Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Preventief, curatief en correctief adviseren, begeleiden van studenten en verlenen van kortdurende psychologische hulp aan studenten ten aanzien van psychosociale factoren in relatie tot de studiesituatie, volgens (interne) richtlijnen en in lijn met de beroepscode, teneinde een bijdrage te leveren aan de studievoortgang.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Coördineren van de door medewerkers van de afdeling uit te voeren werkzaamheden

Kader
Bevoegdheden en richtlijnen

Resultaat
Bevordering van doelmatige, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige werkuitvoering

Activiteit
  • Informeren van medewerkers over de te realiseren doelstellingen en resultaten
  • Geven van aanwijzingen en instructies over te volgen werkwijzen en procedures
  • (Laten) maken van roosters en afstemmen van vrije dagen
  • Medebeoordelen van resultaten en toezien op en bevorderen van een kwalitatief en kwantitatief juiste voortgang van werkzaamheden
  • Oplossen of doorgeven van zich voordoende problemen welke niet door medewerkers zelf kunnen of mogen worden opgelost
Kernactiviteit
Zorgdragen voor de ontwikkeling en uitvoering van trainingen en houden van bijeenkomsten voor deskundigen en/of leidinggevenden

Kader
Eigen discipline/vakgebied In het beleid geformuleerde doelstellingen

Resultaat
Deskundigen en/of leidinggevenden zijn middels bijscholing voorzien van de benodigde kennis en vaardigheden

Activiteit
  • Participeren in project- en/of werkgroepen belast met de ontwikkeling van trainingen en opleidingen
  • Ontwikkelen van trainingsmateriaal, eventueel in samenwerking met extern deskundigen
  • Trainen van deskundigen en/of leidinggevenden en hen informeren over actuele thema’s binnen eigen discipline/vakgebied
  • Aanbieden en verzorgen van cursussen over nieuwe ontwikkelingen binnen eigen discipline/vakgebied
  • Coachen en begeleiden van deskundigen en/of leidinggevenden
Kernactiviteit
Verlenen van kortdurende psychologische hulp aan groepen studenten met een vergelijkbaar en aan de studeer- of leefsituatie gerelateerd psychosociaal probleem welke van invloed is op de studievoortgang

Kader
(Interne) richtlijnen Beroepscode

Resultaat
Studenten beschikken over op-lossingsmogelijkheden, methoden en technieken om tot een beter hanteerbare situatie te komen door interactie met elkaar en de psycholoog

Activiteit
  • Op basis van individuele diagnoses en intakes samenstellen van min of meer homogene groepen
  • Opstellen van groepsbehandelplannen
  • Begeleiden van groepssessies in de vorm van gesprekken en groepstherapieën
  • Overleggen met en verwijzen naar externe advies- en hulpverleners
  • Opstellen van rapportages en evaluaties van hulpverleningstrajecten
Kernactiviteit
Verlenen van kortdurende psychologische hulp aan studenten met een aan de studeer- of leefsituatie gerelateerd persoonlijk probleem welke van invloed is op de studievoortgang

Kader
(Interne) richtlijnen Beroepscode

Resultaat
Studenten beschikken over op-lossingsmogelijkheden, methoden en technieken om tot een beter hanteerbare situatie te komen

Activiteit
  • Voeren van een intakegesprek en op basis hiervan stellen van een diagnose en opstellen/formuleren van een behandelplan
  • Voeren van begeleidingsgesprekken gebaseerd op kortdurende therapievormen
  • Geven van informatie en voorlichting over mogelijkheden om elders hulp te zoeken en schetsen van de voor- en nadelen van mogelijkheden om het probleem aan te pakken
  • Overleggen met en (door)verwijzen naar externe advies- en hulpverleners
  • Opstellen van rapportages en evaluaties van hulpverleningstrajecten
Kernactiviteit
Initiëren, onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe producten, diensten en (diagnostische) methodieken en technieken op het eigen vakgebied

Kader
Specifieke psychologisch/psychosociaal gerelateerde problemen Behoeften van studenten en studentenbegeleiders (Interne) richtlijnen

Resultaat
Studentenpsychologen beschikken op termijn over een gewenst aanbod producten, diensten, methodieken en technieken

