Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Ontwikkelen en/of beheren van mobiliteit- en beurzenprogramma¿s en samenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen op het gebied van uitwisseling en/of ontwikkelingssamenwerking, zowel nationaal als internationaal en binnen de kaders van het ontwikkelplan van het College van Bestuur, met als doel het onderwijs van de instelling te internationaliseren en het uitwisselen van studenten en/of docenten te bevorderen.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Signaleren van behoefte aan complementaire wetenschappelijke kennis en vervolgens in samenspraak met faculteiten, benaderen van buitenlandse universiteiten met gevraagde complementariteit

Kader
Afspraken over samenwerking

Resultaat
Stimulering van academische samenwerkingsverbanden met universiteiten

Activiteit
  • Onderhouden van contacten met collega’s van buitenlandse instellingen over de ontwikkelingen binnen de eigen instelling
  • Voeren van overleg met faculteiten en beleidsmedewerkers over de behoefte aan strategische samenwerkingsverbanden
  • Overdragen van de contacten
  • Begeleiden van de relatie met de samenwerkende instelling
Kernactiviteit
Ontwikkelen en uitbouwen van het internationale netwerk van alumni van de instelling

Kader
Alumnibeleid

Resultaat
Ambassadeurs voor de eigen instelling

Activiteit
  • (Laten) bijhouden van database met alumni in het buitenland
  • Informeren van alumni over activiteiten van de instelling
  • Informeren van faculteiten over de werkzaamheden van alumni
  • Eventueel organiseren of bijdragen aan de organisatie van alumni-bijeenkomsten
Kernactiviteit
Signaleren van veranderingen en mogelijkheden op gebied van internationalisering en doen van concrete voorstellen voor verbetering hieromtrent

Kader
Visie van de instelling op internationaliseringBeschikbare middelen

Resultaat
Bevordering van uniform en actueel internationaliseringsbeleid en beleidsuitvoering op genoemde gebieden

Activiteit
  • Volgen van ontwikkelingen op gebied van internationalisering en/of ontwikkelingssamenwerking en hieraan gerelateerde gebieden
  • Voeren van overleg met betrokkenen binnen de instelling en/of daarbuiten over de toekomst van internationalisering van het onderwijs
  • Verbetervoorstellen voorleggen aan en afstemmen met het afdelingshoofd
Kernactiviteit
Organiseren van informatiebijeenkomsten voor studenten van de instelling, buitenlandse studenten of universitair medewerkers, alsmede ontwikkelen van communicatiematerialen

Kader
Visie en wensen van de instelling op gebied van internationaliseringOnderwijsprogramma’s van faculteiten

Resultaat
Bekendheid van het internationaliseringsbeleid van de instelling, alsmede een bijdrage aan de uitstraling van de gehele instelling

Activiteit
  • Toegankelijk maken van informatie over de diensten en mogelijkheden van de eigen dienst
  • Ontwikkelen van studiegids met Engelstalig cursusaanbod
Kernactiviteit
Coördineren van de door medewerkers van de afdeling uit te voeren werkzaamheden

Kader
Bevoegdheden en richtlijnen

Resultaat
Bevordering van doelmatige, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige werkuitvoering

Activiteit
  • Informeren van medewerkers over de te realiseren doelstellingen en resultaten
  • Geven van aanwijzingen en instructies over te volgen werkwijzen en procedures
  • (Laten) maken van roosters en afstemmen van vrije dagen
  • Medebeoordelen van resultaten en toezien op en bevorderen van een kwalitatief en kwantitatief juiste voortgang van werkzaamheden
  • Oplossen of doorgeven van problemen welke niet door medewerkers zelf kunnen of mogen worden opgelost
Kernactiviteit
Beheren van de financiële middelen van de afdeling, voor de eerste, tweede en derde geldstroom

Kader
Beschikbare financiële informatieRichtlijnen van de EU en/of andere subsidieverstrekkers

Resultaat
Kloppende begroting en continue inzicht in de beschikbaarheid van financiële middelen in het totaal en per programma/project

