Functiebeschrijving

Functiefamilie
Functies per Functiefamilie, met aantal medewerkers
Doel
Voorlichten, adviseren en begeleiden van studenten inzake aanpak van de studie, studievoortgang en manier van studeren, uitgaande van het facultair onderwijsprogramma en het onderwijs- en examenreglement, teneinde een goede studievoortgang van studenten te bevorderen en de studenten in staat te stellen binnen de eigen opleiding gefundeerde keuzes te maken.
Resultaatgebieden
Kernactiviteit
Ontwikkelen en uitvoeren van het beleid inzake opleidingen en het facultair onderwijsprogramma

Kader
(Interne) richtlijnen

Resultaat
Actualisatie en verbetering van de bestaande opleidingen en het facultair onderwijsprogramma

Activiteit
  • Analyseren van klachten, ontwikkelingen en knelpunten op basis van analyse van gevoerde gesprekken omtrent het facultair onderwijsprogramma, opleidingen, studieverloop en studiebelasting
  • Doen van beleidsvoorstellen ter verbetering van het onderwijsprogramma, opleidingen, studieverloop en studiebelasting voor studenten van de faculteit
  • Adviseren van faculteitsbestuurders en onderwijsontwikkelaars omtrent studiegerelateerde zaken en structurele onderwijskundige problemen
  • Evalueren van de resultaten van gegeven advies inzake het verbeteren van het onderwijsprogramma en in dit kader doen van aanbevelingen aan faculteitsbestuurders
Kernactiviteit
Informeren van studenten omtrent studiegerelateerde vragen of problemen in individuele gesprekken

Kader
Facultair onderwijsprogramma Onderwijs- en examenreglement

Resultaat
Studenten zijn in staat gesteld om gericht actie te ondernemen of een gefundeerd besluit te nemen

Activiteit
  • Informeren van (aspirant-)studenten over studiegerelateerde zaken, zoals vrijstellingen, keuzevakken, examenregelingen en afstudeeropdrachten
  • Informeren van studenten over het onderwijsprogramma (vakkenpakket, studieopbouw en invulling van specialisaties), vrij doctoraal, dossierdiploma, studieverandering
  • Verwijzen naar het (Studie)loopbaanadviescentrum, Studentendecaan of Studentenpsycholoog
  • Informatie verstrekken over specifieke, beroepsvereiste vakkencombinaties en de inhoudelijke zwaarte van de studiestof, roosters, tentamens en het wegwerken van studieachterstand
  • Meedenken over alternatieve studieprogramma's of aangepaste roosters
Kernactiviteit
Registreren en administreren van klachten en knelpunten inzake opleidingen en het facultair onderwijsprogramma

Kader
Vastgestelde procedure

Resultaat
Rapportage ter informatie van faculteitsbestuurders en onderwijsontwikkelaars

Activiteit
  • Registreren en administreren van klachten, knelpunten en signalen van studenten in studieprogramma’s en informeren van onderwijsontwikkelaars
  • Bijhouden van een studenten- en klachtenadministratie
  • Vastleggen van studentengegevens en adviezen
  • Terugkoppelen en rapporteren van klachten, onderwijskundige knelpunten of problemen aan faculteitsbestuurders en onderwijsontwikkelaars
Kernactiviteit
Adviseren en begeleiden van studenten omtrent studieprogramma, -voortgang, -belasting en -gedrag

Kader
Facultair onderwijsprogramma Onderwijs- en examenreglement

Resultaat
Bevordering van de studievoortgang van studenten

Activiteit
  • Signaleren van studievertraging en vervolgens oproepen van studenten voor een individueel gesprek
  • Adviseren en begeleiden van studenten over specifieke, beroepsvereiste vakkencombinaties en de inhoudelijke zwaarte van de studiestof en onderwijsprogramma
  • Bespreken van (persoonlijke) problemen die de student belemmeren in de studievoortgang
  • Verwijzen van de studenten naar de Studentendecaan, Studentenpsycholoog of andere deskundigen/instanties
  • Coördineren van de aanvragen voor vrijstellingen en inpassingsregelingen van (aspirant-)studenten en regelen van het colloquium doctum
Kernactiviteit
Bemiddelen bij facultaire instanties en/of facultaire collega’s omtrent te treffen individuele regelingen voor studenten

