handelen vereisen
  • (Mede)toezicht houden op derde partijen/controlerende instanties bij het verrichten van inspectie-, onderhouds- en herstelwerkzaamheden
  • Feitelijk ondersteunen/assisteren van door externe bedrijven/controlerende instanties te verrichten werkzaamheden
Kernactiviteit
Coachen en vakinhoudelijk begeleiden van minder ervaren collega’s

Kader
Eigen discipline/vakgebied

Resultaat
Bevordering van de vakinhoudelijke/professionele ontwikkeling van collega’s

Activiteit
  • Geven van feedback aan minder ervaren collega’s
  • Informeren van nieuwe of minder ervaren collega’s over (nieuwe) processen of methoden van werken
  • Optreden als vraagbaak voor andere collega’s voor operationele en vakinhoudelijke problemen
  • Overdragen van vakinhoudelijke en procesmatige kennis aan nieuwe of minder ervaren collega’s
Kernactiviteit
Uitvoeren van inspecties en opstellen van inspectierapporten

Kader
InspectieplannenWet- en regelgeving

Resultaat
Voldoen aan inspectievoorschriften en oplevering van gegevens ten behoeve van de onderhoudsplanning

Activiteit
  • Uitvoeren van inspecties/controles van gebouwen, installaties en/of meet- en regelprocessen, onder andere door het uitvoeren van testen en metingen
  • Invullen/opstellen van inspectierapporten
  • Leveren van een bijdrage aan de opstelling van onderhoudsplannen op basis van de bevindingen
Kernactiviteit
Doen van voorstellen tot wijzigingen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden en bijbehorende kaders, methoden en werkwijzen, alsmede toezien op een correcte realisatie van die wijzigingen

Kader
AfdelingsdoelstellingenGebruikerwensen en -eisen

Resultaat
Verbeterde dienstverlening aan gebruikers

Activiteit
  • Adviseren van leidinggevende over het gebruik van methoden en toepassing van werkwijzen binnen eigen het vakgebied
  • Evalueren van bestaande dienstverlening en bijbehorende procedures en deze op grond hiervan verbeteren
  • Opstellen, bijstellen, toetsen en evalueren van kaders voor dienstverlening
Kernactiviteit
Verrichten van onderhouds- en/of herstelwerkzaamheden

Kader
Onderhoudsschema’sWerkplannen/-instructies

Resultaat
Bevordering van de goede staat van onderhoud van gebouwen, installaties, machines en/of objecten

Activiteit
  • Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden zoals schoonmaken, onderdelen vervangen en verrichten van metingen of werkzaamheden, gericht op kwaliteitsverbetering
  • Uitvoeren van reparaties
  • Installeren van (rand-)apparatuur en onderdelen, verrichten van metingen en lozingen, verwerken van afval
  • Leveren van een bijdrage aan het opstellen/bijhouden van onderhoudsplannen en werkinstructies op basis van de bevindingen en ervaringen
Kernactiviteit
Voeren van overleg met gebruikers inzake uit te voeren werkzaamheden en instructie inzake gebruik van machines, installaties en meet- en regelprocessen

Kader
Interne instructies

Resultaat
Gebruikers zijn op de hoogte van de stand van zaken en gebruiksrichtlijnen

Activiteit
  • Overleggen/informatie verschaffen over het tijdstip en de wijze van de uitvoering van werkzaamheden
  • Overleggen over specifieke gebruikerswensen ten aanzien van de uitvoering van werkzaamheden en te treffen maatregelen
  • Informeren inzake voortgang van werkzaamheden, afhandeling van storingen
  • Verschaffen van informatie/geven van instructie met betrekking tot het bedienen, af-stellen en onderhouden van machines/installaties/meet- en regelprocessen
Kernactiviteit
Registreren van verrichte werkzaamheden en bevindingen en bijhouden van de administratie van deze werkzaamheden

Kader
Interne instructiesAdministratieve systemen

Resultaat
Actuele gegevensbestanden, verzamelde managementinformatie en verantwoording van verrichte werkzaamheden

Activiteit
  • Bijhouden van werkbonnen/logboeken en andere (geautomatiseerde) bedrijfsadministratieve systemen (zoals opdrachtverwerking, urenverantwoording, storingsafhandeling)
  • Aanleveren van mutaties voor tekeningen, beheersgegevens, schema’s en/of zelf doorvoeren van deze gegevens en/of controle daarvan
  • Aanleveren van gegevens ten behoeve van de opstelling van onderhoudsplannen en bijhouden van gegevensbestanden
Kernactiviteit
Opsporen en/of opheffen van storingen en treffen van preventieve maatregelen