Activiteit
  • Verzamelen van financiële informatie bij de verschillende programmabeheerders
  • Analyseren van de financiële informatie op volledigheid en juistheid
  • Ontwikkelen van interne procedures voor administratief beheer
  • Opstellen van begrotingen voor de afdeling als geheel en ondersteunen bij het opstellen van programmabegrotingen
  • Opleveren van financiële rapportages
Kernactiviteit
Adviseren bij het opstellen van programmabegrotingen, alsmede coördineren van het verwerven van interne en/of externe middelen voor internationalisering van het onderwijs en onderzoek van de instelling

Kader
Regelgeving voor subsidie-aanvrageBegroting van het programma

Resultaat
Financiële middelen om het programma of project conform de gestelde voorwaarden en planning van start te kunnen laten gaan

Activiteit
  • Onderzoeken van de mogelijkheden voor externe financiering, bij bijvoorbeeld NUFFIC, Ministeries, de Europese Unie of de Wereldbank
  • Onderhouden van contacten met financiers
  • Bevorderen van de netwerkvorming met andere instellingen
  • Adviseren van faculteiten/afdelingen over de inrichting van subsidieaanvragen
Kernactiviteit
Begeleiden en adviseren van facultaire medewerkers bij het internationaliseren van hun onderwijsprogramma

Kader
Doelstellingen van de afdeling

Resultaat
Bijdrage aan de realisatie van de door de faculteit(en) geformuleerde doelstellingen op gebied van internationalisering en/of stimuleren van facultaire deelname aan programma’s

Activiteit
  • Beoordelen van voorstellen voor internationalisering
  • Overdragen van kennis op gebied van internationaliseren
  • Contact leggen met partnerinstellingen om facultaire collega’s daar eventueel te kunnen introduceren
  • Ondersteunen bij het opstellen van projectaanvragen
  • Begeleiden van lopende projecten
Kernactiviteit
Beheren van één of meerdere lopende programma’s en de bijbehorende budgetten en bij knelpunten voorstellen voor verbetering doen en deze na goedkeuring doorvoeren

Kader
Gemaakte programma-afspraken met partnerinstellingenProgrammabudgetIn overleg met de partnerinstelling

Resultaat
Optimaal inhoudelijk en budgettair verloop van de programma’s

Activiteit
  • Verzamelen van informatie over programmavoortgang bij faculteiten, deelnemende studenten en bij partnerinstelling(en)
  • Bij afwijkingen in de voortgang voorstellen doen om bij te sturen
  • Volgen van de aan de programma’s deelnemende studenten
  • Zorgen voor verslaglegging van de programma’s
  • Monitoren van aanverwante processen, zoals huisvesting en visaverlening
Kernactiviteit
Signaleren, onderzoeken en concretiseren van samenwerkingsmogelijkheden met buitenlandse partners ten aanzien van de internationalisering van het onderwijs en/of onderzoek van de universiteit

Kader
Andere onderwijsinstellingen of donororganisatiesBeschikbare middelenVisie van de dienst op internationalisering

Resultaat
Bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe projecten, passend binnen het beleid van de instelling

Activiteit
  • Volgen van internationale ontwikkelingen ten aanzien van programma’s en projecten
  • Benaderen van (nieuwe) partners om mogelijkheden mee te bespreken en te concretiseren
  • Schrijven van projectaanvragen
Kernactiviteit
Begeleiden of opstellen van publicaties over de werkzaamheden en mogelijkheden van de afdeling, alsmede zorgen voor het ontwikkelen en beschikbaar zijn van wervend materiaal

Kader
Huisstijl van de instelling en de dienstUitgangspunten van de dienst

Resultaat
Werving van studenten en/of docenten voor deelname aan een programma, alsmede bevordering van de bekendheid van de afdeling bij de doelgroep