Kader
Studentenbeleid Onderwijs- en examenreglement

Resultaat
Voorkoming of oplossing van problemen van studenten ten aanzien van studievoortgang

Activiteit
  • Inventariseren en analyseren van de specifieke situatie van studenten
  • Bemiddelen bij klachten tussen studenten en docenten
  • Uitbrengen van advies over individuele gevallen aan Directeur onderwijsinstituut en de examencommissie
  • Verlenen van bijstand bij beroepen tegen examencommissie of facultaire beslissingen
  • Doorverwijzen van studenten naar studentendecanen, (studie)loopbaanadviseurs, docenten, vertrouwenspersonen, studentenpsychologen of externe instanties
Kernactiviteit
(Mede)ontwikkelen en uitvoeren van (studievaardigheids)trainingen of cursussen voor groepen studenten

Kader
Interne richtlijnen

Resultaat
Realisatie van vastgestelde leerdoelen (inzake kennis, inzichten, vaardigheden, competenties en attitudes bij studenten)

Activiteit
  • Inventariseren van wensen en behoeften van studenten voor trainingen
  • Participeren in project en/of werkgroepen belast met de opstelling van trainingen en cursussen in samenwerking met studentendecanen en/of studentenpsychologen
  • Op basis van eigen ervaringen, deskundigheid en analyses leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de ontwikkeling van trainingen en cursussen
  • Voorbereiden en uitvoeren van voornoemde trainingen en cursussen met voor die groep specifieke aan de studie- of leefsituatie gerelateerde problemen voor zover deze van belang zijn voor de studievoortgang
Kernactiviteit
Voorlichten van belangstellenden over de inhoud van de studie en het beroepsperspectief, in samenwerking met de voorlichter of (studie)loopbaanadviseur

Kader
Facultair onderwijsprogramma

Resultaat
Geïnformeerde doelgroepen, die in staat zijn gesteld om gefundeerde studiekeuzes te maken

Activiteit
  • Medeontwikkelen en samenstellen van voorlichtingsmateriaal in samenwerking met de voorlichter of de (studie)loopbaanbegeleider
  • Voorlichten van belangstellenden over de inhoud van de studie en het bijbehorende beroepsperspectief
  • Verzorgen van voorlichtingsbijeenkomsten op VWO-scholen, HBO-instellingen en tijdens de introductiedagen
  • Ondersteunen en begeleiden van door studenten en/of studierichtingen opgezette en uit te voeren activiteiten en/of projecten zoals bijvoorbeeld de introductie van eerstejaars-studenten, mentorenstelsels, themagroepen
Competenties
Omschrijving
Handelen naar eer en geweten, in overeenstemming met geldende waarden, normen en regels. Daarop aanspreekbaar zijn en anderen hierop aanspreken.