Kader
StoringsmeldingenSysteemtechnische handleidingen Wet- en regelgevingInterne instructies

Resultaat
Opgeheven storingen en verkleining van de kans op herhalingen

Activiteit
  • Lokaliseren van storingen aan de hand van onder andere storingsmeldingen, indicaties en toelichtingen van gebruikers
  • Verhelpen van storingen onder andere door componenten die storingen veroorzaken te repareren c.q. vervangen
  • In voorkomende gevallen veiligstellen van een niet direct oplosbare storing en treffen van maatregelen om eventuele gevolgschade te voorkomen
  • Terugkoppelen bevindingen/resultaten aan gebruiker
  • Signaleren en rapporteren van noodzakelijke onderhouds- en/of herstelwerkzaamheden
Competenties
Omschrijving
In staat zijn nieuwe kennis en informatie op te nemen en toe te passen.

Gedragsindicatoren
  • Laat zien dat hij/zij leert van gemaakte fouten.
  • Toont zich nieuwsgierig om kennis en ervaring te verbreden en te verdiepen.
  • Integreert nieuwe kennis en ervaringen in de eigen aanpak.
  • Zoekt van goede ideeën of programma's uit waarom ze werken
  • Toetst en evalueert de eigen handelswijze om ervan te leren.
  • Laat zien te leren van punten genoemd in evaluaties.
Toetsvragen
  • Hoe kom je aan nieuwe informatie? Kun je een voorbeeld geven?
  • Als er iets niet lukt, ga je dan na waarom? Geef eens een voorbeeld.
  • Wat zijn omstandigheden waaronder je gemakkelijk nieuwe informatie opneemt? Kun je een voorbeeld geven?
  • Heb je tijdens een inwerkperiode een aanpak waaraan je gewend was, wel eens moeten wijzigen door nieuwe informatie? Hoe ging dat?
  • Je hebt een cursus gevolgd. Wat heb je in deze cursus geleerd en hoe heb je deze kennis in de praktijk toegepast?
  • Heb je wel eens een project uitgevoerd waarvan je achteraf tot de conclusie kwam: 'als ik dat project opnieuw zou moeten uitvoeren, pakte ik het heel anders aan'?
  • Welke ervaring in je leven is voor jou het meest leerzaam geweest? Kun je aangeven hoe je de door deze situatie verworven kennis in de praktijk hebt gebracht?
Ontwikkeltips
  • Vorm een mening over de ontwikkelingen bij vergelijkbare organisaties, over trends in de markt, over technische ontwikkelingen in jouw vakgebied en wat je hiervan denkt te kunnen toepassen in je eigen functie.
  • Ga na wat jouw leerervaringen in bepaalde projecten zijn en wat de consequenties van die ervaringen zijn voor je verdere functioneren.
  • Onderzoek in hoeverre je feedback en suggesties van anderen vertaalt in een andere wijze van opereren of functioneren. Stimuleer jezelf om aanwijzingen en tips van anderen daadwerkelijk toe te passen.
  • Ga voor jezelf na hoe je nieuwe informatie kunt toepassen in je eigen functie of organisatieonderdeel.
  • Vraag jezelf na afloop van bezochte trainingen of seminars af wat heb je geleerd en wat je concreet in de praktijk wilt gaan toepassen. Koppel dit bijvoorbeeld terug in een gesprek of afdelingsvergadering.
  • Onderzoek welke leerstijl (bv. volgens Kolb) je voorkeur heeft. Wat zijn daarvan de sterke en zwakke kanten?
  • Vorm een mening over de ontwikkelingen bij vergelijkbare organisaties, over trends in de markt, over technische ontwikkelingen in jouw vakgebied en wat je hiervan denkt te kunnen toepassen in je eigen functie.
  • Ga na wat jouw leerervaringen in bepaalde projecten zijn en wat de consequenties van die ervaringen zijn voor je verdere functioneren.
  • Onderzoek in hoeverre je feedback en suggesties van anderen vertaalt in een andere wijze van opereren of functioneren. Stimuleer jezelf om aanwijzingen en tips van anderen daadwerkelijk toe te passen.
  • Ga voor jezelf na hoe je nieuwe informatie kunt toepassen in je eigen functie of organisatieonderdeel.
  • Vraag jezelf na afloop van bezochte trainingen of seminars af wat heb je geleerd en wat je concreet in de praktijk wilt gaan toepassen. Koppel dit bijvoorbeeld terug in een gesprek of afdelingsvergadering.
  • Onderzoek welke leerstijl (bv. volgens Kolb) je voorkeur heeft. Wat zijn daarvan de sterke en zwakke kanten?
Omschrijving
Precies, zorgvuldig en foutloos uitvoeren van werkzaamheden.

