Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Zorgdragen voor de beleidsontwikkeling en, na vaststelling van het te voeren beleid door anderen, voor beleidsimplementatie en -evaluatie van (deel)processen in de bedrijfsvoering voor een faculteit, alsmede zorgdragen voor de inrichting en organisatorische en personele aansturing van deze processen, binnen de doelstellingen van de faculteit, teneinde een optimale bedrijfsvoering te realiseren.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Bijdragen aan het acquireren, scheppen van voorwaarden voor uitvoering, alsmede beheren van 2e en 3e geldstroomonderzoek en -onderwijs

Kader
Faculteitsplan

Resultaat
Contracten met potentiële partners en financiers en doelmatige uitvoering daarvan

Activiteit
  • Input geven voor 2e en 3e geldstroom beleid
  • Onderhouden van contacten met potentiële partners en financiers
  • Toetsen van aanvragen voor 2e of 3e geldstroom aan het faculteitsplan
  • Onderhandelen met potentiële partners en financiers ten aanzien van contractvoor-waarden
  • Verantwoording afleggen aan de opdrachtgevers omtrent de bedrijfsmatige uitvoering van contracten
Kernactiviteit
Adviseren en ondersteunen van belanghebbenden en betrokkenen binnen de faculteit of onderdelen daarvan over beleidsvragen en -thema’s

Kader
Faculteitsplan

Resultaat
Draagvlak voor en acceptatie van het geformuleerde beleid en een consistentie in de realisatie daarvan

Activiteit
  • Zich op de hoogte stellen van wensen en behoeften binnen de faculteit op het gebied van bedrijfsvoering
  • Uitdragen van (in ontwikkeling zijnde en geformuleerde) beleid aan stakeholders
  • Signaleren van de noodzaak tot formulering c.q. aanpassing van beleid
  • Informeren van het Faculteitsbestuur over relevante wijzigingen in landelijke wet- en regelgeving en mogelijke consequenties hiervan voor de faculteit
  • Verhelderen en formuleren van adviesvragen en deze afstemmen met belanghebbenden en betrokkenen
  • Formuleren en presenteren van adviezen
Kernactiviteit
Zorgdragen voor ontwikkelen van beleid op het gebied van bedrijfsvoering voor de faculteit

Kader
FaculteitsplanOp instellingsniveau vastgesteld beleid voor de eigen functionele disciplines

Resultaat
Bijdrage aan een geïntegreerd beleid op faculteitsniveau, ge-richt op het behalen van doelstellingen van de faculteit

Activiteit
  • Volgen van in- en externe ontwikkelingen en beoordelen daarvan op relevantie voor het huidige en in de toekomst te voeren beleid
  • (Laten) verzamelen en analyseren van relevante informatie, ken- en stuurgetallen, e.d.
  • Vragen van input voor en afstemmen van het beleid met leidinggevenden binnen de organisatorische eenheden en andere directeuren bedrijfsvoering
  • (Laten) opstellen van beleidsvoorstellen voor de afzonderlijke afdelingen
  • Beoordelen van door eigen medewerkers of anderen ontwikkelde beleidsideeën en voorstellen en deze integreren tot een totaal conceptbeleid en -plan
  • Ter goedkeuring voorleggen van beleidsnotities en conceptbegrotingen aan direct leidinggevende
Kernactiviteit
Zorgdragen voor de uitvoering en evaluatie van beleid

Kader
FaculteitsplanPlanning & Control-cyclus

Resultaat
Randvoorwaarden voor het verzorgen van onderwijs en het doen van onderzoek

Activiteit
  • Ontwikkelen van voorstellen voor een optimale inrichting van het eigen organisatieonderdeel en de daartoe behorende afdelingen (organisatiestructuur, taakverdeling en procedures, waaronder IT en Arbo)
  • Ter goedkeuring voorleggen van voorstellen voor een optimale inrichting aan de direct leidinggevende
  • Zorgdragen voor een juiste toewijzing, aanwending, beheer en bewaking van (financiële) middelen binnen de eigen faculteit
  • Coördineren, bewaken en bijsturen van de implementatie van het beleid
  • Delegeren van verantwoordelijkheden en bevoegdheden
  • Inzetten en toewijzen van middelen aan personeel/projecten/activiteiten binnen de dienst
  • (Laten) bewaken van de inzet van middelen, toetsen of deze inzet leidt tot het scheppen van de juiste randvoorwaarden en oplossen van knelpunten hieromtrent
  • Periodiek rapporteren aan direct leidinggevende inzake voortgang en resultaten van bedrijfsvoering
Kernactiviteit
Bijdragen aan een conceptstrategie voor de faculteit

