Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Vormgeven en uitvoeren van begeleiding en advisering van studenten, alsmede opstellen/actualiseren van voorlichtingsmateriaal, beleidsvoorstellen en procedurenaslagwerken/-handboeken, binnen het studentenbeleid en wet- en regelgeving, teneinde studenten in staat te stellen optimaal te functioneren binnen de studieomgeving.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Adviseren, verwijzen, bemiddelen en begeleiden van (aankomende) (buitenlandse) studenten

Kader
Interne richtlijnen

Resultaat
Studenten zijn in staat gesteld om oplossingen van problemen te realiseren

Activiteit
  • Geven van advies en verlenen van bijstand bij problemen inzake studiefinanciering, bijvoorbeeld verlenging studiefinancieringsduur en omzetten studieschulden
  • Doorverwijzen bij studie(keuze)problematiek naar studieadviseurs, docenten, (studie)loopbaanadviseurs, vertrouwenspersonen, studentenpsychologen of externe instanties
  • Geven van advies over regelingen, procedures en wetgeving en bemiddelen bij problemen voor zover het de studievoortgang belemmert en verwijzen naar deskundige instanties
  • Verlenen van procedurele bijstand bij beroepen tegen examenbeslissingen, universitaire en IBG-beslissingen
  • Begeleiden en bemiddelen van specifieke studentengroepen (allochtonen, topsporters, gehandicapten)
  • Begeleiden en bemiddelen voor buitenlandse studenten inzake toelatingseisen, taalproblemen, examenbevoegdheden, vreemdelingenzaken, financiën en dergelijke en verwijzen naar diverse instanties
Kernactiviteit
Afgeven van beschikkingen/verklaringen aan studenten omtrent toelating, diplomawaardering, financiële ondersteuning of uitschrijving

Kader
Studentenbeleid Wet- en regelgeving

Resultaat
Duidelijkheid voor student en in- en externe instanties omtrent toelating, diplomawaardering, financiële ondersteuning of uitschrijving

Activiteit
  • Inventariseren en analyseren van de specifieke situatie van studenten
  • Adviseren van de leidinggevende over de toekenning van beschikkingen/verklaringen
  • Voorbereiden van besluiten voor de leidinggevende inzake het toekennen van beschikkingen/verklaringen inzake toelating, diplomawaardering, financiële ondersteuning of uitschrijving aan studenten en urgentieverklaringen voor huisvesting
  • Toelichten en afgeven van beschikkingen/verklaringen aan studenten en interne en externe instanties
  • Indien geen beschikking/verklaring kan worden afgegeven, geven van advies aan studenten over ander mogelijkheden en deze verwijzen naar deskundige instanties
Kernactiviteit
Coördineren van de door medewerkers van de afdeling uit te voeren werkzaamheden

Kader
Bevoegdheden en richtlijnen

Resultaat
Bevordering van doelmatige, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige werkuitvoering

Activiteit
  • Informeren van medewerkers over de te realiseren doelstellingen en resultaten
  • Geven van aanwijzingen en instructies over te volgen werkwijzen en procedures
  • (Laten) maken van roosters en afstemmen van vrije dagen
  • Medebeoordelen van resultaten en toezien op en bevorderen van een kwalitatief en kwantitatief juiste voortgang van werkzaamheden
  • Oplossen of doorgeven van zich voordoende problemen welke niet door medewerkers zelf kunnen of mogen worden opgelost
Kernactiviteit
Zorgdragen voor de ontwikkeling en uitvoering van trainingen en houden van bijeenkomsten voor deskundigen en/of leidinggevenden

Kader
Eigen discipline/vakgebied Beleidsdoelstellingen

Resultaat
Deskundigen en/of leidinggevenden zijn middels bijscholing voorzien van de benodigde kennis en vaardigheden