Gedragsindicatoren
  • Gaat zorgvuldig om met vertrouwelijke informatie
  • Staat voor gedane toezeggingen en verplichtingen.
  • Maakt geen misbruik van voorkennis, persoonlijke informatie of positie.
  • Houdt geen informatie achter waar een ander recht op heeft.
  • Draagt beroeps- en organisatienormen en waarden uit.
  • Blijft ook bij verleiding of druk eerlijk en betrouwbaar handelen.
Toetsvragen
  • Heb je wel eens je principes overboord gezet om je doel te bereiken? Kun je hiervan een voorbeeld geven?
  • Kun je een situatie noemen uit je werk, waarin je vasthield aan je principes, waardoor je een opdracht niet hebt gekregen of je doel niet hebt bereikt? Wat zijn enkele principes die je in je werk hanteert?
  • Kun je een recente situatie aangeven waarin jouw integriteit op de proef werd gesteld?
  • Heb je wel eens samengewerkt met mensen die dingen deden die niet door de beugel konden? Wat heb je toen gedaan?
  • Soms moeten we de waarheid wel eens een klein beetje geweld aan doen in de confrontatie met een moeilijke of kwetsbare persoon. Kun je daar een voorbeeld van geven uit je eigen praktijk?
  • Heb je wel eens te maken gehad met een ontslagzaak? Wanneer acht je je in mindere mate gebonden aan de binnen je bedrijf geldende normen bij ontslag? Geef eens een voorbeeld?
  • Wat doe je als er binnen je afdeling over iemand kwaad gesproken wordt? Waar hangt je handelswijze van af? Geef eens een voorbeeld?
  • Is je wel eens een gift aangeboden? Hoe heb je daarop gereageerd? Welke overwegingen heb je daarin meegenomen?
  • Heb je wel eens vergoedingen aangenomen voor overdracht van universitaire know-how over aan derden? Hoe ben je hier intern mee omgegaan?
  • Wat is je mening over de 'Gedragscode wetenschapsbeoefening'? Beschrijf een situatie waarin deze regels (voor jou) heel praktisch waren?
Ontwikkeltips
  • Laat je vertellen welk integer gedrag er van je verwacht wordt in een aantal specifieke situaties en waarom.
  • Beoordeel aan de hand van casussen of je integer was. Zo nee, zoek naar herkansingen.
  • Zoek naar voorbeelden van lastige situaties waar integriteit een rol speelde. Bespreek hoe je daarin hebt gehandeld.
  • Bespreek lastige situaties voor en na, met speciale aandacht voor aspecten op het gebied van integriteit.
  • Zoek voorbeelden waarin je principes verschilden van de omgeving/andere betrokkenen. Bespreek waarom je ervoor koos bij je eigen principes te blijven of hier juist van af te wijken.
  • Fungeer zoveel mogelijk als voorbeeld
  • doe geen valse beloftes, kom afspraken na, houd niet onterecht informatie achter, wees eerlijk, maak geen misbruik van je positie, etcetera.
  • Overal waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Kom openlijk voor gemaakte fouten uit, neem er de verantwoordelijkheid voor. Laat fouten kansen zijn om het werk in het vervolg beter te doen.
  • Bekijk of integriteit ook in algemene overlegbijeenkomsten regelmatig aandacht krijgt. Betrek je medewerkers en collega's in discussies over integer gedrag naar externe klanten.
  • Zet integriteit regelmatig op de agenda voor werkoverleg en dergelijke.
  • Let op hoe er wordt omgegaan met vertrouwelijke informatie.
  • Wees open en transparant over verschillende belangen. Benoem deze heel duidelijk.
  • Zeg precies wat je bedoelt, gebruik eenduidige taal.
  • Laat je vertellen welk integer gedrag er van je verwacht wordt in een aantal specifieke situaties en waarom.
  • Beoordeel aan de hand van casussen of je integer was. Zo nee, zoek naar herkansingen.
  • Zoek naar voorbeelden van lastige situaties waar integriteit een rol speelde. Bespreek hoe je daarin hebt gehandeld.
  • Bespreek lastige situaties voor en na, met speciale aandacht voor aspecten op het gebied van integriteit.
  • Zoek voorbeelden waarin je principes verschilden van de omgeving/andere betrokkenen. Bespreek waarom je ervoor koos bij je eigen principes te blijven of hier juist van af te wijken.
  • Fungeer zoveel mogelijk als voorbeeld
  • doe geen valse beloftes, kom afspraken na, houd niet onterecht informatie achter, wees eerlijk, maak geen misbruik van je positie, etcetera.
  • Overal waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Kom openlijk voor gemaakte fouten uit, neem er de verantwoordelijkheid voor. Laat fouten kansen zijn om het werk in het vervolg beter te doen.
  • Bekijk of integriteit ook in algemene overlegbijeenkomsten regelmatig aandacht krijgt. Betrek je medewerkers en collega's in discussies over integer gedrag naar externe klanten.
  • Zet integriteit regelmatig op de agenda voor werkoverleg en dergelijke.
  • Let op hoe er wordt omgegaan met vertrouwelijke informatie.
  • Wees open en transparant over verschillende belangen. Benoem deze heel duidelijk.
  • Zeg precies wat je bedoelt, gebruik eenduidige taal.
Omschrijving
Waarnemen van en reageren op gevoelens en behoeften van anderen.