Kader
Visie van het FaculteitsbestuurOpdracht van het Faculteitsbestuur

Resultaat
Strategienotitie die een adequate besluitvorming mogelijk maakt met betrekking tot richting en ontwikkelingen op lange termijn van onderwijs, onderzoek, onderwijs- en onderzoeksondersteuning en organisatie van de faculteit

Activiteit
  • Volgen van in- en externe ontwikkelingen en beoordelen daarvan op relevantie voor de strategie
  • Ontwikkelen van beleidsideeën ten behoeve van faculteitsbreed beleid ten aanzien van de aandachtsgebieden waarvoor de dienst verantwoordelijk is
  • Opstellen van een strategienotitie
  • Deelnemen aan het bestuurlijk overleg en bijdragen aan de besluitvorming met betrekking tot de faculteitsstrategie
Kernactiviteit
Medevormgeven en implementeren van het HRM-beleid binnen de eigen dienst

Kader
FaculteitsplanCAOHRM-beleid van de instelling

Resultaat
Kwantitatieve en kwalitatieve bezetting die in optimale zin bijdraagt aan het realiseren van de geformuleerde doelstellingen

Activiteit
  • Zorgdragen voor het werven en selecteren van medewerkers
  • (Laten) voeren van functioneringsgesprekken, loopbaanontwikkelingsgesprekken en beoordelingsgesprekken met medewerkers
  • Zorgdragen voor introductie, opleiding en begeleiding van (nieuwe) medewerkers
  • Toekennen van de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden conform CAO
  • Zorgdragen voor het ontwikkelen van talenten en professionaliseren van medewerkers
  • Coachen van medewerkers binnen het eigen organisatieonderdeel
  • Zorgdragen voor verzuimpreventie en -beheersing
Kernactiviteit
Leiding en sturing geven aan medewerkers en werkzaamheden binnen de eigen dienst

Kader
Overeengekomen verantwoordelijkheidsverdelingFaculteitsplan

Resultaat
Effectieve, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van werkzaamheden en processen.

Activiteit
  • Informeren van medewerkers over de voor de dienst te realiseren doelstellingen, overdragen van kennis en informatie over te volgen werkwijzen en procedures
  • Plannen en toekennen van werkzaamheden (en bevoegdheden), rekening houdend met individuele capaciteiten en kwaliteiten van medewerkers
  • Voeren van periodiek bilateraal overleg met directe medewerkers over de voortgang en resultaten van een onderdeel van de dienst
  • Bewaken en bevorderen van een goede communicatie en samenwerking binnen de dienst en met overige diensten/afdelingen
  • Toezien op en bevorderen van de voortgang van werkzaamheden
  • Beoordelen van resultaten
  • Stellen van prioriteiten
  • Ingrijpen bij/opheffen van zich voordoende onvolkomenheden en problemen
  • Nemen van maatregelen ter voorkoming van problemen of verbetering van processen
Competenties
Omschrijving
Afstand nemen van de dagelijkse praktijk. Zich concentreren op hoofdlijnen en lange termijn beleid.