Activiteit
  • Participeren in project- en/of werkgroepen belast met de ontwikkeling van trainingen en opleidingen
  • Ontwikkelen van trainingsmateriaal, eventueel in samenwerking met extern deskundigen
  • Trainen van deskundigen en/of leidinggevenden en hen informeren over actuele thema’s binnen eigen discipline/vakgebied
  • Aanbieden en verzorgen van cursussen over nieuwe ontwikkelingen binnen eigen discipline/vakgebied
  • Coachen en begeleiden van deskundigen en/of leidinggevenden
Kernactiviteit
Mondeling of schriftelijk informeren van (aankomende) (buitenlandse) studenten omtrent studentgerelateerde vragen of problemen

Kader
Interne richtlijnen

Resultaat
Studenten zijn in staat gesteld om gericht actie te ondernemen of gefundeerde besluiten te nemen

Activiteit
  • Inventariseren en analyseren van de (volledige) informatiebehoefte van de student tijdens individuele gesprekken, op (telefonisch) spreekuur of via de e-mail
  • Informeren van studenten over financiële zaken zoals studiefinanciering, belastingen, verzekeringen, afstudeersteun en collegegeld
  • Verstrekken van informatie over toelatingsvoorwaarden en -mogelijkheden en examenbevoegdheden
  • Informeren van studenten over mogelijkheden op het gebied van loopbaanplanning en marktoriëntatie of doorverwijzen naar het Loopbaan Adviescentrum
  • Verstrekken van informatie over de wederzijdse rechten en plichten en faculteitsoverstijgende studie- en randvoorwaardenproblematiek
Kernactiviteit
Vertalen van gevolgen van ontwikkelingen in wet- en regelgeving voor de instelling en studenten, naar actuele handboeken/naslagwerken voor studentenbegeleiders, alsmede toepassen van specialistische kennis bij de ontwikkeling van nieuwe informatiematerial

Kader
Wet- en regelgeving Interne richtlijnen

Resultaat
Tijdige beschikbaarheid van relevante (nieuwe) informatie voor studenten, studentenbegeleiders en bestuurders

Activiteit
  • Bijhouden en analyseren van ontwikkelingen op het gebied van opleidingen, studie-omgeving en wet- en regelgeving omtrent onderwijs
  • In kaart brengen van de juridische, financiële en organisatorische gevolgen van nieuwe wet- en regelgeving of andere ontwikkelingen voor de studenten, de instelling, de onderwijsprogramma’s en studentondersteuning en -advisering
  • Toepassen van specialistische kennis om teksten te ontwikkelen en nieuwe zaken vast te leggen in handboeken/naslagwerken ten behoeve van voorlichtingsmateriaal en website
  • Ontwikkelen en actueel houden van handboeken/naslagwerken en aanleveren van deze nieuwe informatie aan studentenbegeleiders en faculteiten
  • Beantwoorden van vragen en bespreken van cases met andere studentenbegeleiders als vraagbaak vanuit een eigen specialisme
Kernactiviteit
Registreren van klachten van studenten over studeren, studie en studentenvoorzieningen

Kader
Klachtenprocedure

Resultaat
Bewaking van de afhandeling van de klachten

Activiteit
  • Registreren van klachten in klachtensysteem
  • Uitzoeken van oorzaken van klachten en betrokkenen binnen de instelling adviseren om actie te ondernemen omtrent een klacht
  • Monitoren van klachten specifiek voor de instelling en hierover rapporteren aan het College van Bestuur middels periodieke klachtenoverzichten
  • Tussentijds afstemmen met relevante betrokkenen
  • Zorgdragen voor de afhandeling van klachten door de klacht op te lossen of de klager op de hoogte te stellen van mogelijkheden voor het afhandelen van de klacht
Kernactiviteit
Bijdragen aan de ontwikkeling en het in stand houden van het studentenbeleid van de instelling