Gedragsindicatoren
  • Is nauwkeurig in de afwerking van taken en producten.
  • Controleert het eigen werk op fouten.
  • Werkt volgens afgesproken procedures en richtlijnen.
  • Verricht gedurende lange tijd werkzaamheden zonder fouten te maken.
  • Ziet zaken waar anderen overheen kijken.
  • Levert foutloos werk af.
Toetsvragen
  • Hoe organiseer je je werk? Hoe voorkom je dat je dingen over het hoofd ziet?
  • Vinden collega's je nauwkeurig? Waarom wel/niet?
  • Iedereen maakt wel eens fouten. Hoe kom jij erachter dat je iets fout hebt gedaan? Geef eens een voorbeeld?
  • Wat vind jij slordig? Wat doe je als een collega slordig werk aanlevert?
  • Krijg je weleens complimenten van collega's of klanten over de kwaliteit van je werk?
  • Wat voor soort complimenten?
  • Hoe controleer je jezelf op fouten?
Ontwikkeltips
  • Ruim tijd in om je werkzaamheden te plannen en te controleren.
  • Orden je werkzaamheden, maak ze een voor een af. Zorg ervoor dat je overzicht hebt en laat je niet afleiden.
  • Bedenk een logische ordening voor zaken die zijn afgewerkt en zaken die je nog onderhanden hebt. Bespreek deze met je leidinggevende.
  • Gebruik standaard de beschikbare middelen om nauwkeurig te werken, zoals: spellingscontrole, mappen in je computer.
  • Vraag een collega die heel precies is, om een door jouw gemaakt document te controleren en bespreek de uitkomst.
  • Let op details in documenten, zoals juiste datum, voetnoot etc.
  • Kies een archiveringssysteem dat bij je past en gebruik het consequent!
  • Ruim tijd in om je werkzaamheden te plannen en te controleren.
  • Orden je werkzaamheden, maak ze een voor een af. Zorg ervoor dat je overzicht hebt en laat je niet afleiden.
  • Bedenk een logische ordening voor zaken die zijn afgewerkt en zaken die je nog onderhanden hebt. Bespreek deze met je leidinggevende.
  • Gebruik standaard de beschikbare middelen om nauwkeurig te werken, zoals: spellingscontrole, mappen in je computer.
  • Vraag een collega die heel precies is, om een door jouw gemaakt document te controleren en bespreek de uitkomst.
  • Let op details in documenten, zoals juiste datum, voetnoot etc.
  • Kies een archiveringssysteem dat bij je past en gebruik het consequent!
Omschrijving
Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat met andere personen of groepen, ook wanneer dit niet van direct persoonlijk belang is.