Activiteit
  • Opstellen van plan voor werving van studenten en/of medewerkers
  • Redigeren van teksten ter publicatie
  • Plaatsen van advertenties in universiteitskrant
  • Deelnemen aan al dan niet zelf georganiseerde beurzen en/of voorlichtingsbijeenkomsten
  • Voeren van gesprekken met studenten over geschiktheid, visa, huisvesting en aansluiting op curriculum
Competenties
Omschrijving
Laat blijken goed geïnformeerd te zijn over de maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Gedragsindicatoren
  • Kent de actuele nieuwsonderwerpen die van belang zijn voor het functiegebied.
  • Stelt zich op de hoogte van economische, sociale, vakinhoudelijke en andere ontwikkelingen.
  • Is op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op vakgebieden die een raakvlak hebben met het eigen vakgebied.
  • Gaat adequaat om met cultuurverschillen.
  • Vertaalt ontwikkelingen in de maatschappij naar het eigen werkterrein.
  • Heeft externe contacten die hem of haar informeren over maatschappelijke trends en ontwikkelingen die van belang zijn voor het eigen functie- of vakgebied.
Toetsvragen
  • Welke recente ontwikkelingen zijn van belang voor je functiegebied?
  • Hoe heb je je het afgelopen jaar op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen binnen je vakgebied?
  • Welke veranderingen in de maatschappij hebben grote invloed gehad op je werk in de laatste jaren? Welke veranderingen in de maatschappij zullen volgens jou je werk in de komende tijd beïnvloeden?
  • Welke belangrijke ontwikkelingen hebben zich recent voorgedaan binnen de organisatie? Hoe heb je jezelf de laatste maanden op de hoogte gehouden van wat er in de organisatie gebeurt?
  • Wat waren de voornaamste doelstellingen van jouw organisatie het laatste jaar?
Ontwikkeltips
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
  • Verdiep je in de maatschappelijke, economische en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor de korte en lange termijnplannen van je eigen organisatie. Ga na welke effecten deze kunnen hebben op je eigen werkterrein en maak de resultaten kenbaar in een overleg met anderen. Of geef een presentatie hierover aan een groep betrokkenen.
  • Houd je goed op de hoogte van (nieuwe) ontwikkelingen die je functiegebied raken. Lees kranten, vaktijdschriften, volg actualiteitenprogramma's etc.
  • Verdiep je in de strategie en de doelstellingen van je organisatie en in de interne ontwikkelingen. Ga na wat dit betekent voor je eigen werkterrein of afdeling en bespreek dit in het werkoverleg van je afdeling.
  • Overleg tijdens het opstellen van plannen met de betrokkenen over de verwachte (neven)effecten. Toets met hen in hoeverre in de plannen rekening is gehouden met ontwikkelingen in de in- en /of externe omgeving. Verwerk de informatie in je plan.
  • Organiseer samen met een collega/ medewerker een bijeenkomst rond relevante thema's.
  • Neem deel aan congressen, doe aan intervisie, lees vaktijdschriften.
  • Zoek contact met mensen die je op de hoogte kunnen houden van maatschappelijke, politieke en vakinhoudelijke ontwikkelingen.
Omschrijving
Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat met andere personen of groepen, ook wanneer dit niet van direct persoonlijk belang is.