Kader
(Interne) kwaliteitsrichtlijnen

Resultaat
Actualisatie en verbetering van het bestaande studentenbeleid

Activiteit
  • Signaleren van ontwikkelingen en knelpunten en deze vertalen naar consequenties, kansen en praktische beleidsvoorstellen ter verbetering van voorzieningen ten aanzien van de studentensituatie en inzake speciale doelgroepen uit de studentenpopulatie
  • Adviseren van de leidinggevende inzake de rechtspositionele en welzijnsaspecten van studenten in het kader van nieuwe ontwikkelingen die vastgelegd zijn in discussienota's, beleidsvoornemens of wetsontwerpen
  • (Mede)ontwikkelen van afstudeerfondsregelingen (en aanpalende voorzieningen) en ontwikkelen van de aanvraag- en toekenningsprocedure
  • Vanuit een specialisme (bijvoorbeeld buitenlandse studenten, studenten topsport, gehandicaptenbeleid, betalingsregelingen) adviseren van directie/bestuurders over studentgerelateerde zaken, zoals opleidingen, examenreglementen, studiebelasting, studentenbeleid en -leven
Kernactiviteit
Ontwerpen en uitvoeren van het subsidiebeleid voor studentenorganisaties

Kader
Subsidiebeleid vastgesteld door College van Bestuur

Resultaat
Toezicht op effectieve toekenning van subsidiegelden

Activiteit
  • Voorbereiden van besluiten van de leidinggevende over het toekennen van subsidies aan studentenorganisaties
  • Adviseren van bestuurders van studentenorganisaties over financieel en juridische zaken
  • Toezien op het bedoelde gebruik en beheer van toegekende gelden
Kernactiviteit
Leveren van een bijdrage aan studievaardigheidstrainingen voor studenten en coördineren van de uitvoering en procesbegeleiding daarvan

Kader
Interne richtlijnen Jaarplannen Eigen discipline

Resultaat
Realisatie van vastgestelde leerdoelen bij studenten inzake kennis, inzichten, vaardigheden, competenties en attitudes

Activiteit
  • Participeren in project- en/of werkgroepen belast met de opstelling van trainingen
  • Op basis van eigen ervaringen, deskundigheid en analyses leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de ontwikkeling van trainingen en opleidingen
  • Uitvoeren van voornoemde trainingen, dan wel zorgdragen voor procesbegeleiding
  • Geven van trainingen aan studenten over zaken als studieplanning en andere (studie)-vaardigheidstrainingen
  • Trainen van bestuurders of besturen van studentenorganisaties
Kernactiviteit
Geven van voorlichting aan belangstellenden, ouders en (aankomende) (buitenlandse) studenten omtrent studierichtingen, wetgeving en (instellings)regelingen

Kader
Eigen discipline

Resultaat
Doelgroepen zijn geïnformeerd en in staat verantwoorde keuzes te maken

Activiteit
  • Aanleveren van informatie ten behoeve van voorlichtingsmateriaal
  • Op verzoek bijdragen aan de ondersteuning van door studenten en/of studierichtingen opgezette en uit te voeren activiteiten en/of projecten zoals bijvoorbeeld de introductie van eerstejaarsstudenten, mentorenstelsels, themagroepen
  • Voorlichten van groepen studenten over nieuwe wetgeving of (instellings-)regelingen
Competenties
Omschrijving
Waarnemen van en reageren op gevoelens en behoeften van anderen.