Gedragsindicatoren
  • Merkt het snel als er iets aan de hand is met een ander.
  • Verwoordt gevoelens en behoeften van een ander.
  • Gaat ook in op non-verbale signalen.
  • Merkt effect van eigen gedrag op een ander op en past gedrag, indien nodig, aan.
  • Geeft tijdens een gesprek ook aandacht aan de sfeer en een goede relatie met de ander.
  • Houdt rekening met wensen, belangen en gevoelens van een ander.
Toetsvragen
  • Hoe laat je anderen merken dat je naar hen luistert? Kun je een voorbeeld geven?
  • Vind je jezelf iemand die goed kan luisteren? Waaruit maak je dit op?
  • Vat je in een gesprek wel eens samen wat voor emoties je gehoord hebt?
  • Kun je een voorbeeld geven van een recente situatie waarin je, door goed te luisteren, informatie hebt opgepikt die een ander wellicht zou kunnen zijn ontgaan?
  • Kun je je een gesprek herinneren met een van je medewerkers die problemen had of deze veroorzaakte? Hoe pakte je het aan en hoe eindigde het gesprek?
  • Wanneer merk je dat er iets mis is met medewerkers?
  • Kun je voorbeelden geven van non-verbaal gedrag en wat je daar uit opmaakt?
Ontwikkeltips
  • Laat je gesprekspartner uitspreken, vraag door op informatie van de ander en vat samen.
  • Maak tijdens gesprekken regelmatig gebruik van begrip toetsen.
  • Voorbeeld: Begrijp ik het goed, dat je zegt dat... Bedoel je...
  • Bedenk tijdens gesprekken elke keer als je wat wilt zeggen (informatie geven, zoals een mening of een voorstel), of het niet effectiever is nog een vraag te stellen. Dwing jezelf minder informatie te geven en meer informatie te vragen.
  • Wees alert op non-verbale signalen: Lijkt je gesprekspartner geïnteresseerd? Heb je het idee dat hij alles wat hij wil zeggen ook naar voren brengt? Zo niet, vraag dan door of stel zijn non-verbale gedrag aan de orde.
  • Laat je niet storen tijdens een voor de ander belangrijk gesprek. Ook niet telefonisch.
  • Ga niet voortijdig weg tijdens een voor de ander belangrijk gesprek.
  • Geef aandacht aan zowel de zakelijke als de relationele kant van een gesprek.
  • Besteed aandacht aan belangrijke gebeurtenissen voor een ander: ziekte, pech, gezinsuitbreiding etc. Toon begrip voor die emoties door te verwoorden wat de ander voelt. Overdrijf niet, gebruik uitingen slechts wanneer er sprake is van een grote emotionele lading bij de ander.
  • Sta eens stil bij het effect van je eigen gedrag op anderen.
  • Onderzoek de onderliggende belangen van je gesprekspartner en toon hiervoor respect (belang en standpunt zijn niet hetzelfde).
  • Laat je gesprekspartner uitspreken, vraag door op informatie van de ander en vat samen.
  • Maak tijdens gesprekken regelmatig gebruik van begrip toetsen.
  • Voorbeeld: Begrijp ik het goed, dat je zegt dat... Bedoel je...
  • Bedenk tijdens gesprekken elke keer als je wat wilt zeggen (informatie geven, zoals een mening of een voorstel), of het niet effectiever is nog een vraag te stellen. Dwing jezelf minder informatie te geven en meer informatie te vragen.
  • Wees alert op non-verbale signalen: Lijkt je gesprekspartner geïnteresseerd? Heb je het idee dat hij alles wat hij wil zeggen ook naar voren brengt? Zo niet, vraag dan door of stel zijn non-verbale gedrag aan de orde.
  • Laat je niet storen tijdens een voor de ander belangrijk gesprek. Ook niet telefonisch.
  • Ga niet voortijdig weg tijdens een voor de ander belangrijk gesprek.
  • Geef aandacht aan zowel de zakelijke als de relationele kant van een gesprek.
  • Besteed aandacht aan belangrijke gebeurtenissen voor een ander: ziekte, pech, gezinsuitbreiding etc. Toon begrip voor die emoties door te verwoorden wat de ander voelt. Overdrijf niet, gebruik uitingen slechts wanneer er sprake is van een grote emotionele lading bij de ander.
  • Sta eens stil bij het effect van je eigen gedrag op anderen.
  • Onderzoek de onderliggende belangen van je gesprekspartner en toon hiervoor respect (belang en standpunt zijn niet hetzelfde).
Omschrijving
Ideeën en informatie in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk maken en nagaan of de boodschap begrepen is.