Gedragsindicatoren
  • Deelt informatie en ervaringen met anderen.
  • Biedt hulp aan wanneer collega's daar behoefte aan hebben.
  • Levert bijdragen, ideeën of voorstellen gericht op groepsresultaten.
  • Reageert actief en op constructieve wijze op ideeën van anderen.
  • Past zich aan de groep aan als het erom gaat tot een gezamenlijk resultaat te komen.
  • Overbrugt tegenstellingen en verschillende zienswijzen tussen personen.
Toetsvragen
  • Heb je wel eens gefunctioneerd in een team of groep met een gezamenlijke opdracht? Wat was jouw rol in deze opdracht?
  • Kun je een situatie herinneren waarbij jij je niet hebt kunnen verenigen met de werkwijze van het team? Wat heb je toen gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat er verschillende visies speelden over een bepaald onderwerp? Hoe stelde jij je daarbij op?
  • Hoe beleef je de huidige manier van samenwerken met mensen in jouw organisatie of afdeling? Hebben zich daarbij wel eens problemen voorgedaan?
  • Ben je wel eens geconfronteerd met werkzaamheden die niet je persoonlijke belangstelling hadden? Was het moeilijk voor je om dat naast je normale werk uit te doen?
  • Ben je wel eens in de situatie geweest dat een team uit elkaar viel, omdat men niet met elkaar kon werken? Wat was je rol daarin?
  • Werk je op dit moment samen met collega's? Doen zich wel eens conflicten voor in die groep en hoe ga je daarmee om?
  • Hoe stel je je op in vergaderingen? Geef daar eens een voorbeeld van.
Ontwikkeltips
  • Help ongevraagd collega's van andere afdelingen of organisatieonderdelen.
  • Laat anderen delen in je kennis.
  • Luister naar anderen en bouw voort op hun voorstellen of ideeën. Denk mee.
  • Maak, indien aanwezig, samenwerkingsproblemen bespreekbaar. Doe dit met respect voor alle betrokkenen. Ga samen na waar de oorzaken liggen en hoe de samenwerking verbeterd kan worden.
  • Inventariseer bij een discussiepunt in de groep de verschillende meningen en laat de groep op democratische wijze tot een oordeel komen. Probeer dus te voorkomen dat je jouw mening oplegt aan de groep.
  • Overleg regelmatig met andere teams en/ of organisatieonderdelen. Ga na waar de meerwaarde van samenwerking zit. Doe dat zowel op formele als informele bijeenkomsten.
  • Stel vast met wie je de samenwerking goed vindt verlopen. Geef complimenten aan de betrokkenen.
  • Betrek anderen actief in een gesprek.
  • Help ongevraagd collega's van andere afdelingen of organisatieonderdelen.
  • Laat anderen delen in je kennis.
  • Luister naar anderen en bouw voort op hun voorstellen of ideeën. Denk mee.
  • Maak, indien aanwezig, samenwerkingsproblemen bespreekbaar. Doe dit met respect voor alle betrokkenen. Ga samen na waar de oorzaken liggen en hoe de samenwerking verbeterd kan worden.
  • Inventariseer bij een discussiepunt in de groep de verschillende meningen en laat de groep op democratische wijze tot een oordeel komen. Probeer dus te voorkomen dat je jouw mening oplegt aan de groep.
  • Overleg regelmatig met andere teams en/ of organisatieonderdelen. Ga na waar de meerwaarde van samenwerking zit. Doe dat zowel op formele als informele bijeenkomsten.
  • Stel vast met wie je de samenwerking goed vindt verlopen. Geef complimenten aan de betrokkenen.
  • Betrek anderen actief in een gesprek.
Omschrijving
Leggen en onderhouden van contacten binnen en buiten de eigen organisatie.