Gedragsindicatoren
  • Merkt het snel als er iets aan de hand is met een ander.
  • Verwoordt gevoelens en behoeften van een ander.
  • Gaat ook in op non-verbale signalen.
  • Merkt effect van eigen gedrag op een ander op en past gedrag, indien nodig, aan.
  • Geeft tijdens een gesprek ook aandacht aan de sfeer en een goede relatie met de ander.
  • Houdt rekening met wensen, belangen en gevoelens van een ander.
Toetsvragen
  • Hoe laat je anderen merken dat je naar hen luistert? Kun je een voorbeeld geven?
  • Vind je jezelf iemand die goed kan luisteren? Waaruit maak je dit op?
  • Vat je in een gesprek wel eens samen wat voor emoties je gehoord hebt?
  • Kun je een voorbeeld geven van een recente situatie waarin je, door goed te luisteren, informatie hebt opgepikt die een ander wellicht zou kunnen zijn ontgaan?
  • Kun je je een gesprek herinneren met een van je medewerkers die problemen had of deze veroorzaakte? Hoe pakte je het aan en hoe eindigde het gesprek?
  • Wanneer merk je dat er iets mis is met medewerkers?
  • Kun je voorbeelden geven van non-verbaal gedrag en wat je daar uit opmaakt?
Ontwikkeltips
  • Laat je gesprekspartner uitspreken, vraag door op informatie van de ander en vat samen.
  • Maak tijdens gesprekken regelmatig gebruik van begrip toetsen.
  • Voorbeeld: Begrijp ik het goed, dat je zegt dat... Bedoel je...
  • Bedenk tijdens gesprekken elke keer als je wat wilt zeggen (informatie geven, zoals een mening of een voorstel), of het niet effectiever is nog een vraag te stellen. Dwing jezelf minder informatie te geven en meer informatie te vragen.
  • Wees alert op non-verbale signalen: Lijkt je gesprekspartner geïnteresseerd? Heb je het idee dat hij alles wat hij wil zeggen ook naar voren brengt? Zo niet, vraag dan door of stel zijn non-verbale gedrag aan de orde.
  • Laat je niet storen tijdens een voor de ander belangrijk gesprek. Ook niet telefonisch.
  • Ga niet voortijdig weg tijdens een voor de ander belangrijk gesprek.
  • Geef aandacht aan zowel de zakelijke als de relationele kant van een gesprek.
  • Besteed aandacht aan belangrijke gebeurtenissen voor een ander: ziekte, pech, gezinsuitbreiding etc. Toon begrip voor die emoties door te verwoorden wat de ander voelt. Overdrijf niet, gebruik uitingen slechts wanneer er sprake is van een grote emotionele lading bij de ander.
  • Sta eens stil bij het effect van je eigen gedrag op anderen.
  • Onderzoek de onderliggende belangen van je gesprekspartner en toon hiervoor respect (belang en standpunt zijn niet hetzelfde).
  • Laat je gesprekspartner uitspreken, vraag door op informatie van de ander en vat samen.
  • Maak tijdens gesprekken regelmatig gebruik van begrip toetsen.
  • Voorbeeld: Begrijp ik het goed, dat je zegt dat... Bedoel je...
  • Bedenk tijdens gesprekken elke keer als je wat wilt zeggen (informatie geven, zoals een mening of een voorstel), of het niet effectiever is nog een vraag te stellen. Dwing jezelf minder informatie te geven en meer informatie te vragen.
  • Wees alert op non-verbale signalen: Lijkt je gesprekspartner geïnteresseerd? Heb je het idee dat hij alles wat hij wil zeggen ook naar voren brengt? Zo niet, vraag dan door of stel zijn non-verbale gedrag aan de orde.
  • Laat je niet storen tijdens een voor de ander belangrijk gesprek. Ook niet telefonisch.
  • Ga niet voortijdig weg tijdens een voor de ander belangrijk gesprek.
  • Geef aandacht aan zowel de zakelijke als de relationele kant van een gesprek.
  • Besteed aandacht aan belangrijke gebeurtenissen voor een ander: ziekte, pech, gezinsuitbreiding etc. Toon begrip voor die emoties door te verwoorden wat de ander voelt. Overdrijf niet, gebruik uitingen slechts wanneer er sprake is van een grote emotionele lading bij de ander.
  • Sta eens stil bij het effect van je eigen gedrag op anderen.
  • Onderzoek de onderliggende belangen van je gesprekspartner en toon hiervoor respect (belang en standpunt zijn niet hetzelfde).
Omschrijving
Er in slagen anderen te winnen voor ideeën en plannen.