Activiteit
  • Inventariseren en analyseren van enerzijds behoeften van studenten en studentenbegeleiders en anderzijds veel voorkomende problemen op psychosociaal gebied die eigen zijn aan de studentenpopulatie
  • Inventariseren van trends en ontwikkelingen en op de markt bestaande instrumenten, producten en methodieken op het eigen vakgebied
  • Ontwikkelen van bestaande en nieuwe producten, alsmede verbeteren, toetsen en evalueren van (nieuwe) instrumenten en methodieken, mogelijk in samenwerking met in- en externe deskundigen
  • Opstarten van nieuwe (thematische) groepen voor een specifieke problematiek
  • Evalueren van de diensten en daartoe informatie verzamelen bij studenten en studentenbegeleiders
Kernactiviteit
Ontwikkelen en zorgdragen voor de uitvoering en/of procesbegeleiding van trainingen voor studenten gericht op het overbrengen van vaardigheden

Kader
Interne richtlijnen Beroepscode Opgestelde jaarplannen

Resultaat
Realisatie van vastgestelde leerdoelen (inzake kennis, inzichten, vaardigheden, competenties en attitudes bij studenten)

Activiteit
  • Participeren in project- en/of werkgroepen belast met de organisatie en vormgeving van trainingen
  • Leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van trainingsvormen en -materiaal vanuit de eigen discipline
  • Uitvoeren dan wel zorgdragen voor procesbegeleiding van trainingen
  • Evalueren van trainingproces en -resultaten
Competenties
Omschrijving
Ontleden van situaties of een hoeveelheid informatie in hoofd- en bijzaken. Zien van onderlinge verbanden en doordringen tot de kern.

Gedragsindicatoren
  • Maakt in informatie onderscheid tussen hoofd- en bijzaken.
  • Ontleedt een vraagstuk of probleemsituatie tot de kern.
  • Controleert vanuit meerdere invalshoeken of een geconstateerd probleem ook daadwerkelijk het echte probleem is.
  • Beschrijft de interne samenhang tussen onderdelen van een probleem of vraagstuk.
  • Stelt gerichte vragen om de mogelijke oorzaken te achterhalen van een complex vraagstuk.
  • Geeft duidelijk de gevolgen van een bepaalde keuze aan.
Toetsvragen
  • Met welk belangrijk probleem heb je het afgelopen jaar te maken gehad? Beschrijf deze situatie eens. Welke stappen heb je bij de inventarisatie van het probleem genomen? Wat was de oorzaak van het probleem volgens jou?
  • Welke informatie is voor jou van belang om je functie goed te kunnen uitoefenen? Hoe heb je je van deze informatie op de hoogte gesteld en van welke informatiebronnen heb je gebruik gemaakt?
  • Over welke beslissing heb je de laatste maanden lang moeten nadenken? Welke zaken heb je toen allemaal tegen elkaar afgewogen?
  • Welke van de door jouw genomen beslissingen was het belangrijkste in het afgelopen jaar? Waren er nog andere mogelijkheden die je hebt overwogen? Wat waren de redenen dat je juist die
  • beslissing hebt genomen?
Ontwikkeltips
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
  • Probeer één of meerdere (complexe) problemen uit te zoeken. Bespreek jouw resultaten op het gebied van de probleemanalyse met de belanghebbenden en vraag om feedback.
  • Probeer bij een vraagstuk de informatie die je hebt in volgorde van belangrijkheid te zetten. Vraag je af waarom je dit vindt.
  • Leg in vraaggesprekken het accent op het stellen van open vragen (dus vragen die beginnen met wat, wie, waarom, waar, hoe etc) en op het grondig doorvragen. Stel (veel) meer vragen dan je gewend bent te doen.
  • Werk eens alternatieve plannen uit naast een favoriet plan.
  • Probeer in het geval van een probleem op basis van beschikbaar cijfermateriaal te bepalen welke gevolgen, problemen, conclusies er zijn vast te stellen.
  • Maak in het geval van probleemsituaties afwegingen met +/- schema's (voor- en nadelen).
  • Stel je actief de volgende vragen: Hoe ben ik tot dit oordeel gekomen? Wat zijn hiervan voor- en nadelen? Heb ik andere ideeën of afwegingen bekeken?
  • Probeer tot de kern van het probleem door te dringen door jezelf de volgende vragen te stellen: Wat is precies het probleem? Zit er nog een probleem achter het probleem? Van wie is het probleem?
  • Ga op zoek naar gelijksoortige problemen uit het verleden, gebruik deze voorbeelden en kijk of je lering uit kunt trekken.
Omschrijving
Handelen naar eer en geweten, in overeenstemming met geldende waarden, normen en regels. Daarop aanspreekbaar zijn en anderen hierop aanspreken.