Gedragsindicatoren
  • Neemt de tijd om vooruit te denken op hoofdlijnen.
  • Geeft aan waar kansen en mogelijkheden voor de toekomst van de afdeling of organisatie liggen.
  • Zoekt inspiratiebronnen, oriënteert zich op visies met betrekking tot zijn of haar functie- of vakgebied.
  • Schetst een helder beeld van de toekomst van de eigen afdeling of organisatie en haar omgeving.
  • Heeft een eigen doelstelling of missie geformuleerd in het licht van interne en externe ontwikkelingen.
  • Geeft aan hoe de strategie van de afdeling of organisatie moet veranderen om adequaat te kunnen reageren op interne en externe ontwikkelingen.
Toetsvragen
  • Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarbij je duidelijk rekening hebt gehouden met ontwikkelingen op de langere termijn? Met welke factoren heb je hierbij rekening gehouden?
  • Kun je een voorbeeld geven van een besluit dat je hebt moeten nemen dat direct effect heeft gehad op het beleid van jouw afdeling of organisatieonderdeel? Was het volgens jou een juist besluit?
  • Welke zaken, die zich voordoen buiten jouw afdeling of organisatieonderdeel, zullen jouw organisatie het komende jaar beïnvloeden? De komende vijf jaar? Op welke manier bereid je je voor op deze te verwachten veranderingen?
  • Hoe ga je te werk bij het ontwikkelen van een visie voor jouw afdeling of organisatieonderdeel?
Ontwikkeltips
  • Zorg dat je regelmatig tijd vrijmaakt om na te denken over de lange termijn doelstellingen van jouw afdeling en toets de helderheid hiervan bij collega's of leidinggevende.
  • Houd ontwikkelingen in de markt en de branche bij door marktonderzoek te lezen en met mensen te praten die zicht hebben op de markt.
  • Lees jaarverslagen en andere relevante documenten van andere organisaties.
  • Stel op basis van deze informatie een visie op voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Vertaal relevante trends en ontwikkelingen in concrete acties en plannen.
  • Vertaal de te verwachten relevante maatschappelijke en politieke ontwikkelingen naar gevolgen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Formuleer toekomstige probleemgebieden of kansen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Houd een presentatie over het gewenste lange termijnbeleid voor de eigen organisatie.
  • Houd een brainstormsessie waarin de belangrijkste ontwikkelingen en de invloed hiervan op het eigen organisatieonderdeel worden geïnventariseerd.
  • Stel jezelf de vraag waar je over twee jaar wilt staan met je team. Wat moet je doen om daar te komen? Zet de doelen en strategie op schrift. Praat er regelmatig over met collega's.
  • Zorg dat je regelmatig tijd vrijmaakt om na te denken over de lange termijn doelstellingen van jouw afdeling en toets de helderheid hiervan bij collega's of leidinggevende.
  • Houd ontwikkelingen in de markt en de branche bij door marktonderzoek te lezen en met mensen te praten die zicht hebben op de markt.
  • Lees jaarverslagen en andere relevante documenten van andere organisaties.
  • Stel op basis van deze informatie een visie op voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Vertaal relevante trends en ontwikkelingen in concrete acties en plannen.
  • Vertaal de te verwachten relevante maatschappelijke en politieke ontwikkelingen naar gevolgen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Formuleer toekomstige probleemgebieden of kansen voor het eigen organisatieonderdeel.
  • Houd een presentatie over het gewenste lange termijnbeleid voor de eigen organisatie.
  • Houd een brainstormsessie waarin de belangrijkste ontwikkelingen en de invloed hiervan op het eigen organisatieonderdeel worden geïnventariseerd.
  • Stel jezelf de vraag waar je over twee jaar wilt staan met je team. Wat moet je doen om daar te komen? Zet de doelen en strategie op schrift. Praat er regelmatig over met collega's.
Omschrijving
Er in slagen anderen te winnen voor ideeën en plannen.

Gedragsindicatoren
  • Brengt zijn of haar voorstellen met enthousiasme.
  • Komt met relevante argumenten op het juiste moment.
  • Gaat in op vragen of twijfels bij zijn of haar gesprekspartner.
  • Hanteert verschillende argumenten en gedragsstijlen om anderen mee te krijgen.
  • Reageert constructief op negatieve reacties door te vragen naar achterliggende argumenten.
  • Benut de juiste sleutelfiguren om mensen en groepen mee te krijgen.
Toetsvragen
  • Wat is volgens jou je beste voorstel, dat door anderen is overgenomen? Hoe heb je dat bij hen aangekaart?
  • Wat was je beste voorstel dat niet werd geaccepteerd? Waarom werd het niet geaccepteerd?
  • In discussies gaat iedereen uit van zijn eigen gelijk. Hoe lukt het jou om anderen mee te krijgen voor jouw standpunt?
  • Kun je jouw moeilijkste ervaring met het veranderen van iemands plannen beschrijven? Wat heb je allemaal geprobeerd om je doel toch te kunnen bereiken?
  • Welke eigenschappen zijn nodig om te kunnen overtuigen? Waarom?
  • Hoe heb je in het laatste jaar vanuit je functie anderen overtuigd? Geef eens een voorbeeld.
  • Hoe overtuig je een groep? Geef eens een voorbeeld.
  • Wat is volgens jou de beste benadering om een impopulair standpunt te verkopen? Kun je iets vertellen over een situatie waarin je hiermee te maken hebt gehad?
Ontwikkeltips
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
Omschrijving
Richting en sturing geven aan medewerkers of een projectgroep om doelstellingen en resultaten te realiseren.