Gedragsindicatoren
  • Legt gemakkelijk contact.
  • Aarzelt niet om mensen te benaderen met vragen of verzoeken.
  • Maakt effectief gebruik van bestaande contacten.
  • Onderhoudt goede relaties met relevante beslissers.
  • Legt contacten door zichzelf te profileren d.m.v. presentaties, publicaties etc.
  • Neemt initiatieven om relaties buiten de afdeling en organisatie te ontwikkelen.
Toetsvragen
  • Van welke soorten netwerken (formeel en informeel) maak je deel uit? Heb je recent nieuwe mensen ontmoet? Hoe ben je te werk gegaan bij het leggen van contacten?
  • Op welke manieren besteedt je aandacht aan je netwerk? Kun je voorbeelden geven?
  • Wat doe je tijdens bijeenkomsten waar je niemand kent?
  • Heb je de medewerking van bepaalde instanties (of andere afdelingen) nodig voor een goede uitvoering van je werk? Hoe ga je hierin te werk?
  • Kun je een concreet voorbeeld geven over wat jouw netwerk je recent heeft opgeleverd?
  • Ga je wel eens naar recepties? Hoe vindt u dat?
  • Hoe leer je de mensen in je organisatie kennen?
Ontwikkeltips
  • Bepaal in overleg met je leidinggevende en /of collega's welke personen je in je eigen netwerk zou kunnen of moeten betrekken en met welke personen je het contact zou kunnen verstevigen.
  • Bespreek met anderen welke contacten je op dit moment in je klantenkring onderhoudt. Onderzoek gezamenlijk met welke personen/ soort contacten je verder nog een relatie zou moeten opbouwen om je positie in de betreffende klantenkring te verstevigen. Maak concreet op welke wijze, of met hulp van wie, je die contacten gaat leggen en onderhouden.
  • Geef anderen binnen de eigen organisatie toegang tot je eigen netwerk(en). Introduceer hen bij anderen en help hen op deze manier hún netwerk uit te breiden. Doe dit vooral met die personen binnen jouw organisatie die moeite hebben met het leggen van contacten.
  • Organiseer met enige regelmaat informele bijeenkomsten binnen de eigen organisatie, zoals een 'open dag', een presentatie over een aansprekend onderwerp of een bijeenkomst rond een bepaald thema. Nodig hierbij mensen uit je eigen netwerk en dat van anderen uit.
  • Zorg dat klanten en andere belangrijke externe contacten op de hoogte worden gehouden van zaken die binnen de eigen organisatie spelen, bijvoorbeeld door middel van een extern magazine dat je naar hen toestuurt.
  • Speel commerciële kansen of nuttige informatie -wanneer je eigen organisatie hier niets mee kan - door naar personen in je netwerk.
  • Ga vaker naar recepties, beurzen, congressen etc.
  • Maak gebruik van werkgerelateerde social media (bijv. LinkedIn)
  • Bepaal in overleg met je leidinggevende en /of collega's welke personen je in je eigen netwerk zou kunnen of moeten betrekken en met welke personen je het contact zou kunnen verstevigen.
  • Bespreek met anderen welke contacten je op dit moment in je klantenkring onderhoudt. Onderzoek gezamenlijk met welke personen/ soort contacten je verder nog een relatie zou moeten opbouwen om je positie in de betreffende klantenkring te verstevigen. Maak concreet op welke wijze, of met hulp van wie, je die contacten gaat leggen en onderhouden.
  • Geef anderen binnen de eigen organisatie toegang tot je eigen netwerk(en). Introduceer hen bij anderen en help hen op deze manier hún netwerk uit te breiden. Doe dit vooral met die personen binnen jouw organisatie die moeite hebben met het leggen van contacten.
  • Organiseer met enige regelmaat informele bijeenkomsten binnen de eigen organisatie, zoals een 'open dag', een presentatie over een aansprekend onderwerp of een bijeenkomst rond een bepaald thema. Nodig hierbij mensen uit je eigen netwerk en dat van anderen uit.
  • Zorg dat klanten en andere belangrijke externe contacten op de hoogte worden gehouden van zaken die binnen de eigen organisatie spelen, bijvoorbeeld door middel van een extern magazine dat je naar hen toestuurt.
  • Speel commerciële kansen of nuttige informatie -wanneer je eigen organisatie hier niets mee kan - door naar personen in je netwerk.
  • Ga vaker naar recepties, beurzen, congressen etc.
  • Maak gebruik van werkgerelateerde social media (bijv. LinkedIn)
Omschrijving
Gericht zijn op het realiseren van doelstellingen en kwalitatieve en kwantitatieve resultaten.

Gedragsindicatoren
  • Vertaalt doelen in concreet meetbare of zichtbare resultaten.
  • Stelt in een overleg vast wat de afspraken zijn (wie doet wat wanneer).
  • Spreekt anderen aan bij niet behaalde of tegenvallende resultaten.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.
  • Maakt efficiënt gebruik van beschikbare tijd en middelen.
  • Realiseert doelstellingen volgens planning.
Toetsvragen
  • Wanneer ben je tevreden over je werk?
  • Kun je een situatie voor de geest halen waarin je de eisen aan jezelf te hoog of te laag had gesteld?
  • In welke situatie heb je niet aan je eigen eisen kunnen voldoen? Wat heb je toen gedaan?
  • Wat trekt je aan in deze functie? Wat zijn je beweegredenen om deze functie te ambiëren? Wat heb je gedaan om kennis en ervaring voor deze functie te verwerven?
  • Op welke wijze past deze functie in je loopbaanplanning?
  • Heb je recent iemand beoordeeld op zijn prestaties? Wat was daarbij volgens jou het onderscheid tussen een goede en een gemiddelde prestatie?
  • Welk voorstel voor de verbetering van de productkwaliteit heb je de afgelopen periode gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat de kwaliteit niet goed was van een deelproduct? Wat heb je toen gedaan?
  • Heb je wel eens in een team gefunctioneerd? Wat waren je verwachtingen van je teamgenoten in die situatie? Kwamen die uit? En zo niet, heb je betrokken teamleden daarop aangesproken?
Ontwikkeltips
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
Niveaus
NiveauSchaal
110
28