Gedragsindicatoren
  • Gaat zorgvuldig om met vertrouwelijke informatie
  • Staat voor gedane toezeggingen en verplichtingen.
  • Maakt geen misbruik van voorkennis, persoonlijke informatie of positie.
  • Houdt geen informatie achter waar een ander recht op heeft.
  • Draagt beroeps- en organisatienormen en waarden uit.
  • Blijft ook bij verleiding of druk eerlijk en betrouwbaar handelen.
Toetsvragen
  • Heb je wel eens je principes overboord gezet om je doel te bereiken? Kun je hiervan een voorbeeld geven?
  • Kun je een situatie noemen uit je werk, waarin je vasthield aan je principes, waardoor je een opdracht niet hebt gekregen of je doel niet hebt bereikt? Wat zijn enkele principes die je in je werk hanteert?
  • Kun je een recente situatie aangeven waarin jouw integriteit op de proef werd gesteld?
  • Heb je wel eens samengewerkt met mensen die dingen deden die niet door de beugel konden? Wat heb je toen gedaan?
  • Soms moeten we de waarheid wel eens een klein beetje geweld aan doen in de confrontatie met een moeilijke of kwetsbare persoon. Kun je daar een voorbeeld van geven uit je eigen praktijk?
  • Heb je wel eens te maken gehad met een ontslagzaak? Wanneer acht je je in mindere mate gebonden aan de binnen je bedrijf geldende normen bij ontslag? Geef eens een voorbeeld?
  • Wat doe je als er binnen je afdeling over iemand kwaad gesproken wordt? Waar hangt je handelswijze van af? Geef eens een voorbeeld?
  • Is je wel eens een gift aangeboden? Hoe heb je daarop gereageerd? Welke overwegingen heb je daarin meegenomen?
  • Heb je wel eens vergoedingen aangenomen voor overdracht van universitaire know-how over aan derden? Hoe ben je hier intern mee omgegaan?
  • Wat is je mening over de 'Gedragscode wetenschapsbeoefening'? Beschrijf een situatie waarin deze regels (voor jou) heel praktisch waren?
Ontwikkeltips
  • Laat je vertellen welk integer gedrag er van je verwacht wordt in een aantal specifieke situaties en waarom.
  • Beoordeel aan de hand van casussen of je integer was. Zo nee, zoek naar herkansingen.
  • Zoek naar voorbeelden van lastige situaties waar integriteit een rol speelde. Bespreek hoe je daarin hebt gehandeld.
  • Bespreek lastige situaties voor en na, met speciale aandacht voor aspecten op het gebied van integriteit.
  • Zoek voorbeelden waarin je principes verschilden van de omgeving/andere betrokkenen. Bespreek waarom je ervoor koos bij je eigen principes te blijven of hier juist van af te wijken.
  • Fungeer zoveel mogelijk als voorbeeld
  • doe geen valse beloftes, kom afspraken na, houd niet onterecht informatie achter, wees eerlijk, maak geen misbruik van je positie, etcetera.
  • Overal waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Kom openlijk voor gemaakte fouten uit, neem er de verantwoordelijkheid voor. Laat fouten kansen zijn om het werk in het vervolg beter te doen.
  • Bekijk of integriteit ook in algemene overlegbijeenkomsten regelmatig aandacht krijgt. Betrek je medewerkers en collega's in discussies over integer gedrag naar externe klanten.
  • Zet integriteit regelmatig op de agenda voor werkoverleg en dergelijke.
  • Let op hoe er wordt omgegaan met vertrouwelijke informatie.
  • Wees open en transparant over verschillende belangen. Benoem deze heel duidelijk.
  • Zeg precies wat je bedoelt, gebruik eenduidige taal.
  • Laat je vertellen welk integer gedrag er van je verwacht wordt in een aantal specifieke situaties en waarom.
  • Beoordeel aan de hand van casussen of je integer was. Zo nee, zoek naar herkansingen.
  • Zoek naar voorbeelden van lastige situaties waar integriteit een rol speelde. Bespreek hoe je daarin hebt gehandeld.
  • Bespreek lastige situaties voor en na, met speciale aandacht voor aspecten op het gebied van integriteit.
  • Zoek voorbeelden waarin je principes verschilden van de omgeving/andere betrokkenen. Bespreek waarom je ervoor koos bij je eigen principes te blijven of hier juist van af te wijken.
  • Fungeer zoveel mogelijk als voorbeeld
  • doe geen valse beloftes, kom afspraken na, houd niet onterecht informatie achter, wees eerlijk, maak geen misbruik van je positie, etcetera.
  • Overal waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Kom openlijk voor gemaakte fouten uit, neem er de verantwoordelijkheid voor. Laat fouten kansen zijn om het werk in het vervolg beter te doen.
  • Bekijk of integriteit ook in algemene overlegbijeenkomsten regelmatig aandacht krijgt. Betrek je medewerkers en collega's in discussies over integer gedrag naar externe klanten.
  • Zet integriteit regelmatig op de agenda voor werkoverleg en dergelijke.
  • Let op hoe er wordt omgegaan met vertrouwelijke informatie.
  • Wees open en transparant over verschillende belangen. Benoem deze heel duidelijk.
  • Zeg precies wat je bedoelt, gebruik eenduidige taal.
Omschrijving
Waarnemen van en reageren op gevoelens en behoeften van anderen.