Gedragsindicatoren
  • Geeft prestaties of resultaatverwachtingen aan in duidelijke, specifieke en tijdsgebonden afspraken ( SMART).
  • Zorgt dat er in een groep of werkgroep een duidelijke taakverdeling komt gericht op de doelstelling.
  • Neemt een richtinggevend standpunt in als mensen twijfelen over een gekozen aanpak.
  • Houdt de voortgang van resultaten in relatie tot de doelstelling in de gaten.
  • Spreekt bij tegenvallende prestaties de betrokken personen aan.
  • Geeft waardering aan medewerkers die afgesproken doelen en resultaten halen.
Toetsvragen
  • Ben je wel eens projectleider geweest of voorzitter van een werkgroep? Hoe stuurde je toen de medewerkers naar het doel?
  • Hoe zorg je er als leidinggevende voor dat de gestelde doelen worden gehaald?
  • Is het je wel eens overkomen dat, door onvoorziene omstandigheden, een planning bijgesteld diende te worden? Wat heb je toen gedaan?
  • Hoe bepaal je waar de prioriteiten liggen in je werk, kun je daar voorbeelden van noemen?
  • Heb je wel eens te maken gehad met een medewerker waar de resultaten van tegen vielen? Wat deed je toen?
  • Is het wel eens voorgekomen dat een van je medewerkers een duidelijk andere kijk op de afdelingstaken dan wel zijn/haar taken naar voren bracht dan je zelf hebt? Zo ja, beschrijf deze situatie. Welke benadering heb je gekozen om deze medewerker te overtuigen?
  • Heb je wel eens een medewerker gehad die naar jouw mening minder goed functioneerde? Wat heb je toen gedaan c.q. welke maatregelen heb je toen getroffen?
  • Heb je wel eens een medewerker op het matje geroepen? Hoe heb je dat precies aangepakt?
Ontwikkeltips
  • Communiceer aan medewerkers het te voeren beleid en de resultaten die je van hen verwacht. Reserveer tijd voor een toelichting en voor het beantwoorden van vragen.
  • Formuleer in samenspraak met elke medewerker duidelijke doelstellingen (concreet, meetbaar en haalbaar) voor de komende periode en leg deze vast.
  • Geef kleine en gerichte opdrachten aan medewerkers voor wie de betreffende opdracht geheel nieuw is.
  • Voer - indien de situatie zich voordoet - een gesprek met betrekking tot ongewenst gedrag van een medewerker.
  • Wissel twee maal per maand met elke medewerker kort van gedachten over de voortgang van zijn werk en de taakuitvoering. Kies de juiste stijl afhankelijk van de medewerker.
  • Ga regelmatig 'buurten' bij je medewerkers
  • gun jezelf tijd voor het voeren van informele gesprekken en pols of ze nog op 'koers' liggen.
  • Bedenk hoe je de voortgang van resultaten wilt monitoren en eventueel bijstellen.
  • Beloon goede resultaten en spreek mensen aan als resultaten achter blijven.
  • Neem de rol van projectleider op je of voortrekker van een activiteit, zodat je richting moet geven aan een groep om resultaten te halen.
  • Communiceer aan medewerkers het te voeren beleid en de resultaten die je van hen verwacht. Reserveer tijd voor een toelichting en voor het beantwoorden van vragen.
  • Formuleer in samenspraak met elke medewerker duidelijke doelstellingen (concreet, meetbaar en haalbaar) voor de komende periode en leg deze vast.
  • Geef kleine en gerichte opdrachten aan medewerkers voor wie de betreffende opdracht geheel nieuw is.
  • Voer - indien de situatie zich voordoet - een gesprek met betrekking tot ongewenst gedrag van een medewerker.
  • Wissel twee maal per maand met elke medewerker kort van gedachten over de voortgang van zijn werk en de taakuitvoering. Kies de juiste stijl afhankelijk van de medewerker.
  • Ga regelmatig 'buurten' bij je medewerkers
  • gun jezelf tijd voor het voeren van informele gesprekken en pols of ze nog op 'koers' liggen.
  • Bedenk hoe je de voortgang van resultaten wilt monitoren en eventueel bijstellen.
  • Beloon goede resultaten en spreek mensen aan als resultaten achter blijven.
  • Neem de rol van projectleider op je of voortrekker van een activiteit, zodat je richting moet geven aan een groep om resultaten te halen.
Omschrijving
Synergie aanbrengen in een groep medewerkers, onderlinge betrokkenheid stimuleren en medewerkers motiveren tot doeltreffende samenwerkingsverbanden.