Gedragsindicatoren
  • Spreekt in begrijpelijke taal en legt vaktaal uit.
  • Toetst of zijn of haar gesprekspartner de boodschap heeft begrepen.
  • Maakt zijn of haar standpunt in korte bewoordingen aan anderen duidelijk.
  • Vraagt door op onduidelijke uitspraken of signalen
  • Gebruikt intonatie of gebaren ter ondersteuning van wat hij of zij wil zeggen.
  • Past taalgebruik aan zijn of haar gesprekspartner aan.
Toetsvragen
  • Hoe ga je na of de ander jouw boodschap goed begrepen heeft?
  • Moet je wel eens instructie geven? Hoe pak je dat aan?
  • Krijg je wel eens terugkoppeling van anderen of je duidelijk overkomt?
  • Hoe zorg je ervoor dat je boodschap goed is afgestemd op je gesprekspartner?
  • Vat je in een gesprek wel eens samen wat je gehoord hebt?
Ontwikkeltips
  • Bereid gesprekken goed voor. Denk na over de manier waarop je de boodschap het beste kunt overbrengen. Kent het betoog een kop - romp 'staart - structuur'. Kan het bondiger en duidelijker verwoord worden? Oefen in eigen kring en toets of en hoe de boodschappen overkomen.
  • Stem je taal en spreektempo op je gesprekspartner af. Kijk de ander aan.Wanneer je bijvoorbeeld vlug praat, terwijl de gesprekspartner juist langzaam en bedachtzaam spreekt, kan de communicatie minder effectief zijn. Ook het min of meer achteloos 'volgen' van de lichaamshouding van de gesprekspartner leidt vaak tot een beter contact.
  • Vraag de ander(en) of het duidelijk is wat je bedoeling is en geef voorbeelden ter verduidelijking. Ga na of er andere manieren zijn om iets uit te leggen (bijvoorbeeld door vergelijkingen te maken).
  • In de voorbereiding is het belangrijk om informatie in te winnen over de achtergrond en belangen van je gesprekspartner(s), zodat voorbeelden en vergelijkingen afgestemd kunnen worden op diens/ hun belevingswereld.
  • Oefen het overbrengen van een boodschap en evalueer dit met een collega of kennis. Wees attent op de zwakkere kanten in je mondelinge communicatie.
  • Gebruik intonatie en pauzes bij het spreken.
  • Bereid gesprekken goed voor. Denk na over de manier waarop je de boodschap het beste kunt overbrengen. Kent het betoog een kop - romp 'staart - structuur'. Kan het bondiger en duidelijker verwoord worden? Oefen in eigen kring en toets of en hoe de boodschappen overkomen.
  • Stem je taal en spreektempo op je gesprekspartner af. Kijk de ander aan.Wanneer je bijvoorbeeld vlug praat, terwijl de gesprekspartner juist langzaam en bedachtzaam spreekt, kan de communicatie minder effectief zijn. Ook het min of meer achteloos 'volgen' van de lichaamshouding van de gesprekspartner leidt vaak tot een beter contact.
  • Vraag de ander(en) of het duidelijk is wat je bedoeling is en geef voorbeelden ter verduidelijking. Ga na of er andere manieren zijn om iets uit te leggen (bijvoorbeeld door vergelijkingen te maken).
  • In de voorbereiding is het belangrijk om informatie in te winnen over de achtergrond en belangen van je gesprekspartner(s), zodat voorbeelden en vergelijkingen afgestemd kunnen worden op diens/ hun belevingswereld.
  • Oefen het overbrengen van een boodschap en evalueer dit met een collega of kennis. Wees attent op de zwakkere kanten in je mondelinge communicatie.
  • Gebruik intonatie en pauzes bij het spreken.
Omschrijving
Gericht zijn op het realiseren van doelstellingen en kwalitatieve en kwantitatieve resultaten.