Gedragsindicatoren
  • Merkt het snel als er iets aan de hand is met een ander.
  • Verwoordt gevoelens en behoeften van een ander.
  • Gaat ook in op non-verbale signalen.
  • Merkt effect van eigen gedrag op een ander op en past gedrag, indien nodig, aan.
  • Geeft tijdens een gesprek ook aandacht aan de sfeer en een goede relatie met de ander.
  • Houdt rekening met wensen, belangen en gevoelens van een ander.
Toetsvragen
  • Hoe laat je anderen merken dat je naar hen luistert? Kun je een voorbeeld geven?
  • Vind je jezelf iemand die goed kan luisteren? Waaruit maak je dit op?
  • Vat je in een gesprek wel eens samen wat voor emoties je gehoord hebt?
  • Kun je een voorbeeld geven van een recente situatie waarin je, door goed te luisteren, informatie hebt opgepikt die een ander wellicht zou kunnen zijn ontgaan?
  • Kun je je een gesprek herinneren met een van je medewerkers die problemen had of deze veroorzaakte? Hoe pakte je het aan en hoe eindigde het gesprek?
  • Wanneer merk je dat er iets mis is met medewerkers?
  • Kun je voorbeelden geven van non-verbaal gedrag en wat je daar uit opmaakt?
Ontwikkeltips
  • Laat je gesprekspartner uitspreken, vraag door op informatie van de ander en vat samen.
  • Maak tijdens gesprekken regelmatig gebruik van begrip toetsen.
  • Voorbeeld: Begrijp ik het goed, dat je zegt dat... Bedoel je...
  • Bedenk tijdens gesprekken elke keer als je wat wilt zeggen (informatie geven, zoals een mening of een voorstel), of het niet effectiever is nog een vraag te stellen. Dwing jezelf minder informatie te geven en meer informatie te vragen.
  • Wees alert op non-verbale signalen: Lijkt je gesprekspartner geïnteresseerd? Heb je het idee dat hij alles wat hij wil zeggen ook naar voren brengt? Zo niet, vraag dan door of stel zijn non-verbale gedrag aan de orde.
  • Laat je niet storen tijdens een voor de ander belangrijk gesprek. Ook niet telefonisch.
  • Ga niet voortijdig weg tijdens een voor de ander belangrijk gesprek.
  • Geef aandacht aan zowel de zakelijke als de relationele kant van een gesprek.
  • Besteed aandacht aan belangrijke gebeurtenissen voor een ander: ziekte, pech, gezinsuitbreiding etc. Toon begrip voor die emoties door te verwoorden wat de ander voelt. Overdrijf niet, gebruik uitingen slechts wanneer er sprake is van een grote emotionele lading bij de ander.
  • Sta eens stil bij het effect van je eigen gedrag op anderen.
  • Onderzoek de onderliggende belangen van je gesprekspartner en toon hiervoor respect (belang en standpunt zijn niet hetzelfde).
  • Laat je gesprekspartner uitspreken, vraag door op informatie van de ander en vat samen.
  • Maak tijdens gesprekken regelmatig gebruik van begrip toetsen.
  • Voorbeeld: Begrijp ik het goed, dat je zegt dat... Bedoel je...
  • Bedenk tijdens gesprekken elke keer als je wat wilt zeggen (informatie geven, zoals een mening of een voorstel), of het niet effectiever is nog een vraag te stellen. Dwing jezelf minder informatie te geven en meer informatie te vragen.
  • Wees alert op non-verbale signalen: Lijkt je gesprekspartner geïnteresseerd? Heb je het idee dat hij alles wat hij wil zeggen ook naar voren brengt? Zo niet, vraag dan door of stel zijn non-verbale gedrag aan de orde.
  • Laat je niet storen tijdens een voor de ander belangrijk gesprek. Ook niet telefonisch.
  • Ga niet voortijdig weg tijdens een voor de ander belangrijk gesprek.
  • Geef aandacht aan zowel de zakelijke als de relationele kant van een gesprek.
  • Besteed aandacht aan belangrijke gebeurtenissen voor een ander: ziekte, pech, gezinsuitbreiding etc. Toon begrip voor die emoties door te verwoorden wat de ander voelt. Overdrijf niet, gebruik uitingen slechts wanneer er sprake is van een grote emotionele lading bij de ander.
  • Sta eens stil bij het effect van je eigen gedrag op anderen.
  • Onderzoek de onderliggende belangen van je gesprekspartner en toon hiervoor respect (belang en standpunt zijn niet hetzelfde).
Omschrijving
Ideeën en informatie in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk maken en nagaan of de boodschap begrepen is.