Gedragsindicatoren
  • Nodigt medewerkers uit om hun inbreng te geven.
  • Inspireert medewerkers.
  • Zorgt ervoor dat samenwerking en samenhang tot stand komen.
  • Zorgt voor continue en open communicatie o.a. door zelf het goede voorbeeld te geven.
  • Weet mensen te stimuleren tot het vinden van oplossingen bij belemmeringen tussen personen.
  • Organiseert besluitvorming zodanig dat iedereen zijn bijdrage kan leveren zodat er een goed draagvlak ontstaat.
Toetsvragen
  • Wat zijn je ervaringen met leidinggeven?
  • Heb je wel eens leiding gegeven aan een projectgroep, waarvan de leden - hiërarchisch gezien -niet onder je stonden? Hoe heb je dat gedaan?
  • Kun je een voorbeeld geven van een van de moeilijkste groepen waar je medewerking van moest zien te verkrijgen? Wat voor formele positie had je naar die groep? Wat heb je gedaan?
  • Geef een voorbeeld van een verandering die je hebt doorgevoerd. Werd je idee geaccepteerd? Wat heb je daarvoor gedaan?
  • Hoe vaak overleg je met je directe medewerkers? Waarom vinden overleggen in deze frequentie plaats? Hoe bereid je je voor op overleg?
  • Wat was het laatste belangrijke onderwerp waarbij je medewerkers hebt betrokken? Hoe heb je dat gedaan?
  • Heb je wel eens moeten bemiddelen in een samenwerkingsconflict tussen twee medewerkers? Wat heb je ondernomen om deze medewerkers in staat te stellen beter samen te werken?
  • Als leidinggevende kun je allerlei motivatietechnieken hanteren. Kun je voorbeelden geven welke volgens jou goed werken en waarom?
Ontwikkeltips
  • Zorg voor bereikbaarheid en voor korte lijnen tussen leidinggevende en medewerkers. Zorg dat je weet wat er speelt onder de medewerkers.
  • Let op en stimuleer ook anderen om tijdens overleggen de volgende punten in de gaten te houden:
  • Wordt iedereen uitgenodigd om zijn/haar mening te geven?
  • Komen alle agendapunten aan bod?
  • Komen alle teamleden voldoende aan het woord?
  • Wordt er iets gezegd over de geleverde resultaten van het werk, worden er -indien mogelijk- complimenten gegeven?
  • Worden er voldoende afspraken gemaakt om problemen op te kunnen lossen?
  • Organiseer afstemming over taken met andere organisatieonderdelen. Je kunt hiermee ook voorkomen dat zaken dubbel gedaan worden.
  • Denk na over de teamsamenstelling. Sluiten de competenties van het team en van de individuele medewerkers aan bij de te verrichten werkzaamheden en bij de affiniteiten van de medewerkers?
  • Benoem en vier successen.
  • Organiseer (informele) ontmoetingen.
  • Zorg ervoor dat conflicten tussen teamleden en teams opgelost worden. Plan een sessie met de betreffende teamleden/teams. Laat ieder zijn/haar visie op het conflict naar voren brengen. Vraag om wederzijds begrip en probeer samen een oplossing te formuleren.
  • Ga een projectgroep of vergadering voorzitten. Spreek de ervaringen na met je leidinggevende of begeleider.
  • Neem een voortrekkersrol bij een groep die iets moet organiseren zoals een themamiddag, personeelsuitje, etc.
  • Zorg voor bereikbaarheid en voor korte lijnen tussen leidinggevende en medewerkers. Zorg dat je weet wat er speelt onder de medewerkers.
  • Let op en stimuleer ook anderen om tijdens overleggen de volgende punten in de gaten te houden:
  • Wordt iedereen uitgenodigd om zijn/haar mening te geven?
  • Komen alle agendapunten aan bod?
  • Komen alle teamleden voldoende aan het woord?
  • Wordt er iets gezegd over de geleverde resultaten van het werk, worden er -indien mogelijk- complimenten gegeven?
  • Worden er voldoende afspraken gemaakt om problemen op te kunnen lossen?
  • Organiseer afstemming over taken met andere organisatieonderdelen. Je kunt hiermee ook voorkomen dat zaken dubbel gedaan worden.
  • Denk na over de teamsamenstelling. Sluiten de competenties van het team en van de individuele medewerkers aan bij de te verrichten werkzaamheden en bij de affiniteiten van de medewerkers?
  • Benoem en vier successen.
  • Organiseer (informele) ontmoetingen.
  • Zorg ervoor dat conflicten tussen teamleden en teams opgelost worden. Plan een sessie met de betreffende teamleden/teams. Laat ieder zijn/haar visie op het conflict naar voren brengen. Vraag om wederzijds begrip en probeer samen een oplossing te formuleren.
  • Ga een projectgroep of vergadering voorzitten. Spreek de ervaringen na met je leidinggevende of begeleider.
  • Neem een voortrekkersrol bij een groep die iets moet organiseren zoals een themamiddag, personeelsuitje, etc.
Omschrijving
Onderkennen van de invloed en de gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op de eigen organisatie en daarnaar handelen.