Gedragsindicatoren
  • Brengt zijn of haar voorstellen met enthousiasme.
  • Komt met relevante argumenten op het juiste moment.
  • Gaat in op vragen of twijfels bij zijn of haar gesprekspartner.
  • Hanteert verschillende argumenten en gedragsstijlen om anderen mee te krijgen.
  • Reageert constructief op negatieve reacties door te vragen naar achterliggende argumenten.
  • Benut de juiste sleutelfiguren om mensen en groepen mee te krijgen.
Toetsvragen
  • Wat is volgens jou je beste voorstel, dat door anderen is overgenomen? Hoe heb je dat bij hen aangekaart?
  • Wat was je beste voorstel dat niet werd geaccepteerd? Waarom werd het niet geaccepteerd?
  • In discussies gaat iedereen uit van zijn eigen gelijk. Hoe lukt het jou om anderen mee te krijgen voor jouw standpunt?
  • Kun je jouw moeilijkste ervaring met het veranderen van iemands plannen beschrijven? Wat heb je allemaal geprobeerd om je doel toch te kunnen bereiken?
  • Welke eigenschappen zijn nodig om te kunnen overtuigen? Waarom?
  • Hoe heb je in het laatste jaar vanuit je functie anderen overtuigd? Geef eens een voorbeeld.
  • Hoe overtuig je een groep? Geef eens een voorbeeld.
  • Wat is volgens jou de beste benadering om een impopulair standpunt te verkopen? Kun je iets vertellen over een situatie waarin je hiermee te maken hebt gehad?
Ontwikkeltips
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
  • Verdedig tijdens een vergadering of werkoverleg een bepaalde mening. Bedenk vooraf zoveel mogelijk relevante argumenten voor je standpunten.
  • Formuleer een werkwijze, procedure of regel die op de afdeling waarschijnlijk op de nodige weerstand zal stuiten. Bedenk vooraf mogelijke reacties en argumenten.
  • Ga af en toe met collega's en/ of leidinggevende in discussie over een bepaald onderwerp dat het werk betreft.
  • Wees aanwezig bij discussiebijeenkomsten. Bereid samen de argumenten voor. Stel na afloop vast in hoeverre je invloed hebt gehad op conclusies die zijn getrokken en beslissingen die zijn genomen.
  • Ga met anderen in je omgeving de discussie aan over diverse onderwerpen. Laat anderen aangeven wat volgens hen de doelen zijn, hoe deze bereikt dienen te worden en welke argumenten ze hiervoor willen gebruiken.
  • Leer hoe je 'stevig' kunt overkomen door anderen te observeren en feedback te vragen.
  • Praat niet te veel, maar zeg wat je wilt zeggen op een krachtige manier (duidelijk verstaanbaar, korte zinnen). Vermijd afzwakkende taal.
  • Kies de juiste argumenten (dit zijn er maximaal drie). Noem niet te veel argumenten, je wordt aangevallen op je zwakste.
Omschrijving
Onderkennen van de invloed en de gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op de eigen organisatie en daarnaar handelen.