Gedragsindicatoren
  • Spreekt in begrijpelijke taal en legt vaktaal uit.
  • Toetst of zijn of haar gesprekspartner de boodschap heeft begrepen.
  • Maakt zijn of haar standpunt in korte bewoordingen aan anderen duidelijk.
  • Vraagt door op onduidelijke uitspraken of signalen
  • Gebruikt intonatie of gebaren ter ondersteuning van wat hij of zij wil zeggen.
  • Past taalgebruik aan zijn of haar gesprekspartner aan.
Toetsvragen
  • Hoe ga je na of de ander jouw boodschap goed begrepen heeft?
  • Moet je wel eens instructie geven? Hoe pak je dat aan?
  • Krijg je wel eens terugkoppeling van anderen of je duidelijk overkomt?
  • Hoe zorg je ervoor dat je boodschap goed is afgestemd op je gesprekspartner?
  • Vat je in een gesprek wel eens samen wat je gehoord hebt?
Ontwikkeltips
  • Bereid gesprekken goed voor. Denk na over de manier waarop je de boodschap het beste kunt overbrengen. Kent het betoog een kop - romp 'staart - structuur'. Kan het bondiger en duidelijker verwoord worden? Oefen in eigen kring en toets of en hoe de boodschappen overkomen.
  • Stem je taal en spreektempo op je gesprekspartner af. Kijk de ander aan.Wanneer je bijvoorbeeld vlug praat, terwijl de gesprekspartner juist langzaam en bedachtzaam spreekt, kan de communicatie minder effectief zijn. Ook het min of meer achteloos 'volgen' van de lichaamshouding van de gesprekspartner leidt vaak tot een beter contact.
  • Vraag de ander(en) of het duidelijk is wat je bedoeling is en geef voorbeelden ter verduidelijking. Ga na of er andere manieren zijn om iets uit te leggen (bijvoorbeeld door vergelijkingen te maken).
  • In de voorbereiding is het belangrijk om informatie in te winnen over de achtergrond en belangen van je gesprekspartner(s), zodat voorbeelden en vergelijkingen afgestemd kunnen worden op diens/ hun belevingswereld.
  • Oefen het overbrengen van een boodschap en evalueer dit met een collega of kennis. Wees attent op de zwakkere kanten in je mondelinge communicatie.
  • Gebruik intonatie en pauzes bij het spreken.
  • Bereid gesprekken goed voor. Denk na over de manier waarop je de boodschap het beste kunt overbrengen. Kent het betoog een kop - romp 'staart - structuur'. Kan het bondiger en duidelijker verwoord worden? Oefen in eigen kring en toets of en hoe de boodschappen overkomen.
  • Stem je taal en spreektempo op je gesprekspartner af. Kijk de ander aan.Wanneer je bijvoorbeeld vlug praat, terwijl de gesprekspartner juist langzaam en bedachtzaam spreekt, kan de communicatie minder effectief zijn. Ook het min of meer achteloos 'volgen' van de lichaamshouding van de gesprekspartner leidt vaak tot een beter contact.
  • Vraag de ander(en) of het duidelijk is wat je bedoeling is en geef voorbeelden ter verduidelijking. Ga na of er andere manieren zijn om iets uit te leggen (bijvoorbeeld door vergelijkingen te maken).
  • In de voorbereiding is het belangrijk om informatie in te winnen over de achtergrond en belangen van je gesprekspartner(s), zodat voorbeelden en vergelijkingen afgestemd kunnen worden op diens/ hun belevingswereld.
  • Oefen het overbrengen van een boodschap en evalueer dit met een collega of kennis. Wees attent op de zwakkere kanten in je mondelinge communicatie.
  • Gebruik intonatie en pauzes bij het spreken.
Niveaus
NiveauSchaal
111