Gedragsindicatoren
  • Spreekt de juiste persoon aan, zonder anderen te passeren.
  • Houdt rekening met belangen van anderen.
  • Kent en houdt rekening met de meningen en gevoeligheden in de organisatie.
  • Houdt bij het doen van voorstellen rekening met de acceptatie binnen de organisatie.
  • Toetst bij de juiste personen of er voldoende draagvlak is voor een voorstel.
  • Verandert de aanpak als de cultuur van een organisatieonderdeel dat vereist.
Toetsvragen
  • Met welke afdelingen/ diensten/ faciliteiten heb je normaal gesproken rekening te houden wanneer je een beslissing moet nemen? Waarom?
  • Heeft je organisatie wel eens te maken gehad met consequenties van een politiek of bestuurlijk besluit? Hoe heb je hierop geanticipeerd?
  • Hoe hebben gebeurtenissen binnen je afdeling gevolgen voor andere afdelingen?
  • Hoe ziet het organogram van je organisatie eruit?
  • Hoe typeer je de organisatiecultuur en vind je deze effectief?
  • Ben je wel eens in de situatie geweest waarin bleek dat een andere afdeling last had van een beslissing die door jou was genomen? Wat heb je toen ondernomen?
  • Hoe houd je je op de hoogte van wat er verder in de organisatie gebeurt?
  • Hoe houd je rekening met de verschillende belangen in jouw organisatie? Voorbeeld?
  • Hoe voorkom je dat een voorstel verzandt in de interne politiek?
Ontwikkeltips
  • Vraag je bij het nemen van beslissingen steeds af wat de gevolgen voor anderen afdelingen binnen de organisatie zijn.
  • Praat tijdens het opstellen van plannen in een vroeg stadium met de betrokkenen over de verwachte effecten en neveneffecten op andere onderdelen van de organisatie.
  • Verdiep je regelmatig in de doelen en activiteiten van de andere organisatieonderdelen en die van de organisatie als geheel. Breng de verschillende soorten belangen in kaart.
  • Betrek de juiste collega´s en/of organisatieonderdelen tijdig in overleg en besluitvorming.
  • Ben je bewust van de hiërarchische lijnen
  • waak er voor om mensen niet te passeren
  • Zorg dat je betrokken raakt bij een organisatiebreed project.
  • Onderzoek bij onderwerpen die gevoelig kunnen liggen de belangen van verschillende betrokkenen.
  • Houd bij je handelen rekening met de cultuur van een organisatie.
  • Vraag je bij het nemen van beslissingen steeds af wat de gevolgen voor anderen afdelingen binnen de organisatie zijn.
  • Praat tijdens het opstellen van plannen in een vroeg stadium met de betrokkenen over de verwachte effecten en neveneffecten op andere onderdelen van de organisatie.
  • Verdiep je regelmatig in de doelen en activiteiten van de andere organisatieonderdelen en die van de organisatie als geheel. Breng de verschillende soorten belangen in kaart.
  • Betrek de juiste collega´s en/of organisatieonderdelen tijdig in overleg en besluitvorming.
  • Ben je bewust van de hiërarchische lijnen
  • waak er voor om mensen niet te passeren
  • Zorg dat je betrokken raakt bij een organisatiebreed project.
  • Onderzoek bij onderwerpen die gevoelig kunnen liggen de belangen van verschillende betrokkenen.
  • Houd bij je handelen rekening met de cultuur van een organisatie.
Niveaus
NiveauSchaal
215
314