Gedragsindicatoren
  • Vertaalt doelen in concreet meetbare of zichtbare resultaten.
  • Stelt in een overleg vast wat de afspraken zijn (wie doet wat wanneer).
  • Spreekt anderen aan bij niet behaalde of tegenvallende resultaten.
  • Zet zich na een tegenslag extra in zodat het resultaat toch nog behaald wordt.
  • Maakt efficiënt gebruik van beschikbare tijd en middelen.
  • Realiseert doelstellingen volgens planning.
Toetsvragen
  • Wanneer ben je tevreden over je werk?
  • Kun je een situatie voor de geest halen waarin je de eisen aan jezelf te hoog of te laag had gesteld?
  • In welke situatie heb je niet aan je eigen eisen kunnen voldoen? Wat heb je toen gedaan?
  • Wat trekt je aan in deze functie? Wat zijn je beweegredenen om deze functie te ambiëren? Wat heb je gedaan om kennis en ervaring voor deze functie te verwerven?
  • Op welke wijze past deze functie in je loopbaanplanning?
  • Heb je recent iemand beoordeeld op zijn prestaties? Wat was daarbij volgens jou het onderscheid tussen een goede en een gemiddelde prestatie?
  • Welk voorstel voor de verbetering van de productkwaliteit heb je de afgelopen periode gedaan?
  • Is het wel eens voorgekomen dat de kwaliteit niet goed was van een deelproduct? Wat heb je toen gedaan?
  • Heb je wel eens in een team gefunctioneerd? Wat waren je verwachtingen van je teamgenoten in die situatie? Kwamen die uit? En zo niet, heb je betrokken teamleden daarop aangesproken?
Ontwikkeltips
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
  • Bespreek met je leidinggevende wat de resultaten van je taken zouden moeten zijn.
  • Maak de organisatiedoelen concreet voor anderen, zodat zij weten welke bijdrage zij daar in hun eigen functie aan kunnen leveren.
  • Leg de gewenste resultaten vast en spreek af wanneer je (periodiek) de voortgang rapporteert en, als het om eenmalige projecten gaat, wanneer de opdracht afgerond moet zijn.
  • Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk op de hoogte bent van de daadwerkelijke kosten van je eigen projecten.
  • Laat je voorlichten. Zorg ervoor dat je voldoende op de hoogte bent van de kwaliteitsvoorschriften, de standaards en de procedures.
  • Stel vooraf (bijvoorbeeld voor een jaar) beoordelingscriteria op. Zorg voor een goede voortgangsbewaking en bespreek op gezette tijden de behaalde resultaten.
  • Onderzoek regelmatig de kwaliteit van projecten/activiteiten/diensten en raadpleeg ook betrokkenen hierover.
  • Leer scherper kijken naar kwaliteit o.m. door deelname aan een projectgroep die zich bezighoudt met kwaliteitsverbetering.
  • Zorg ervoor dat gestelde doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (SMART).
  • Formuleer concrete en haalbare tussendoelen op weg naar het einddoel.
  • Kom regelmatig met voorstellen om de kwaliteit van producten of diensten te verbeteren.
Niveaus
NiveauSchaal
110
29