Gedragsindicatoren
  • Spreekt de juiste persoon aan, zonder anderen te passeren.
  • Houdt rekening met belangen van anderen.
  • Kent en houdt rekening met de meningen en gevoeligheden in de organisatie.
  • Houdt bij het doen van voorstellen rekening met de acceptatie binnen de organisatie.
  • Toetst bij de juiste personen of er voldoende draagvlak is voor een voorstel.
  • Verandert de aanpak als de cultuur van een organisatieonderdeel dat vereist.
Toetsvragen
  • Met welke afdelingen/ diensten/ faciliteiten heb je normaal gesproken rekening te houden wanneer je een beslissing moet nemen? Waarom?
  • Heeft je organisatie wel eens te maken gehad met consequenties van een politiek of bestuurlijk besluit? Hoe heb je hierop geanticipeerd?
  • Hoe hebben gebeurtenissen binnen je afdeling gevolgen voor andere afdelingen?
  • Hoe ziet het organogram van je organisatie eruit?
  • Hoe typeer je de organisatiecultuur en vind je deze effectief?
  • Ben je wel eens in de situatie geweest waarin bleek dat een andere afdeling last had van een beslissing die door jou was genomen? Wat heb je toen ondernomen?
  • Hoe houd je je op de hoogte van wat er verder in de organisatie gebeurt?
  • Hoe houd je rekening met de verschillende belangen in jouw organisatie? Voorbeeld?
  • Hoe voorkom je dat een voorstel verzandt in de interne politiek?
Ontwikkeltips
  • Vraag je bij het nemen van beslissingen steeds af wat de gevolgen voor anderen afdelingen binnen de organisatie zijn.
  • Praat tijdens het opstellen van plannen in een vroeg stadium met de betrokkenen over de verwachte effecten en neveneffecten op andere onderdelen van de organisatie.
  • Verdiep je regelmatig in de doelen en activiteiten van de andere organisatieonderdelen en die van de organisatie als geheel. Breng de verschillende soorten belangen in kaart.
  • Betrek de juiste collega´s en/of organisatieonderdelen tijdig in overleg en besluitvorming.
  • Ben je bewust van de hiërarchische lijnen
  • waak er voor om mensen niet te passeren
  • Zorg dat je betrokken raakt bij een organisatiebreed project.
  • Onderzoek bij onderwerpen die gevoelig kunnen liggen de belangen van verschillende betrokkenen.
  • Houd bij je handelen rekening met de cultuur van een organisatie.
  • Vraag je bij het nemen van beslissingen steeds af wat de gevolgen voor anderen afdelingen binnen de organisatie zijn.
  • Praat tijdens het opstellen van plannen in een vroeg stadium met de betrokkenen over de verwachte effecten en neveneffecten op andere onderdelen van de organisatie.
  • Verdiep je regelmatig in de doelen en activiteiten van de andere organisatieonderdelen en die van de organisatie als geheel. Breng de verschillende soorten belangen in kaart.
  • Betrek de juiste collega´s en/of organisatieonderdelen tijdig in overleg en besluitvorming.
  • Ben je bewust van de hiërarchische lijnen
  • waak er voor om mensen niet te passeren
  • Zorg dat je betrokken raakt bij een organisatiebreed project.
  • Onderzoek bij onderwerpen die gevoelig kunnen liggen de belangen van verschillende betrokkenen.
  • Houd bij je handelen rekening met de cultuur van een organisatie.
Omschrijving
Gericht zijn op het realiseren van doelstellingen en kwalitatieve en kwantitatieve resultaten.

Gedragsindicatoren
  • Vertaalt doelen in concreet meetbare of zichtbare resultaten.
  • Stelt in een overleg vast wat de afspraken zijn (wie doet wat wanneer).
  • Spreekt anderen aan bij niet behaalde of tegenvallende resultaten.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.
  • Maakt efficiënt gebruik van beschikbare tijd en middelen.
  • Realiseert doelstellingen volgens planning.
Toetsvragen
  • Wanneer ben je tevreden over je werk?
  • Kun je een situatie voor de geest halen waarin je de eisen aan jezelf te hoog of te laag had gesteld?
  • In welke situatie heb je niet aan je eigen eisen kunnen voldoen? Wat heb je toen gedaan?
  • Wat trekt je aan in deze functie? Wat zijn je beweegredenen om deze functie te ambiëren? Wat heb je gedaan om kennis en ervaring voor deze functie te verwerven?
  • Op welke wijze past deze functie in je loopbaanplanning?
  • Heb je recent iemand beoordeeld op zijn prestaties? Wat was daarbij volgens jou het onderscheid tussen een goede en een gemiddelde prestatie?
  • Welk voorstel voor de verbetering van de productkwaliteit heb je de afgelopen periode gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat de kwaliteit niet goed was van een deelproduct? Wat heb je toen gedaan?
  • Heb je wel eens in een team gefunctioneerd? Wat waren je verwachtingen van je teamgenoten in die situatie? Kwamen die uit? En zo niet, heb je betrokken teamleden daarop aangesproken?
Ontwikkeltips
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
Niveaus
NiveauSchaal
111
210