Gedragsindicatoren
  • Deelt informatie en ervaringen met anderen.
  • Biedt hulp aan wanneer collega's daar behoefte aan hebben.
  • Levert bijdragen, ideeën of voorstellen gericht op groepsresultaten.
  • Reageert actief en op constructieve wijze op ideeën van anderen.
  • Past zich aan de groep aan als het erom gaat tot een gezamenlijk resultaat te komen.
  • Overbrugt tegenstellingen en verschillende zienswijzen tussen personen.
Toetsvragen
  • Heb je wel eens gefunctioneerd in een team of groep met een gezamenlijke opdracht? Wat was jouw rol in deze opdracht?
  • Kun je een situatie herinneren waarbij jij je niet hebt kunnen verenigen met de werkwijze van het team? Wat heb je toen gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat er verschillende visies speelden over een bepaald onderwerp? Hoe stelde jij je daarbij op?
  • Hoe beleef je de huidige manier van samenwerken met mensen in jouw organisatie of afdeling? Hebben zich daarbij wel eens problemen voorgedaan?
  • Ben je wel eens geconfronteerd met werkzaamheden die niet je persoonlijke belangstelling hadden? Was het moeilijk voor je om dat naast je normale werk uit te doen?
  • Ben je wel eens in de situatie geweest dat een team uit elkaar viel, omdat men niet met elkaar kon werken? Wat was je rol daarin?
  • Werk je op dit moment samen met collega's? Doen zich wel eens conflicten voor in die groep en hoe ga je daarmee om?
  • Hoe stel je je op in vergaderingen? Geef daar eens een voorbeeld van.
Ontwikkeltips
  • Help ongevraagd collega's van andere afdelingen of organisatieonderdelen.
  • Laat anderen delen in je kennis.
  • Luister naar anderen en bouw voort op hun voorstellen of ideeën. Denk mee.
  • Maak, indien aanwezig, samenwerkingsproblemen bespreekbaar. Doe dit met respect voor alle betrokkenen. Ga samen na waar de oorzaken liggen en hoe de samenwerking verbeterd kan worden.
  • Inventariseer bij een discussiepunt in de groep de verschillende meningen en laat de groep op democratische wijze tot een oordeel komen. Probeer dus te voorkomen dat je jouw mening oplegt aan de groep.
  • Overleg regelmatig met andere teams en/ of organisatieonderdelen. Ga na waar de meerwaarde van samenwerking zit. Doe dat zowel op formele als informele bijeenkomsten.
  • Stel vast met wie je de samenwerking goed vindt verlopen. Geef complimenten aan de betrokkenen.
  • Betrek anderen actief in een gesprek.
  • Help ongevraagd collega's van andere afdelingen of organisatieonderdelen.
  • Laat anderen delen in je kennis.
  • Luister naar anderen en bouw voort op hun voorstellen of ideeën. Denk mee.
  • Maak, indien aanwezig, samenwerkingsproblemen bespreekbaar. Doe dit met respect voor alle betrokkenen. Ga samen na waar de oorzaken liggen en hoe de samenwerking verbeterd kan worden.
  • Inventariseer bij een discussiepunt in de groep de verschillende meningen en laat de groep op democratische wijze tot een oordeel komen. Probeer dus te voorkomen dat je jouw mening oplegt aan de groep.
  • Overleg regelmatig met andere teams en/ of organisatieonderdelen. Ga na waar de meerwaarde van samenwerking zit. Doe dat zowel op formele als informele bijeenkomsten.
  • Stel vast met wie je de samenwerking goed vindt verlopen. Geef complimenten aan de betrokkenen.
  • Betrek anderen actief in een gesprek.
Omschrijving
Gericht zijn op het realiseren van doelstellingen en kwalitatieve en kwantitatieve resultaten.

Gedragsindicatoren
  • Vertaalt doelen in concreet meetbare of zichtbare resultaten.
  • Stelt in een overleg vast wat de afspraken zijn (wie doet wat wanneer).
  • Spreekt anderen aan bij niet behaalde of tegenvallende resultaten.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.
  • Maakt efficiënt gebruik van beschikbare tijd en middelen.
  • Realiseert doelstellingen volgens planning.
Toetsvragen
  • Wanneer ben je tevreden over je werk?
  • Kun je een situatie voor de geest halen waarin je de eisen aan jezelf te hoog of te laag had gesteld?
  • In welke situatie heb je niet aan je eigen eisen kunnen voldoen? Wat heb je toen gedaan?
  • Wat trekt je aan in deze functie? Wat zijn je beweegredenen om deze functie te ambiëren? Wat heb je gedaan om kennis en ervaring voor deze functie te verwerven?
  • Op welke wijze past deze functie in je loopbaanplanning?
  • Heb je recent iemand beoordeeld op zijn prestaties? Wat was daarbij volgens jou het onderscheid tussen een goede en een gemiddelde prestatie?
  • Welk voorstel voor de verbetering van de productkwaliteit heb je de afgelopen periode gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat de kwaliteit niet goed was van een deelproduct? Wat heb je toen gedaan?
  • Heb je wel eens in een team gefunctioneerd? Wat waren je verwachtingen van je teamgenoten in die situatie? Kwamen die uit? En zo niet, heb je betrokken teamleden daarop aangesproken?
Ontwikkeltips
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
Niveaus
NiveauSchaal
27